De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 februari 2026 een beschikking gegeven tot rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1948, op verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Betrokkene lijdt aan dementie, zoals blijkt uit een medische verklaring opgesteld door een klinisch geriater, die door de rechtbank als ter zake kundig arts wordt aangemerkt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het gedrag van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en het oproepen van agressie. Hoewel betrokkene en zijn advocaat bezwaar maakten tegen opname en stelden dat het nadeel vooral de overbelasting van het netwerk betreft en dat alternatieven mogelijk zijn, heeft de casemanager verklaard dat de echtgenote van betrokkene de zorg niet langer aankan.
De rechtbank concludeert dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde effect bereiken. De machtiging geldt voor zes maanden, tot en met 20 augustus 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.