ECLI:NL:RBMNE:2026:1110

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11905399 \ AC EXPL 25-2164
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g BWArt. 6:230m lid 1 onder h BWArt. 6:230o lid 1 BWArt. 6:230o lid 2 BWArt. 6:230s lid 5 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering incassoabonnement wegens niet-informeren over herroepingsrecht consument

In deze zaak vordert eiseres betaling van abonnementsgelden voor een incassodienst die zij aan gedaagde heeft geleverd. Gedaagde had een incassoabonnement afgesloten nadat een deurwaarder het vonnis van een eerdere lening niet kon innen. Gedaagde stelt dat zij als consument handelde en de overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde inderdaad als consument heeft gehandeld, ondanks dat haar bedrijfsnaam op de overeenkomst stond. De overeenkomst is een overeenkomst op afstand, waarbij eiseres niet heeft voldaan aan de informatieplicht over het herroepingsrecht zoals voorgeschreven in het Burgerlijk Wetboek. Gedaagde is niet geïnformeerd over haar recht om binnen veertien dagen zonder kosten en zonder opgave van redenen de overeenkomst te herroepen.

Omdat eiseres niet aan deze informatieplicht heeft voldaan, is de herroepingstermijn verlengd en heeft gedaagde tijdig gebruik gemaakt van haar herroepingsrecht door de overeenkomst buitengerechtelijk te vernietigen. Hierdoor is zij geen betaling verschuldigd voor de verrichte werkzaamheden. De vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en de proceskosten van gedaagde.

Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens niet-informeren over het herroepingsrecht en gedaagde hoeft geen abonnementsgelden te betalen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11905399 \ AC EXPL 25-2164
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: E. Wiggers werkzaam bij Wiggers gerechtsdeurwaarder,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 juli 2025
- het vonnis van 10 september 2025 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad waarin de zaak is verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Amersfoort
- het oproepingsexploot van 30 september 2025
- het proces-verbaal van de civiel rolzitting van 5 november 2025 waar [gedaagde] is verschenen
- de conclusie van antwoord in conventie, met een voorwaardelijke eis in reconventie
- de mondelinge behandeling van 12 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat er vandaag een vonnis wordt gewezen.

2.De kern

2.1.
[gedaagde] heeft een vriend geld geleend uit een erfenis. Omdat deze vriend de lening niet terugbetaalde is zij een rechtszaak begonnen. [gedaagde] heeft een vonnis gekregen waarin haar vriend is veroordeeld om aan haar € 11.874,91 te betalen. Nadat de deurwaarder haar meedeelde dat hij dit bedrag niet kon innen nam [gedaagde] telefonisch contact op met [eiseres] . [gedaagde] heeft vervolgens een incassoabonnement afgesloten bij [eiseres] voor € 786,50 inclusief btw per jaar en zij heeft [eiseres] het vonnis toegestuurd. [eiseres] vordert in deze procedure de abonnementsgelden. [gedaagde] is van mening dat zij de abonnementsgelden niet hoeft te betalen, omdat zij handelde als consument bij het aangaan van de overeenkomst en zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd. De kantonrechter oordeelt dat er een overeenkomst op afstand is gesloten met een consument en [eiseres] [gedaagde] niet heeft geïnformeerd over haar herroepingsrecht. De vordering van [eiseres] wordt afgewezen en zij moet het al betaalde bedrag aan [gedaagde] terugbetalen.

3.De beoordeling

[gedaagde] handelde als consument
3.1.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan als consument. Dat de handelsnaam van haar eenmanszaak op de ondertekende overeenkomst is vermeld, is onvoldoende om aan te nemen dat zij heeft gehandeld in de uitoefening van haar bedrijf. Op de mondeling behandeling heeft [gedaagde] toegelicht dat zij in contact is gekomen met [eiseres] omdat zij wilde dat haar vriend het door haar aan hem geleende geld terugbetaalde. Zij had al een vonnis van 7 september 2021 van de rechtbank Overijssel, maar het lukte de deurwaarder niet om het vonnis te executeren. Het vonnis is gewezen op naam van [gedaagde] als privépersoon en niet op naam van haar eenmanszaak en ook gedaagde partij (vriend van [gedaagde] ) handelde niet als ondernemer, zo overweegt de rechtbank Overijssel in haar vonnis bij afwijzing van de wettelijke handelsrente. Op de mondeling behandeling heeft [gedaagde] toegelicht dat zij door een post op Instagram en het telefoongesprek met de directeur van [eiseres] overtuigd was dat [eiseres] haar vordering wel kon innen. Zij heeft ook toegelicht dat zij haar bedrijfsnaam heeft ingevuld omdat dat werd gevraagd op het formulier, maar niet omdat zij nog meer vorderingen wilde innen voor haar bedrijf. De gemachtigde van [eiseres] heeft op de mondelinge behandeling ook bevestigd dat duidelijk was dat het [gedaagde] alleen ging om het innen van de vordering op grond van het vonnis van de rechtbank Overijssel. [gedaagde] die in het kader van haar eenmanszaak werkzaamheden verricht als muziekdocent en stemacteur is de overeenkomst met [eiseres] dan ook niet aangegaan voor doeleinden die binnen haar bedrijfsactiviteiten vallen, maar als privépersoon.
[eiseres] heeft niet aan haar informatieplicht over het herroepingsrecht voldaan
3.2.
De overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] is gelet op het voorgaande een overeenkomst tussen een zakelijke partij en een consument. Naar aanleiding van het telefoongesprek op 28 februari 2023 heeft [eiseres] de overeenkomst digitaal gestuurd en [gedaagde] heeft de overeenkomst ingevuld en ondertekend. De overeenkomst is dus een overeenkomst op afstand. [1] Bij het sluiten van een overeenkomst op afstand zijn de informatieplichten van artikel 6:230m en 6:230v BW van toepassing.
3.3.
Eén van de essentiële informatieplichten bij een overeenkomst op afstand is de plicht om te informeren over het herroepingsrecht. Het herroepingsrecht is het recht om gedurende veertien dagen zonder opgave van redenen, en zonder kosten, alsnog van de overeenkomst af te zien. Dit herroepingsrecht is beschreven in artikel 6:230o lid 1 BW. In artikel 6:230m lid 1 onder h BW staat dat de consument daar vóór de totstandkoming van de overeenkomst over moet worden geïnformeerd. In artikel 6:230v lid 7 BW staat dat die informatie na het sluiten van de overeenkomst nog eens op een duurzame gegevensdrager moet worden bevestigd. [gedaagde] is niet geïnformeerd over het herroepingsrecht.
Dat klemt, vooral ook omdat [gedaagde] al op 10 en 14 maart 2023 om een bevestiging heeft gevraag of haar zaak in behandeling is genomen door [eiseres] en om een stand van zaken vraag. Ook betaalde zij de abonnementsgelden niet en heeft zij de overeenkomst, nadat zij verkeerd door [eiseres] is aangemaand voor de abonnementskosten, op 26 juli 2023 buitengerechtelijk vernietigd. Het is dan ook zeer wel denkbaar dat [gedaagde] gebruik zou hebben gemaakt van het herroepingsrecht, als zij daarover was geïnformeerd. De wetgever heeft in deze situatie voorzien.
De herroepingstermijn is verlengd en de vordering van [eiseres] wordt afgewezen
3.4.
In beginsel duurt het recht om de overeenkomst te herroepen veertien dagen, vanaf de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten. [2] Als de consument niet over het herroepingsrecht is geïnformeerd, wordt de herroepingstermijn met een maximum van twaalf maanden verlengd. [3] Als is nagelaten om de informatie over het herroepingsrecht te verstrekken draagt de consument geen kosten voor de uitvoering van de diensten die tijdens de herroepingstermijn zijn verleend. [4] Omdat [eiseres] de informatie over het herroepingsrecht niet aan [gedaagde] heeft verstrekt is de herroepingstermijn verlengd. De kantonrechter oordeelt dat de brief van 26 juli 2023 waarin [gedaagde] een beroep doet op vernietiging van de overeenkomst kan worden aangemerkt als een herroeping. Deze brief kan worden aangemerkt als een ondubbelzinnige verklaring waaruit blijkt dat [gedaagde] de overeenkomst wilde herroepen. Dat [gedaagde] de bewoording vernietiging gebruikt is daarbij niet doorslaggevend, omdat herroeping, gelet op de consumentenbeschermingsgedachte die ten grondslag ligt aan de richtlijn [5] en de implementatie daarvan, ruim moet worden opgevat. [gedaagde] heeft de overeenkomst dan ook binnen de verlengde bedenktermijn herroepen. Omdat [gedaagde] door [eiseres] niet is geïnformeerd over haar herroepingsrecht is zij voor de verrichte werkzaamheden geen kosten verschuldigd. Dat [gedaagde] een betalingsregeling is overeengekomen en een gedeelte heeft betaald doet niet af aan de verstrekkende gevolgen van artikel 6:230s lid 5 BW. De conclusie is dan ook dat de vordering van [eiseres] wordt afgewezen. Ook de nevenvorderingen van [eiseres] met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten en handelsrente worden afgewezen.
3.5.
De kantonrechter komt niet toe aan de beoordeling van andere toepasselijk consumentenbeschermende bepalingen en de stellingen van [eiseres] . Eén en ander kan niet tot een ander oordeel leiden. Ook het verweer dat [eiseres] de werkzaamheden niet goed heeft verricht hoeft niet te worden besproken, omdat [gedaagde] geen kosten verschuldigd is voor de verrichte werkzaamheden.
[eiseres] moet de verletkosten van [gedaagde] betalen
3.6.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. [gedaagde] is twee keer naar de rechtbank gekomen. Eén keer op de rolzitting en één keer op de mondelinge behandeling. De proceskosten van [gedaagde] worden daarom begroot op € 100,- aan verletkosten.
De voorwaardelijke tegenvordering van [gedaagde] wordt toegewezen
3.7.
Helemaal onderaan haar conclusie van antwoord heeft [gedaagde] gesteld dat zij het door haar betaalde bedrag van € 92,02 aan het oordeel van de kantonrechter overlaat. Zij stelt dat hoewel hier geen prestatie tegenover staat zij dit bedrag laat rusten indien de kantonrechter van oordeel is dat een redelijke vergoeding op zijn plaatst is. De kantonrechter vat dit op als een voorwaardelijke tegeneis (ook wel reconventie genoemd). Omdat hiervoor (in conventie) al is geoordeeld dat [gedaagde] geen kosten hoeft te dragen, omdat [eiseres] niet aan haar informatieplicht met betrekking tot haar recht op herroeping heeft voldaan, is de voorwaarde van deze tegeneis in vervulling gegaan. [eiseres] wordt dan ook veroordeeld om het bedrag van € 92,02 aan [gedaagde] terug te betalen.
3.8.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in reconventie. In reconventie worden deze kosten begroot op nihil omdat [gedaagde] zonder gemachtigde heeft geprocedeerd en verder geen extra handelingen heeft verricht voor de vordering in reconventie.

4.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten van [gedaagde] begroot op € 100,-verletkosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] ook de kosten van betekening betalen,
In reconventie
4.3.
veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 92,02,
4.4.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
wh 1031

Voetnoten

1.Artikel 6:230 g van het Burgerlijke Wetboek (hierna: BW)
2.artikel 6:230o lid 1 onder a BW
3.artikel 6:230o lid 2 BW
4.artikel 6:230s lid 5 BW
5.Richtlijn 2011/83/EU