Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder van een woning werd geconfronteerd met een ontruiming door politie en Explosieven Opruimingsdienst na vondst van handgranaten en illegaal vuurwerk in de woning. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder ernstig tekortgeschoten was in haar verplichtingen, aangezien de gevaarlijke en verboden goederen in haar woning aanwezig waren. De huurder was zelf niet thuis tijdens de vondst en verklaarde dat een man, met wie zij een relatie had, verantwoordelijk was voor de aanwezigheid van de handgranaten en vuurwerk. Desondanks blijft zij als huurder verantwoordelijk.
Echter, de kantonrechter hield rekening met de omstandigheden, waaronder het feit dat de verhuurder pas ruim 3,5 maand na het incident de huurder dagvaardde, de woning inmiddels niet meer gesloten was, en dat het Openbaar Ministerie geen bewijs vond voor betrokkenheid of kennis van de huurder. Ook was er geen recente overlast en had de huurder het contact met de man verbroken.
Daarom werd geconcludeerd dat het incident een eenmalige gebeurtenis was en ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. De vorderingen van de verhuurder werden afgewezen en zij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en de huurder mag in de woning blijven.