ECLI:NL:RBMNE:2026:1115

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/16/601057 / HL RK 25-51
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AVGArt. 15 AVGArt. 35 UAVGArt. 6:119 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing inzageverzoek en overige vorderingen tegen webhostingprovider Mijndomein

Verzoeker heeft meerdere verzoeken ingediend tegen Mijndomein, een webhostingprovider, waaronder een verzoek tot inzage in persoonsgegevens op grond van de AVG, het bevel tot opheffing van een tweede account met gekoppelde domeinen, en een schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens en beschuldiging van identiteitsfraude.

De rechtbank oordeelt dat het inzageverzoek niet-ontvankelijk is omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij eerst een inzageverzoek bij Mijndomein heeft ingediend en dat Mijndomein daarop heeft beslist of de beslistermijn is verstreken. De overige verzoeken worden afgewezen omdat verzoeker onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat Mijndomein onrechtmatig heeft gehandeld. Zo is niet komen vast te staan dat Mijndomein persoonsgegevens heeft gedeeld met derden of verzoeker heeft beschuldigd van identiteitsfraude.

Ook het verzoek tot opheffing van het tweede account wordt afgewezen omdat dit account inmiddels door Mijndomein is opgeheven na een verzoek van de geregistreerde houder. Verzoeker heeft geen belang meer bij dit verzoek. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor onrechtmatige daad en schade.

De rechtbank veroordeelt verzoeker tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. De beslissing is gegeven door rechter R.M. Berendsen en uitgesproken op 11 maart 2026.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het inzageverzoek en de overige verzoeken worden afgewezen met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/601057 / HL RK 25-51
Beschikking van 11 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
verschenen in persoon,
tegen
MIJNDOMEIN B.V.,
te Almere,
verwerende partij,
hierna te noemen: Mijndomein,
advocaat: mr. M.A. van Omme.

1.De procedure

1.1.
het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift van [verzoeker] van 3 oktober 2025 met bijlagen,
- het verzoekschrift van [verzoeker] van 15 november 2025,
- het verzoekschrift van [verzoeker] van 26 november 2025,
- het verweerschrift van Mijndomein van 5 februari 2026 met bijlagen.
1.2.
Op 10 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen [verzoeker] in persoon en [A] namens Mijndomein met zijn gemachtigde. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Deze aantekeningen zijn in het dossier gevoegd.
1.3.
De datum voor beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Mijndomein is een webhostingprovider. [verzoeker] heeft twee accounts geregistreerd bij Mijndomein. Het eerste account is geregistreerd met zijn eigen NAW-gegevens. Aan dit account waren de domeinen “ [domein 1] ”, “ [domein 2] ”, “ [domein 3] ” en “ [domein 4] ” gekoppeld. Het tweede account is geregistreerd met de NAW-gegevens van [B] (hierna: [B] ). Aan dit account waren de domeinen “ [domein 1] ” en “ [domein 5] ” gekoppeld.
2.2.
Op 22 januari 2025 heeft [verzoeker] aan Mijndomein verzocht om het domein “ [domein 1] ” op te heffen. Mijndomein heeft dat verzoek dezelfde dag ingewilligd.
2.3.
Mijndomein heeft een factuur voor het tweede account verzonden aan [B] . [B] heeft deze factuur onbetaald gelaten en hierover op 12 maart 2025 contact opgenomen met [verzoeker] . [B] heeft [verzoeker] – kort samengevat – verteld dat ze het account niet heeft aangemaakt, dat ze niets afweet van de factuur die openstaat en dat ze heeft geprobeerd om het account op te heffen maar dat het haar niet is gelukt. [verzoeker] schrijft in zijn reactie dat het account voor [B] heeft aangemaakt en dat het account reeds is opgeheven. Vervolgens schrijft [verzoeker] – kort samengevat – dat [B] afwist van de registratie van het account op haar naam, dat [B] de factuur zelf moet betalen en dat ze het account ook zelf moet opheffen.
2.4.
Op 2 april heeft [verzoeker] aan Mijndomein verzocht om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op te heffen. Mijndomein heeft dat verzoek op 3 april 2025 afgewezen, omdat [verzoeker] niet de houder van dit account is en alleen de houder van een account bij Mijndomein een verzoek kan doen tot het opheffen van het account met de daaraan gekoppelde domeinen. Mijndomein heeft [verzoeker] verteld dat de persoon met wiens gegevens het account is geregistreerd als de houder van het account wordt aangemerkt. Voor het tweede account is dat [B] .
2.5.
Op 14 mei 2025 heeft [B] aan Mijndomein verzocht om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op te heffen. [B] heeft bij haar verzoek aan Mijndomein medegedeeld dat het account zonder haar toestemming met haar gegevens is geregistreerd. Mijndomein heeft in haar reactie het volgende geschreven:
“If you believe that someone else has wrongfully used your data, you can report this to the police and send us a copy as an attachment. **Why report?** In the account, in which (part of) your data is stored, entered by the person who created the account, we see no indications of fraudulent activities. If there is actually fraud (misuse of personal data) with financial detriment (you receive invoices/collection), then a criminal offence has been committed. All the more reason to take action and file a report. To ensure that you can prove that you are not the owner of the account and that we can close the account, a copy of the report is necessary. After receiving a copy of your report, we will ensure that the account is closed, the registrations are undone and the invoices are withdrawn.”
[B] heeft op 23 mei 2025 een kopie van een aangifteformulier aan Mijndomein verzonden. Vervolgens heeft Mijndomein op 26 mei 2025 het account met de daaraan gekoppelde domeinen opgeheven.
2.6.
Op 20 december 2025 heeft [verzoeker] aan Mijndomein een bericht verzonden waarin staat dat hij de openstaande factuur voor het tweede account heeft betaald. [verzoeker] heeft aan Mijndomein laten weten dat hij het niet eens is met de factuur, omdat hij tijdig zou hebben verzocht om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op te heffen. Mijndomein heeft op 22 december 2025 op dit bericht gereageerd. In haar reactie schrijft Mijndomein dat, omdat zij ervan overtuigd is dat geen sprake is geweest van kwade bedoelingen en er pogingen zijn gedaan om deze kwestie op te lossen, zij de betaling van de factuur heeft gerestitueerd. Mijndomein bevestigt in haar reactie dat het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen zijn opgeheven.

3.De verzoeken en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank in zijn verzoekschrift van 3 oktober 2025 om te bepalen dat Mijndomein zijn persoonsgegevens zonder geldige grondslag niet mag verwerken en dat Mijndomein onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Ook verzoekt [verzoeker] de rechtbank om Mijndomein te bevelen om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op te heffen en dat schriftelijk aan [verzoeker] te bevestigen. Daarnaast verzoekt [verzoeker] in zijn verzoekschrift van 15 november 2025 om inzage in zijn (persoons)gegevens, waaronder een volledige kopie van al zijn persoonsgegevens die door Mijndomein zijn verwerkt. Tot slot verzoekt [verzoeker] de rechtbank in zijn verzoekschrift van 26 november 2025 om Mijndomein ook te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 160,00 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade. Dit alles met veroordeling van Mijndomein in de werkelijke kosten van deze procedure.
3.2.
Mijndomein verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken van [verzoeker] . Mijndomein concludeert in haar verweerschrift tot niet-ontvankelijkheid van [verzoeker] in zijn verzoeken, dan wel tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] , met veroordeling van [verzoeker] in de werkelijke kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

Procesrechtelijk
4.1.
De verzoeken van [verzoeker] in zijn verzoekschriften van 3 oktober 2025 en 26 november 2025 zijn in feite vorderingen waarvoor de dagvaardingsprocedure is aangewezen. Het uitgangspunt is volgens artikel 69 van Pro het Rv dat de rechtbank dit onderdeel van de procedure naar de rol moet verwijzen in de stand waarin deze zich bevindt voor voortzetting volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. De rechtbank ziet echter aanleiding om in dit geval een dergelijke verwijzing als strijdig met een goede procesorde achterwege te laten en in deze verzoekschriftprocedure te beslissen over
alleverzoeken van [verzoeker] . De reden daarvoor is dat de verzoeken van [verzoeker] nauw zijn verweven met zijn verzoek in zijn verzoekschrift van 15 november 2025; de verzoeken zijn gebaseerd op hetzelfde feitencomplex en dezelfde verwijten. Het partijdebat over al deze verzoeken is in deze procedure voldoende uitgekristalliseerd. Dat blijkt uit de stukken die partijen in het geding hebben gebracht en hetgeen zij tijdens de mondelinge behandeling daarover hebben verklaard. Verwijzing van de verzoeken naar de dagvaardingsprocedure dient daarom geen enkel doel of processueel belang van een van de partijen en leidt alleen maar tot onnodige vertraging. De rechtbank neemt in haar overweging mee dat niet is gesteld of gebleken dat Mijndomein enig nadeel heeft ondervonden van het feit dat [verzoeker] het onderhavige deel van de procedure bij verzoekschrift en niet bij dagvaarding aanhangig heeft gemaakt. Mijndomein heeft in haar verweerschrift inhoudelijk verweer gevoerd tegen alle verzoeken van [verzoeker] . De rechtbank is daarom van oordeel dat splitsing van de procedure en verwijzing voor wat betreft de verzoeken in de verzoekschriften van 3 oktober 2025 en 26 november 2025 achterwege kan blijven en de rechtbank in deze beschikking op alle verzoeken kan beslissen.
Inhoudelijk
De verzoeken in het verzoekschrift van 3 oktober 2025
4.2.
Het verzoek aan de rechtbank om te bepalen dat Mijndomein zijn persoonsgegevens zonder geldige grondslag niet mag verwerken zal worden afgewezen. Dat Mijndomein een grondslag nodig heeft om persoonsgegevens te mogen verwerken is reeds bepaald in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). De mogelijke grondslagen worden weergeven in artikel 6 AVG Pro. [verzoeker] heeft daarom geen belang bij toewijzing van dit verzoek.
4.3.
Het verzoek aan de rechtbank om Mijndomein te bevelen om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op te heffen en dat schriftelijk aan [verzoeker] te bevestigen zal worden afgewezen. Dat Mijndomein dit account met de daaraan gekoppelde domeinen heeft opgeheven staat vast. Mijndomein heeft dat gesteld en [verzoeker] heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat het account met de daaraan gekoppelde domeinen nog bestaat. Mijndomein heeft de opheffing van het account met de daaraan gekoppelde domeinen reeds op 22 december 2025 aan [verzoeker] bevestigt. [verzoeker] heeft daarom geen belang bij toewijzing van dit verzoek.
4.4.
Het verzoek van [verzoeker] aan de rechtbank om te bepalen dat Mijndomein onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld zal worden afgewezen. [verzoeker] heeft namelijk onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Mijndomein jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.5.
Voor toewijzing van het verzoek van [verzoeker] is vereist dat kan worden vastgesteld dat Mijndomein onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verzoeker] . Op grond van artikel 6:162 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan als onrechtmatig handelen worden aangemerkt een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeerd betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.
4.6.
[verzoeker] heeft – samengevat weergegeven – het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Volgens [verzoeker] heeft Mijndomein zijn persoonsgegevens zonder geldige grondslag doorgegeven aan derden, hem onterecht beschuldigd van het plegen van identiteitsfraude en zijn verzoek om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen op te heffen, afgewezen.
4.7.
Dat Mijndomein de persoonsgegevens van [verzoeker] heeft gedeeld met een derde is niet komen vast te staan. Mijndomein betwist dat zij de persoonsgegevens of andere gegevens van [verzoeker] met een derde heeft gedeeld. [verzoeker] heeft zijn stelling, mede gelet op de betwisting door Mijndomein, onvoldoende onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling is aan [verzoeker] gevraagd met welke derden volgens hem zijn persoonsgegevens zijn gedeeld. [verzoeker] heeft toen gezegd dat hij denkt dat zijn persoonsgegevens onder meer zijn gedeeld met [B] , maar dat hij dat niet zeker weet. De vraag of dit slechts een veronderstelling is, heeft [verzoeker] bevestigend beantwoord. Uit de correspondentie tussen Mijndomein en [B] , die door Mijndomein als bijlage bij haar verweerschrift in het geding is gebracht, blijkt niet dat Mijndomein de persoonsgegevens van [verzoeker] met [B] heeft gedeeld. In deze correspondentie is te lezen dat [B] aan Mijndomein het aanbod heeft gedaan om de naam en telefoonnummer te delen van de persoon die het tweede account met haar gegevens heeft geregistreerd en dat Mijndomein dit aanbod heeft afgewezen. Mijndomein heeft aan [B] laten weten dat zij niets met deze informatie kan. Er zijn geen andere stukken in het geding gebracht die de stelling van [verzoeker] zouden kunnen aantonen of onderbouwen.
4.8.
Dat Mijndomein [verzoeker] heeft beschuldigd van identiteitsfraude is ook niet komen vast te staan. Mijndomein betwist dat zij [verzoeker] heeft beschuldigd van identiteitsfraude en [verzoeker] heeft zijn stelling, mede gelet op deze betwisting, onvoldoende onderbouwd. In de correspondentie tussen Mijndomein en [verzoeker] , die door [verzoeker] als bijlage bij zijn verzoekschrift in het geding is gebracht, kan naar het oordeel van de rechtbank geen beschuldiging van identiteitsfraude worden gelezen. Voor zover [verzoeker] heeft bedoeld te zeggen dat de beschuldiging is gelegen in de berichten van Mijndomein waarin zij [B] adviseert om aangifte te doen bij de politie, overweegt de rechtbank als volgt.
In het eerste bericht van Mijndomein waarin zij [B] adviseert om aangifte te doen bij de politie staat – voor zover hier relevant – het volgende:
“If you believe that someone used your personal information incorrectly, you can report this to the police and send us a copy of the declaration. If the police asks us for more information, we will provide them with all the available information they need. You can send the police report to [e-mailadres] ”
In het tweede bericht van Mijndomein waarin zij [B] adviseert om aangifte te doen bij de politie staat – voor zover hier relevant – het volgende:
“We understand that it is extremely annoying to be confronted with such a situation. Especially because this requires actions that you do not want at all, but which are very important for, among other things, the security of your personal data/identity. Like everyone else, we are also bound by legislation and regulations and these are also complied with. If you believe that someone else has wrongfully used your data, you can report this to the police and send us a copy as an attachment. **Why report?** In the account, in which (part of) your data is stored, entered by the person who created the account, we see no indications of fraudulent activities. If there is actually fraud (misuse of personal data) with financial detriment (you receive invoices/collection), then a criminal offence has been committed. All the more reason to take action and file a report. To ensure that you can prove that you are not the owner of the account and that we can close the account, a copy of the report is necessary. After receiving a copy of your report, we will ensure that the account is closed, the registrations are undone and the invoices are withdrawn. If the police request the account details/history and all IP addresses used to log in, we will transfer this to them for further investigation.”
Deze berichten behelzen geen beschuldiging aan het adres van [verzoeker] dat hij identiteitsfraude heeft gepleegd. [verzoeker] wordt in deze berichten niet genoemd. Daarnaast schrijft Mijndomein in het tweede bericht zelfs dat zij ten aanzien van het tweede account geen indicatie ziet voor eventuele fraude.
4.9.
Dat Mijndomein het verzoek van [verzoeker] om het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen te verwijderen heeft afgewezen, kan op zichzelf niet als onrechtmatig handelen worden aangemerkt. Mijndomein heeft aangevoerd dat zij het tweede account met de daaraan gekoppelde domeinen niet op verzoek van [verzoeker] kon opheffen, omdat alleen de eigenaar van het account een dergelijk verzoek kan doen. Bij de registratie van het tweede account zijn de gegevens van [B] gebruikt. Daarom kon volgens Mijndomein alleen [B] als eigenaar van het account worden aangemerkt. Nadat [B] om de opheffing van het account met de daaraan gekoppelde domeinen had verzocht, is het account opgeheven. [verzoeker] heeft geen bijkomende omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat de afwijzing van zijn verzoek door Mijndomein jegens hem onrechtmatig is geweest.
Het verzoek in het verzoekschrift van 15 november 2025
4.10.
Het verzoek van [verzoeker] in zijn verzoekschrift van 15 november 2025 is een inzageverzoek op basis van de AVG als bedoeld in artikel 35 van Pro de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: de UAVG). [verzoeker] zal in dit verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.11.
Een betrokkene heeft op grond van artikel 15 AVG Pro het recht om van een verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van zijn persoonsgegevens. Onder persoonsgegevens worden volgens artikel 4 lid 1 AVG Pro verstaan alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, zoals een naam, geboortedatum of nationaliteit. Artikel 12 lid 3 AVG Pro bepaalt dat de verwerkingsverantwoordelijke uiterlijk binnen een maand na ontvangst van een inzageverzoek op het verzoek moet beslissen. Als de verwerkingsverantwoordelijke niet binnen deze termijn beslist of als de betrokkene het niet eens is met de beslissing van de verwerkingsverantwoordelijke, kan de betrokkene zich op grond van artikel 35 lid 1 UAVG Pro tot de rechter wenden met het verzoek om de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het inzageverzoek alsnog toe te wijzen (of af te wijzen).
4.12.
Uit artikel 35 UAVG Pro volgt dat [verzoeker] zich pas tot de rechtbank kan wenden nadat hij bij Mijndomein een inzageverzoek heeft gedaan en door Mijndomein op dat verzoek is beslist of de beslistermijn is verstreken. [verzoeker] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vóór deze procedure een inzageverzoek heeft gedaan bij Mijndomein. [verzoeker] stelt dat hij op 11 augustus 2025 aan Mijndomein een brief heeft verzonden waarin hij onder meer om inzage vraagt in de verwerking van zijn persoonsgegeven. Nog daargelaten dat Mijndomein de ontvangst van de brief van 11 augustus 2025 betwist en [verzoeker] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de brief Mijndomein heeft bereikt, kan in deze brief geen verzoek tot inzage of überhaupt een verzoek op basis van de AVG worden gelezen. Dit betekent dat de weg naar de rechtbank nog niet openstaat voor [verzoeker] .
Het verzoek in het verzoekschrift van 26 november 2025
4.13.
Het verzoek van [verzoeker] aan de rechtbank om Mijndomein te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 160,00 voor materiële schade en € 2.000,00 voor immateriële schade zal worden afgewezen. Aan de wettelijke vereisten voor een beroep op schadevergoeding is namelijk niet voldaan. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.14.
Artikel 6:162 lid 1 BW Pro bepaalt dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht is om de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden. Voor zover hier relevant moet aan drie voorwaarden zijn voldaan: (i) er moet sprake zijn van onrechtmatig handelen, (ii) er moet schade zijn en (iii) die schade moet zijn veroorzaakt door het onrechtmatig handelen. De partij die aanspraak maakt op schadevergoeding draagt de stelplicht en bewijslast ten aanzien van deze voorwaarden.
4.15.
De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Mijndomein jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld. Alleen al om die reden is het verzoek van [verzoeker] niet toewijsbaar.
4.16.
De rechtbank overweegt ten overvloede nog dat [verzoeker] ook onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij door het handelen van Mijndomein schade heeft geleden. [verzoeker] stelt dat hij door het betalen van de factuur voor de tweede account materiële schade lijdt ter hoogte van het factuurbedrag. Dat voor deze factuur een restitutie heeft plaatsgevonden is door Mijndomein gesteld en tijdens de mondelinge behandeling door [verzoeker] erkend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat [verzoeker] na de restitutie op dit punt nog enige schade lijdt. [verzoeker] stelt daarnaast dat hij immateriële schade lijdt ter hoogte van € 2.000,00 doordat Mijndomein zijn persoonsgegevens met een derde heeft gedeeld en hem heeft beschuldigd van identiteitsfraude. Nog daargelaten dat niet vaststaat dat Mijndomein de persoonsgegevens van [verzoeker] met een derde heeft gedeeld of [verzoeker] heeft beschuldigd van identiteitsfraude, heeft [verzoeker] onvoldoende toegelicht en onderbouwd dat hij hierdoor immateriële schade lijdt en dat deze schade moet worden begroot op een bedrag van € 2.000,00.
De proceskostenveroordeling
4.17.
[verzoeker] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Mijndomein maakt aanspraak op haar werkelijke proceskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het uitspreken van een veroordeling in de werkelijke proceskosten. Dat kan volgens vaste rechtspraak pas aan de orde zijn als sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door [verzoeker] . Mijndomein heeft haar stelling daarvoor onvoldoende onderbouwd. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat [verzoeker] in persoon procedeert en dat bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure terughoudendheid past, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede wordt gewaarborgd door artikel 6 EVRM Pro.
4.18.
De proceskosten van Mijndomein worden daarom aan de hand van het liquidatietarief begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.230,00
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoek tot inzage op basis van de AVG als bedoeld in artikel 35 van Pro de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming;
5.2.
wijst de overige verzoeken van [verzoeker] af,
5.3.
veroordeelt van [verzoeker] in de proceskosten van € 2.230,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als van [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt van [verzoeker] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.