De huurder heeft van 1 februari 2022 tot en met 31 mei 2025 een kamer gehuurd van de verhuurder. Na een uitspraak van de huurcommissie waarin de huurprijs werd gesplitst en verlaagd vanwege een gebrek, vordert de huurder terugbetaling van € 3.973,50, bestaande uit onverschuldigde huurbetalingen en de waarborgsom.
De verhuurder weigert terug te betalen en stelt dat het bedrag is verrekend met een servicekostenafrekening over meerdere jaren. De kantonrechter oordeelt dat deze verrekening niet slaagt omdat de verhuurder geen voldoende onderbouwde en opeisbare tegenvordering heeft aangetoond. De berekeningen zijn gebaseerd op schattingen en ontbreken van meterstanden maakt een nauwkeurige vaststelling onmogelijk.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de huurder toe, inclusief wettelijke rente over verschillende perioden, en veroordeelt de verhuurder tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.