Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties 1 tot en met 9 van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 25 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Prima [eiser] , er valt niets op aan te merken Dank.”.
Dus stel na 5 jaar op de helft van het contact dan kunnen we toch een clausule opnemen dat mocht er ernstige ziekte of overlijden plaatsvinden van mij of [A] na 5 jaar er een heroverweging maar met dezelfde uitgangspunten moet worden aangepast Zoiets?”
Kennelijk hebben partijen met elkaar gesproken over een herzieningsclausule, die ook zij het met een andere termijn in de geldleningsovereenkomst terecht is gekomen.
[gedaagde] heeft in randnummer 12 van het beslagrekest het volgende opgenomen met betrekking tot de woning in België: “
Eerst langere tijd nadat in april 2025 de overboekingen aan verweerder waren verricht, kwam verzoeker ervan op de hoogte dat verweerder rond 25 maart 2025 een woning in België had aangekocht.”.
mocht België niet doorgaan”. Ook heeft [gedaagde] al op 12 april 2025 het adres van de woning in België aan [eiser] gevraagd (productie 18 bij de dagvaarding).
De aflossing van € 2000, per maand impliceert een periode van bijna 21 jaar.”. De voorzieningenrechter constateert dat [gedaagde] dit citaat onjuist heeft overgenomen uit de betreffende e-mail van [eiser] (productie 3 bij het beslagrekest). De oorspronkelijke tekst is namelijk als volgt: “
De aflossing van € 2000 per maand impliceert en periode van bijna 10 jaar.”. Hoewel het mogelijk is dat een verschrijving terecht komt in een processtuk, valt een dergelijke verschrijving [gedaagde] wel te verwijten. Het betreft namelijk essentiële informatie over wat partijen met elkaar hebben afgesproken en wat ten grondslag ligt aan het beslag. Zorgvuldigheid voor wat betreft het opnemen van een citaat in het beslagrekest was daarom op zijn plaats geweest.