ECLI:NL:RBMNE:2026:1127

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11793407 \ MC EXPL 25-4017
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArtikel 2.1.1 Aanvullende Voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding na auto-ongeval met betwiste aansprakelijkheid

Op 20 juli 2022 was gedaagde betrokken bij twee voorvallen op de openbare weg waarbij schade ontstond aan de auto van een derde. Eiseres, houdster van de WA-verzekering van gedaagde, verhaalt de schade op gedaagde omdat deze de schade opzettelijk zou hebben veroorzaakt. Gedaagde betwist volledige aansprakelijkheid.

De kantonrechter beoordeelde de dashcambeelden waarop twee incidenten zichtbaar zijn. Het eerste incident betrof een botsing tijdens het ritsen op de snelweg, waarbij de derde volgens gedaagde zelf schuld had. Het tweede incident vond plaats bij een stoplicht, waarbij gedaagde achteruit reed en de auto van de derde aanreed en zelfs extra gas gaf, wat opzettelijk handelen impliceert.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde alleen aansprakelijk is voor de schade aan de voorzijde van de auto van de derde, ontstaan bij het tweede incident, en niet voor de schade aan de rechtervoorzijde die bij het eerste incident is ontstaan. De schadevergoeding wordt begroot op €440,00 plus wettelijke rente. Daarnaast worden incassokosten van €66,00 toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Gedaagde wordt gedeeltelijk aansprakelijk gehouden en veroordeeld tot betaling van €440,00 schadevergoeding plus incassokosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11793407 \ MC EXPL 25-4017
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de (aanvullende) conclusie van antwoord;
  • de conclusie van repliek;
  • de (aanvullende) conclusie van dupliek.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026. [eiseres] is, zoals aangekondigd, om haar moverende redenen niet verschenen. [gedaagde] is verschenen met zijn dochter. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

[gedaagde] heeft bij [eiseres] een WA-verzekering gesloten. [gedaagde] is betrokken geweest bij een auto-ongeval, waarbij schade is veroorzaakt aan de auto van een derde. [eiseres] heeft de schade afgewikkeld met de verzekeraar van de derde. [eiseres] wil die schade nu verhalen op [gedaagde] , omdat hij de schade opzettelijk heeft veroorzaakt. [gedaagde] betwist dat hij voor de volledige schade aansprakelijk is. De kantonrechter is het hiermee eens en wijst de vordering slechts gedeeltelijk toe.
3. De beoordeling
[gedaagde] moet een gedeelte van de vorderingen betalen
3.1.
Op 20 juli 2022 was [gedaagde] betrokken bij twee voorvallen op de openbare weg waarbij schade is ontstaan aan een auto van een derde (hierna: de derde). Deze schade bedraagt volgens het overgelegde schadecalculatierapport (productie 9 van [eiseres] ) € 1.581,16.
3.2.
[eiseres] stelt dat met de dashcambeelden (die zijn gemaakt door de derde) is aangetoond dat [gedaagde] de schade opzettelijk heeft veroorzaakt. Artikel 2.1.1 van de toepasselijke Aanvullende Voorwaarden bepaalt dat opzettelijk veroorzaakte schade niet wordt vergoed.
3.3.
Uit de dashcambeelden volgt dat er twee voorvallen zijn geweest. Het eerste voorval vond plaats op de snelweg bij het ritsen. [gedaagde] heeft hierover op de zitting nader toegelicht dat de derde gas gaf terwijl [gedaagde] wilde ritsen en dat de derde hierdoor met de rechtervoorkant van zijn auto botste tegen de auto van [gedaagde] . [eiseres] is niet naar de zitting gekomen om de nodige toelichtingen te geven en om vragen van de kantonrechter te beantwoorden. Dit terwijl in de oproepbrief staat dat [eiseres] wordt verwacht aanwezig te zijn en dat het in haar nadeel kan werken als zij niet komt.
3.4.
Bovendien heeft [eiseres] gesteld dat de gevorderde schade is ontstaan bij het tweede voorval (bij het stoplicht) waarbij [gedaagde] de derde heeft aangereden. Volgens [gedaagde] was dit niet opzettelijk, maar hier gaat de kantonrechter niet in mee. Op de dashcambeelden is duidelijk te zien dat [gedaagde] zijn auto in de achteruitversnelling zet, recht achteruit rijdt, daarbij tegen (de voorkant van) de auto van de derde aanrijdt en daarna zelfs nog extra gas geeft waarbij de auto van de derde naar achteren wordt geduwd. Hierbij is schade aan de voorkant van auto van de derde ontstaan.
3.5.
Uit het schadecalculatierapport blijkt dat de auto van de derde zowel aan de voorkant als aan de rechter(voor)zijde beschadigd was. Aangezien [eiseres] alleen het tweede voorval ten grondslag heeft gelegd aan zijn schadevordering en verder niet heeft weersproken dat er (ook) bij het eerste voorval schade is ontstaan door toedoen van de derde, zal de kantonrechter alleen de schade toewijzen die is ontstaan bij het tweede voorval. [gedaagde] is dus alleen aansprakelijk voor de schade aan de voorzijde en niet aan de schade aan de rechter(voor)zijde van de auto van de derde. De schade aan de voorzijde zal de kantonrechter, mede aan de hand van het schadecalculatierapport, begroten op € 440,00, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals onder de beslissing is vermeld.
3.6.
Daarnaast vordert [eiseres] € 237,17 aan incassokosten. [eiseres] heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de wettelijke eisen. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding toewijzen tot het wettelijke tarief dat volgens het
Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokostenaansluit bij de toewijsbare hoofdsom. Dit betekent dat een vergoeding van € 66,00 toewijsbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum van dagvaarding.
De proceskosten worden gecompenseerd
3.7.
Gelet op de uitkomst van deze procedure ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren. Iedere partij draagt dus de eigen proceskosten.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:
  • € 440,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf 27 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
  • € 66,00 aan incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2025;
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026
1298