ECLI:NL:RBMNE:2026:1131

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11913247 \ LC EXPL 25-2068 AW/1583
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g BWArt. 6:230o BWArt. 6:230p BWArt. 6:230s BWArt. 6:230r BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument ontbindt overeenkomst thuisbatterij en krijgt aanbetaling terug

Op 6 mei 2025 sloot eiser een overeenkomst met gedaagde voor levering en installatie van een thuisbatterij. Eiser betaalde een aanbetaling van € 3.150,00 en maakte vervolgens gebruik van zijn herroepingsrecht binnen de wettelijke termijn van veertien dagen. Gedaagde weigerde terugbetaling van de aanbetaling.

De kantonrechter oordeelde dat eiser als consument handelde en dat de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden is. Het beroep van gedaagde op uitsluiting van het herroepingsrecht wegens maatwerk of volledige nakoming binnen de herroepingstermijn faalde, omdat de thuisbatterij niet als uniek maatwerk kon worden aangemerkt en de overeenkomst niet volledig was nagekomen.

Verder werd geoordeeld dat eiser geen betalingsverplichting had voor deels uitgevoerde diensten, omdat gedaagde niet had gewezen op kosten bij voortijdige uitvoering. Gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling, wettelijke rente, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11913247 \ LC EXPL 25-2068 AW/1583
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Legal Advice Wanted B.V.,
tegen
[gedaagde] B.V., tevens bekend onder de namen [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.E. van Rossem.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek en de aanvullende akte
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
Op 6 mei 2025 heeft [eiser] telefonisch contact gehad met [gedaagde] voor de aankoop en installatie van een thuisbatterij. Er is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen voor de levering van een thuisbatterij voor € 14.489,75. Op 10 mei 2025 heeft een medewerker van [gedaagde] [eiser] thuis bezocht en heeft [eiser] een formulier ‘bevestig afspraak’ ondertekend en een bedrag van € 3.150,00 aanbetaald. [eiser] heeft zich bedacht en een beroep gedaan op het herroepingsrecht. [eiser] heeft [gedaagde] verzocht de aanbetaling terug te betalen. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. [eiser] vordert nu dan ook terugbetaling van het bedrag van de aanbetaling. Ook vordert hij een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Volgens [gedaagde] geldt het herroepingsrecht niet en als dat wel het geval is dan beroept [gedaagde] zich onder andere op verrekening. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] toe.

3.De beoordeling

[eiser] is consument
3.1.
Als onbetwist staat vast dat [gedaagde] handelde in het kader van haar bedrijfsactiviteit als verkoper en installateur van thuisbatterijen. De vraag is of [eiser] de overeenkomst heeft gesloten in de hoedanigheid van consument in de zin van artikel 6:230g BW.
3.2.
Volgens [gedaagde] handelde [eiser] niet als natuurlijk persoon. Volgens haar is sprake van een overeenkomst met zakelijke elementen. De kantonrechter gaat daar niet in mee. [eiser] heeft de thuisbatterij aangeschaft voor zijn privé-woning. De overeenkomst is op persoonlijke titel gesloten. Dat er fiscaalrechtelijk de mogelijkheid bestaat om BTW terug te vragen op de investering maakt [eiser] nog geen ondernemer.
3.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter is aldus sprake van een consumentenovereenkomst en kan [eiser] dus een beroep doen op de bepalingen die strekken tot de bescherming van consumenten.
De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden
3.4.
De kantonrechter stelt vast dat er in deze zaak sprake is van een overeenkomst op afstand dan wel een overeenkomst die buiten de verkoopruimte tot stand is gekomen. Volgens [gedaagde] is de overeenkomst telefonisch tot stand gekomen op 6 mei 2025 en volgens [eiser] door ondertekening bij hem thuis op 10 mei 2025. Wanneer de overeenkomst precies tot stand is gekomen kan in dit geval in het midden blijven. Op grond van artikel 6:230o BW mag een consument de overeenkomst zonder opgave van redenen binnen veertien dagen ontbinden. [eiser] heeft met de brief van 12 mei 2025 gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht binnen voornoemde termijn – zowel in het geval de overeenkomst op 6 mei 2025 is gesloten als in het geval dat de overeenkomst op 10 mei 2025 is gesloten – en de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
3.5.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat het herroepingsrecht in het geval van [eiser] niet geldt. [gedaagde] beroept zich hiermee op artikel 6:230p onder d BW waarin is bepaald dat een consument geen recht van (kosteloze) ontbinding heeft als sprake is van een overeenkomst tot het verrichten van diensten, na nakoming van de overeenkomst, indien:
1°. de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument; en
2°. de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst is nagekomen;
Dit beroep gaat echter niet op. Weliswaar kan worden aangenomen dat de overeenkomst gedeeltelijk ziet op het leveren van een dienst, namelijk het installeren van de thuisbatterij, maar dit enkele feit maakt niet dat [gedaagde] zich kan beroepen op dit artikel. Uit het artikel volgt namelijk dat een consument geen ontbindingsrecht heeft als de dienstverlener de nakoming van de overeenkomst volledig is nagekomen binnen de ontbindingstermijn. Niet gesteld of gebleken is dat de overeenkomst volledig is nagekomen binnen de ontbindingstermijn. Daarmee is de situatie als bedoeld in artikel 6:230p onder d BW hier niet aan de orde.
3.6.
[gedaagde] heeft verder nog aangevoerd dat er sprake is van maatwerk. [gedaagde] beroept zich hiermee op artikel 6:230p onder f BW. In dat artikel is onder andere bepaald dat in het geval van een consumentenkoop – waarvan voor wat betreft de levering van de batterij in deze zaak sprake is – geen recht op ontbinding bestaat wanneer het gaat om volgens specificaties van de consument vervaardigde zaken, die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn. In de Europese Richtlijn Consumentenrechten wordt hierbij het voorbeeld van op maat gemaakte gordijnen genoemd (onder nr. 49) en in de memorie van toelichting bij het artikel wordt een door de consument samengesteld boek met vakantiefoto’s genoemd (Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 40). In diezelfde memorie van toelichting staat geschreven:
‘Heeft een consument de keuze uit een aantal standaardmaten van bijvoorbeeld tafels, dan is er geen sprake van een volgens opgave van de consument vervaardigde zaak.’Deze uitzondering op het herroepingsrecht doet zich dus alleen voor bij een uniek en gepersonaliseerd product.
3.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan in het onderhavige geval geen sprake. Het moge zo zijn dat een technische schouw is uitgevoerd en dat de installatie van de thuisbatterij is afgestemd op de situatie van [eiser] , maar dat is onvoldoende om de thuisbatterij uniek en gepersonaliseerd te noemen. [eiser] stelt onbetwist dat hij enkel heeft kunnen kiezen tussen verschillende grootten van de thuisbatterij. De kantonrechter heeft gezien dat op de prijsopgave staat vermeld dat er sprake is van een ‘persoonlijk aanbod op maat’. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] dit vermeldt, is onvoldoende voor de conclusie dat het ook daadwerkelijk een aanbod op maat is. Dat [eiser] heeft aangekruist dat hij zich ervan bewust is dat hij één of meer maatwerkproducten besteld waardoor zijn herroepingsrecht zou zijn uitgesloten, maakt hetgeen hiervoor is opgemerkt evenmin anders.
3.8.
De kantonrechter stelt dan ook vast dat de overeenkomst door [eiser] rechtsgeldig is ontbonden. De gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, zal daarom worden toegewezen.
3.9.
Vervolgens moet het beroep van [gedaagde] op artikel 6:230s lid 4 BW worden beoordeeld. Onder bepaalde omstandigheden kan ontbinding van een overeenkomst bepaalde betalingsverplichtingen meebrengen voor consumenten wanneer de overeenkomst al gedeeltelijk is uitgevoerd. Voorwaarde daarvoor is dat de consument de handelaar uitdrukkelijk heeft verzocht om te beginnen met het verrichten van de diensten tijdens de ontbindingstermijn. Bij ondertekening van de overeenkomst heeft [eiser] het vakje aangekruist waarin hij uitdrukkelijk verzoekt om binnen 14 dagen met de uitvoering te beginnen. Voor een geslaagd beroep op artikel 6:230s lid 4 BW is dit nodig, maar in dat geval had [gedaagde] [eiser] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst [eiser] ook op deze kosten moeten wijzen (zie T&C artikel 6:230s lid 4 BW en overweging 50, art. 14 lid 3 Richtlijn Pro 2011/83/EU; MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33520, 3, p. 46). Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] geen kosten verschuldigd is aan [gedaagde] in verband met het ontbinden van de overeenkomst. Van verrekening, zoals door [gedaagde] is verzocht, kan dan ook geen sprake zijn.
[gedaagde] moet de aanbetaling terugbetalen
3.10.
Aangezien de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, heeft [eiser] recht op teruggave van het aanbetaalde bedrag van € 3.150,00 binnen veertien dagen na de dag van ontvangst van de verklaring tot ontbinding (artikel 6:230r lid 1 BW). [gedaagde] moet het bedrag van € 3.150,00 dan ook terugbetalen aan [eiser] .
[gedaagde] moet wettelijke rente over het aankoopbedrag betalen
3.11.
De gevorderde rente over de hoofdsom zal worden toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke rente toewijsbaar is vanaf 10 mei 2025 omdat [eiser] op dat moment aan [gedaagde] heeft betaald.
Buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen
3.12.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 532,40 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat [eiser] niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.13.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
253,00
(1 punt × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
784,54
3.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.15.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] op 12 mei 2025 buitengerechtelijk is ontbonden;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag, met ingang van 10 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 532,40 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 784,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.