Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] ,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.
“Een aanpassing van dit artikel is gewenst om de aanleg van uitwegen mogelijk te maken als er in een straat geen parkeerproblemen aanwezig zijn”. De rechtbank acht dit een duidelijke en juiste omschrijving van wat de wijziging van het artikel inhoudt. Het enkele gegeven dat het raadsvoorstel is afgedaan als hamerstuk, is onvoldoende om te spreken van onzorgvuldige besluitvorming. De rechtbank ziet daarom geen reden om te oordelen dat bij de wijziging van de Apv sprake is geweest van onzorgvuldige besluitvorming die het buiten toepassing laten van het voorschrift tot gevolg zou moeten hebben.
“Er gaat inderdaad een deel van de te gebruiken parkeerruimte verloren, maar de verloren ruimte is feitelijk niet genoeg voor 1 auto (de uitrit is 4 meter en de ruimte voor auto is 5,5 meter). Er wordt ook en voertuig minder in de openbare ruimte geparkeerd, aangezien de bewoners van nr. [nummer] hun auto nu op eigen terrein kunnen parkeren. Daarnaast blijkt uit het laatste parkeeronderzoek uit 2023 dat er weinig tot geen sprake is van hoge parkeerdruk in de buurt. Voor de telgegevens verwijzen wij naar bijlage 2 bij het commissieadvies en naar de aparte bijlage bij dit besluit. Er zal dus altijd een parkeerplek beschikbaar zijn, in ieder geval binnen 150 meter loopafstand”.
Conclusie en gevolgen
€ 17,84 voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,-- moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 17,84 aan proceskosten.