ECLI:NL:RBMNE:2026:117

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
C/16/602449 / KG ZA 25-570
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanbestedingsprocedure gemeente Almere en geschiktheidseisen voor beveiliging van gemeentelijke opvanglocaties

In deze zaak heeft [eiseres] B.V. een kort geding aangespannen tegen de gemeente Almere, omdat zij van mening is dat de tussenkomende partij, [tussenkomende partij] B.V., niet voldoet aan de geschiktheidseisen die door de gemeente zijn gesteld in het kader van een aanbestedingsprocedure voor de beveiliging van gemeentelijke opvanglocaties. De voorzieningenrechter heeft op 8 januari 2026 de mondelinge behandeling gehouden en op 22 januari 2026 uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente Almere de aanbesteding op juiste wijze heeft uitgevoerd en dat [tussenkomende partij] met haar VEB-erkenning voldoet aan de gestelde eisen. De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat de gemeente onterecht de opdracht aan [tussenkomende partij] heeft gegund. Tevens wordt [eiseres] veroordeeld in de proceskosten van de gemeente Almere en [tussenkomende partij]. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de proceskosten in incident worden gecompenseerd, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en de rol van de aanbestedende dienst in het stellen van geschiktheidseisen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/602449 / KG ZA 25-570
Vonnis in kort geding van 22 januari 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaten: mrs. M.E. Berends-de Weerd en M.N. Strijker,
tegen
GEMEENTE ALMERE,
gevestigd te Almere,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente Almere,
advocaten: mrs. A.P.M. Waaijer en D. Wolters Rückert,
met tussenkomende partij:
[tussenkomende partij] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
tussenkomende partij,
hierna te noemen: [tussenkomende partij] ,
advocaten: mrs. P. Heijnsbroek en A.F. de Jong.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [eiseres]
- de conclusie van antwoord van de gemeente Almere
- de incidentele conclusie tot tussenkomst van [tussenkomende partij]
- de conclusie na interventie van [tussenkomende partij]
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres] .

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] heeft ingeschreven op de aanbestedingsprocedure van de gemeente Almere voor de beveiliging van de gemeentelijke opvanglocaties in Almere. De gemeente Almere is van plan de opdracht te gunnen aan [tussenkomende partij] . [eiseres] is het hier niet mee eens, omdat [tussenkomende partij] niet zou voldoen aan de door de gemeente Almere gestelde geschiktheidseis. Dit standpunt is onjuist en de voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen van [eiseres] af.

3.De beoordeling

Het incident
[tussenkomende partij] mag tussenkomen in deze procedure en de proceskosten in incident worden gecompenseerd
3.1.
De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling geoordeeld dat [tussenkomende partij] mag tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de gemeente Almere. Aan alle vereisten voor tussenkomst is voldaan.
3.2.
Omdat [eiseres] en de gemeente Almere geen bezwaar hebben gemaakt tegen het verzoek van [tussenkomende partij] om te mogen tussenkomen, heeft de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling ook geoordeeld dat de proceskosten in incident worden gecompenseerd. Dit betekent dat [eiseres] , de gemeente Almere en [tussenkomende partij] in incident ieder hun eigen kosten dragen.
De hoofdzaak
Vorderingen [eiseres]
[tussenkomende partij] voldoet met haar VEB-erkenning aan de geschiktheidseis over de certificering
3.3.
[eiseres] vordert dat [tussenkomende partij] wordt uitgesloten van de aanbestedingsprocedure, omdat [tussenkomende partij] niet voldoet aan de geschiktheidseis over certificering. Dit is onjuist. [tussenkomende partij] heeft een VEB-erkenning en voldoet daarmee aan deze geschiktheidseis.
3.4.
De gemeente Almere heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor een raamovereenkomst voor de beveiliging van gemeentelijke opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen in Almere. De gunning van de opdracht vindt plaats op basis van het gunningscriterium ‘beste prijs-kwaliteitsverhouding’. In de Offerteaanvraag heeft de gemeente Almere als voorwaarde voor inschrijving de volgende geschiktheidseis (hierna: certificeringsgeschiktheidseis) gesteld:
4.3.2.2 Certificering
Inschrijver dient in het bezit te zijn van een geldig kwaliteitsmanagementcertificaat op basis van de norm ISO 9001:2008/15. Als een inschrijver bij gunning niet of nog niet beschikt over het gevraagde kwaliteitsmanagementcertificaat ISO 9001:2008/15 dan dient inschrijver aan te tonen te beschikken over een (intern) kwaliteitsborgingssysteem (zorg, beheersing en borging) welke eveneens aan externe inhoudelijke controle onderhevig is.
Inschrijver dient in het bezit te zijn van een actueel (geldig) Keurmerk Beveiliging van de Nederlandse Veiligheidsbranche of een gelijkwaardig document. Dit wordt overlegd bij aanvraag door gemeente Almere.”
3.5.
Tijdens de inlichtingenfase heeft één van de inschrijvers de gemeente Almere gevraagd te bevestigen dat het keurmerk van de Verenigde Erkende Beveiligingsbedrijven (hierna: de VEB-erkenning) als gelijkwaardig wordt beschouwd aan het Keurmerk Beveiliging van de Nederlandse Veiligheidsbranche (hierna: het Keurmerk Beveiliging). De gemeente Almere heeft die vraag in de Nota van Inlichtingen van 3 juli 2025 bevestigend beantwoord. Zo luidt het antwoord van de gemeente Almere:
“Gemeente Almere kan bevestigen dat het keurmerk van de Vereniging Erkende
Beveiligingsbedrijven (VEB) als gelijkwaardig wordt geschouwd.”
3.6.
Door dit antwoord van de gemeente Almere was het bij inschrijving voor alle inschrijvers, waaronder [eiseres] , duidelijk dat met de VEB-erkenning werd voldaan aan de certificeringsgeschiktheidseis. Het gaat daarbij namelijk om de vraag hoe een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de ervaringseis heeft moeten begrijpen. [1] De gemeente Almere heeft in de Nota van Inlichtingen van 3 juli 2025 expliciet gezegd dat de VEB-erkenning gelijkwaardig is aan het Keurmerk Beveiliging.
3.7.
[tussenkomende partij] voldoet met haar VEB-erkenning dus aan deze eis. De gemeente Almere moet de door haar gestelde voorwaarden en spelregels handhaven en mocht [tussenkomende partij] niet uitsluiten. Als zij dat zou doen, zou dat in strijd zijn met de aanbestedingsrechtelijke beginselen zoals het transparantiebeginsel. Aangezien [tussenkomende partij] de hoogste totaalscore had, is de opdracht terecht aan [tussenkomende partij] gegund.
De feitelijke gelijkwaardigheid van de VEB-erkenning
3.8.
De stelling van [eiseres] dat de VEB-erkenning volgens haar feitelijk niet gelijk is aan het Keurmerk Beveiliging, is niet relevant. Het is immers aan de gemeente Almere als aanbestedende dienst om de voorwaarden en spelregels te stellen. De gemeente Almere mag als aanbestedende dienst in principe dus zelf bepalen of de VEB-erkenning voor deze aanbesteding als gelijkwaardig kan worden beschouwd aan het Keurmerk Beveiliging. Voor zover [eiseres] ook stelt dat de gemeente Almere deze spelregel niet had
mogenstellen nu de VEB-erkenning in haar ogen niet gelijk is aan het Keurmerk Beveiliging, overweegt de voorzieningenrechter dat zij deze stelling niet heeft onderbouwd. [eiseres] stelt namelijk niet waarom de gemeente Almere deze eis niet had mogen stellen, bijvoorbeeld omdat en waarom de certificeringsgeschiktheidseis niet proportioneel zou zijn. [2]
De vorderingen van [eiseres] worden afgewezen
3.9.
[eiseres] vordert de gemeente te gebieden om [tussenkomende partij] uit te sluiten van deze aanbestedingsprocedure en de opdracht aan [eiseres] te gunnen of anders over te gaan tot heraanbesteding. Omdat niet is gebleken dat de gemeente Almere de opdracht niet aan [tussenkomende partij] mocht gunnen of er redenen zijn waarom de aanbesteding opnieuw zou moeten, worden de vorderingen van [eiseres] afgewezen.
[eiseres] moet de proceskosten van de gemeente Almere betalen
3.10.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente Almere worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.020,00
3.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Vorderingen [tussenkomende partij]
De vorderingen van [tussenkomende partij] worden afgewezen
3.12.
De gemeente Almere heeft aangegeven dat zij de opdracht zal gunnen aan [tussenkomende partij] . [tussenkomende partij] heeft dus geen belang (meer) bij toewijzing van haar vordering de gemeente te verbieden [tussenkomende partij] te passeren voor gunning van de opdracht. Daarom wordt de vordering van [tussenkomende partij] afgewezen.
[tussenkomende partij] moet de proceskosten betalen
3.13.
[tussenkomende partij] moet als verliezend partij de proceskosten van de gemeente Almere betalen. De proceskosten van de gemeente Almere worden begroot op nihil, omdat niet is gebleken dat zij als gevolg van de vordering van [tussenkomende partij] extra kosten heeft moeten maken.
3.14.
Ondanks de afwijzing van de vordering van [tussenkomende partij] moet [eiseres] in haar verhouding met [tussenkomende partij] worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van [tussenkomende partij] was namelijk voorkomen dat de opdracht niet aan haar zou worden gegund. Dit doel is bereikt. [eiseres] wordt dan ook veroordeeld in de proceskosten van [tussenkomende partij] . De proceskosten van [tussenkomende partij] worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.020,00
3.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
In de hoofdzaak
Vorderingen van [eiseres]
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van de gemeente Almere van € 2.020,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van de gemeente Almere als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
Vorderingen [tussenkomende partij]
4.4.
wijst de vorderingen van [tussenkomende partij] af,
4.5.
veroordeelt [tussenkomende partij] voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen in de proceskosten van de gemeente Almere, tot dusver begroot op nihil,
4.6.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [tussenkomende partij] van € 2.020,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van [tussenkomende partij] als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
Vorderingen [eiseres] en [tussenkomende partij]
4.8.
verklaart de proceskostenveroordelingen voor de gemeente Almere en [tussenkomende partij] uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Praamstra en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
MvD 5633

Voetnoten

1.Hof van Justitie 29 april 2004, ECLI:EU:C:2004:236, r.o. 111.
2.Artikel 2.93 van de Aanbestedingswet 2012.