De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleegzorgvoorziening. De kinderrechter heeft eerder op 28 augustus 2025 een machtiging verleend en een ondertoezichtstelling opgelegd.
Tijdens de zitting op 24 februari 2026 is gebleken dat er positieve ontwikkelingen zijn: de minderjarige verblijft inmiddels vijf dagen per week bij de ouders en anderhalve dag bij de oma, die een belangrijke hechtingsfiguur is. De ouders tonen bereidheid tot samenwerking en verbetering van hun opvoedcapaciteiten, maar er is nog onzekerheid over hun draagkracht om volledig voor de minderjarige te zorgen.
De GI en de oma achten het daarom noodzakelijk dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd om de veiligheid, stabiliteit en rust voor de minderjarige te waarborgen. De kinderrechter verklaart de verlenging uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De beslissing is genomen in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige en geldt tot 28 augustus 2026.