Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub1] ,
2.[gedaagde sub2] ,
[gedaagde sub3],
[gedaagde sub4],
[gedaagde sub5],
[gedaagde sub6],
[gedaagde sub7],
[gedaagde sub8],
[gedaagde sub9],
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding
- de akte indiening producties 1 t/m 35 van [eiser]
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, tevens eis in incident, van [gedaagde sub1] met producties 1 t/m 31
- de antwoordakte in het incident.
2.De beoordeling
Het geschil in het incident
II.KEUZELEGAAT
Mijn partner moet de waarde van een aan hem gelegateerd goed aan de erfgenamen naar rato van ieders erfdeel uitkeren.
De waarde van het goed wordt vastgesteld in onderling overleg tussen mijn partner en mijn erfgenamen. Indien in onderling overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de waarde wordt deze vastgesteld door een deskundige, te benoemen door de Kantonrechter van de Rechtbank van het Arrondissement waarin ik mijn laatste woonplaats in Nederland had.
De uitkering aan de erfgenamen moet plaatsvinden in de hierna genoemde gevallen waarin het vruchtgebruik eindigt. Over het door mijn partner verschuldigde bedrag is geen rente verschuldigd.
IV. ERFSTELLING
VII. VERVAL BESCHIKKINGEN PARTNER
3.De beslissing
6 mei 2026,
6 mei 2026voor het overleggen door [gedaagde sub1] van een kopie van de oproeping,
17 juni 2026een conclusie mag nemen met daarin zijn reactie op de vordering van [eiser] om voor recht te verklaren dat [gedaagde sub1]
geenvordering heeft op de nalatenschap en op de subsidiaire vordering van [gedaagde sub1] om vast te stellen dat [gedaagde sub1]
weleen vordering heeft op de nalatenschap ter grootte van het door [gedaagde sub1] gestelde bedrag, alsmede op de vorderingen van [gedaagde sub1] om de vereffenaar te veroordelen zijn medewerking te verlenen aan de wijziging van de tenaamstelling van de door [gedaagde sub1] genoemde twee auto’s.