ECLI:NL:RBMNE:2026:1185
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-tijdig beslissen Woo-verzoek en doorverwijzing naar bezwaarprocedure
Eiseres diende een Woo-verzoek in bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 1 augustus 2023. Omdat de minister niet tijdig besloot, stelde eiseres op 2 juli 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De minister nam vervolgens op 17 juli 2024 en 27 januari 2025 twee deelbesluiten.
Eiseres gaf aan het niet eens te zijn met deze deelbesluiten en trok haar beroep niet in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels heeft beslist en eiseres daardoor geen belang meer heeft bij dat deel van het beroep.
Echter, omdat de deelbesluiten niet volledig tegemoetkomen aan het Woo-verzoek en eiseres bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud, richt het beroep zich ook tegen deze besluiten. De rechtbank verwijst het beroep met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, Awb door naar de minister om in bezwaar te behandelen, omdat een heroverweging kan leiden tot een beter gemotiveerd besluit.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€467) en het griffierecht (€371), aangezien het beroep niet ten onrechte is ingesteld. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 27 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de inhoudelijke besluiten is doorverwezen naar de minister voor bezwaarbehandeling.