ECLI:NL:RBMNE:2026:1188
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid uitspraak op bezwaar parkeerbelasting na termijnoverschrijding
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat zijn auto op een parkeerplaats stond zonder betaling. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar de heffingsambtenaar nam de uitspraak op bezwaar buiten de wettelijke beslistermijn. Eiser stelde dat hierdoor de heffingsambtenaar niet meer bevoegd was om een besluit te nemen.
De rechtbank stelde vast dat er geen geschil was over het feit dat de parkeerbelasting verschuldigd was. De heffingsambtenaar erkende dat de uitspraak op bezwaar te laat was genomen, maar betoogde dat het besluit desalniettemin rechtsgeldig was. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat de uitspraak op bezwaar rechtsgeldig tot stand was gekomen, ook zonder verlenging van de beslistermijn.
Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, werd niet inhoudelijk op het verzoek om schadevergoeding ingegaan. Eiser kreeg het betaalde griffierecht niet terug en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 4 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtsgeldigheid van de uitspraak op bezwaar ondanks overschrijding van de beslistermijn.