ECLI:NL:RBMNE:2026:1195
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over informatieverzoek Wet politiegegevens wegens onvoldoende motivering
Eiser heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) om informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens door de Koninklijke Marechaussee (KMar). De minister van Defensie heeft op 11 mei 2023 een besluit genomen waarin werd meegedeeld dat uit een zoekslag in de relevante systemen van de KMar geen persoonsgegevens van eiser naar voren zijn gekomen.
Eiser was het niet eens met dit besluit en stelde beroep in. Hij voerde aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd omdat de zoekslag niet was toegelicht in het besluit zelf, maar pas later in het verweerschrift en tijdens de zitting. Daarnaast stelde eiser dat de zoekslag niet volledig was, onderbouwd met zijn ervaringen van hinder bij grenspassages en een sollicitatie bij de KMar in 2013.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en daarom in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De nadere motivering in het verweerschrift en tijdens de zitting was echter toereikend. De rechtbank stelde vast dat de zoekslag volledig was verricht in de systemen BPS en SUMM-IT en dat navraag bij de afdeling Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering geen gegevens opleverde.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er toch persoonsgegevens van hem onder de verantwoordelijkheid van de KMar berusten. Zijn stellingen over grensbelemmeringen en screening bij sollicitatie werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.