ECLI:NL:RBMNE:2026:1195
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over informatieverzoek Wet politiegegevens wegens onvoldoende motivering
Eiser heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) om informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens door de Koninklijke Marechaussee (KMar). De minister van Defensie heeft op 11 mei 2023 een besluit genomen waarin werd meegedeeld dat uit een zoekslag in de relevante systemen van de KMar geen persoonsgegevens van eiser naar voren zijn gekomen.
Eiser betwist dit besluit en stelt dat de zoekslag onvoldoende is gemotiveerd en niet volledig is geweest. Hij onderbouwt dit met ervaringen van hinder bij grenspassages en een eerdere sollicitatie bij de KMar. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat de zoekslag niet in het besluit zelf is toegelicht, maar pas in het verweerschrift en tijdens de zitting.
De rechtbank vernietigt het besluit vanwege deze motiveringsgebreken, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de nadere motivering in het verweerschrift en tijdens de zitting toereikend is. De rechtbank acht de zoekslag volledig en oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er toch persoonsgegevens van hem door de KMar worden verwerkt.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.