ECLI:NL:RBMNE:2026:1212

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
12067103 \ MV EXPL 26-9
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWBesluit gemeentelijke schuldhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming huurwoning wegens huurachterstand en betaling achterstallige huur

In deze kort geding procedure vordert eiseres ontruiming van een onzelfstandige woonruimte en betaling van een huurachterstand van zeven maanden door gedaagde. Gedaagde betwist het spoedeisend belang en stelt dat een bodemprocedure kan worden afgewacht, maar de kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand oploopt en dat gedaagde onvoldoende aannemelijk maakt dat hij de achterstand zal inlossen.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand inmiddels ook de maanden februari en maart omvat en dat gedaagde slechts stelt op een wachtlijst te staan voor schuldhulpverlening, wat onvoldoende is. Daarom is sprake van een spoedeisend belang en is het aannemelijk dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden.

De ontruiming wordt daarom als voorlopige voorziening toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de huurachterstand van €7.000,00 tot en met maart 2026, de lopende huur vanaf april 2026 tot oplevering, en de proceskosten van €1.403,02. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de huurwoning binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12067103 \ MV EXPL 26-9
Vonnis in kort geding van 16 maart 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M.R. Koppe,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 januari 2026 met producties 1 tot en met 15;
- de akte van [eiseres] met producties 16 en 17;
- de akte vermeerdering van eis met productie 18;
- de mondelinge behandeling van 2 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van [eiseres] .
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er heden vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] verhuurt een onzelfstandige woonruimte aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Ook veroorzaakt hij volgens [eiseres] overlast. Zij vordert in dit kort geding daarom dat [gedaagde] de woning ontruimt en de huurachterstand betaalt. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe.

3.De beoordeling

[eiseres] heeft een spoedeisend belang
3.1.
Voor toewijzing van een vordering in kort geding is een spoedeisend belang vereist. Hiervan is sprake als, gelet op de belangen van partijen, op korte termijn een voorziening geboden is en de afloop van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
3.2.
[gedaagde] heeft het bestaan van een spoedeisend belang betwist. Volgens hem kan niet worden ingezien waarom een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De kantonrechter is het niet met hem eens. Vast staat dat er een huurachterstand van zeven maanden bestaat. Deze huurachterstand loopt steeds verder op. Sinds het uitbrengen van de dagvaarding is ook de huur van februari en maart ook niet betaald en de kans is reëel dat deze achterstand nog verder oploopt. [gedaagde] heeft gesteld dat de huur van maart pas de dag na de mondelinge behandeling zal worden betaald. Voor zover dit al is gebeurd dan bestaat er nog steeds een forse huurachterstand van zes maanden. [gedaagde] heeft niet gesteld dat hij deze achterstand gaat inlossen en heeft ook niet onderbouwd hoe hij dat gaat doen. De enkele stelling dat hij op een wachtlijst staat voor een intakegesprek voor schuldhulpverlening is daarvoor onvoldoende. Aan de vereisten van het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening heeft [eiseres] voldaan. Gelet op het voorgaande heeft [eiseres] een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming.
De beoordeling in kort geding
3.3.
In dit kort geding moet worden beoordeeld of voldoende aannemelijk is dat de vordering van [eiseres] tot ontruiming van de woning in een bodemprocedure zal worden toegewezen en of het gelet op de belangen van partijen gerechtvaardigd is om vooruitlopend daarop de ontruiming in dit kort geding als voorlopige voorziening toe te wijzen. In dit vonnis geeft de kantonrechter alleen een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
3.4.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand van zeven maanden bestaat. Deze achterstand loopt steeds verder op en is zo groot dat van [eiseres] niet kan worden verlangd dat zij de huurovereenkomst laat voortduren. Zoals hiervoor al overwogen heeft [gedaagde] niet gesteld dat hij de achterstand gaat inlossen en heeft hij ook niet onderbouwd hoe hij dat gaat doen. De enkele stelling dat hij op een wachtlijst staat voor een intakegesprek voor schuldhulpverlening is daarvoor onvoldoende. Voldoende aannemelijk is daarom dat de bodemrechter de huurovereenkomst vanwege de huurachterstand zal ontbinden. Het is daarom gerechtvaardigd om vooruitlopend daarop de ontruiming in dit kort geding toe te wijzen.
3.5.
Omdat de ontruiming van de woning al vanwege de huurachterstand wordt uitgesproken, hoeft de vermeende door [gedaagde] veroorzaakte overlast niet besproken te worden.
3.6.
De gevorderde ontruiming van de woning zal dus worden toegewezen. [gedaagde] krijgt 14 dagen de tijd om de woning te ontruimen. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan hem door de deurwaarder is bezorgd.
[gedaagde] moet de huurachterstand betalen
3.7.
De huurachterstand tot en met de maand maart 2026 bedraagt € 7.000,00. [eiseres] vordert betaling daarvan. De kantonrechter zal [gedaagde] daartoe veroordelen. Ook de daarover gevorderde rente vanaf de vervaldata wordt toegewezen.
3.8.
[eiseres] vordert ook betaling van de lopende huur tot de datum waarop [gedaagde] de woning oplevert. Deze vordering wordt toegewezen vanaf de maand april 2026.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
577,00
(kanton KG eenvoudig)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.403,02
3.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen:
  • € 7.000,00 aan huurachterstand berekend tot en met de maand maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag waarop elk bedrag verschuldigd was tot de dag waarop alles is betaald, waarbij rekening wordt gehouden met tussentijdse betalingen;
  • € 1.000,00 per maand vanaf de maand april 2026 tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over elke niet (tijdig) betaalde huurtermijn vanaf de eerste dag van de betreffende maand tot de dag van betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woning (onzelfstandige woonruimte) aan de [adres] – eerste verdieping te [plaats] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan hem toebehoren en niet aan [eiseres] , en om deze woning met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.403,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, (kanton)rechter en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
45353