ECLI:NL:RBMNE:2026:1220

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
16/344477-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vier jaar gevangenisstraf voor grootschalige creditcardfraude via phishing

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar wegens grootschalige creditcardfraude. Verdachte pleegde computervredebreuk, gegevensmanipulatie, oplichting, diefstal, witwassen en had valse identiteitsbewijzen in bezit.

De fraude bestond uit het versturen van duizenden phishingmails en sms-berichten, waarmee verdachte toegang kreeg tot ICS-accounts van meer dan zeventig slachtoffers. Met onrechtmatig verkregen inloggegevens wijzigde hij accounts en verrichtte betalingen via Apple Pay. Bewijsmateriaal omvatte onder meer verkeersgegevens van telefoons, camerabeelden, banktransacties en aangetroffen goederen. Verdachte bekende grotendeels, maar ontkende betrokkenheid bij enkele slachtoffers. De rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend.

De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van vier jaar, met aftrek van voorarrest, en verbeurde inbeslaggenomen goederen. Tevens werden schadevergoedingen toegewezen aan slachtoffers en ICS, die de slachtoffers grotendeels schadeloos stelde. De rechtbank wees enkele vorderingen af wegens reeds vergoeding of onvoldoende onderbouwing. De straf en maatregelen weerspiegelen de ernst van de feiten en het grote aantal slachtoffers.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers en ICS.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/344477-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1991 ] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 6 maart 2026. Het onderzoek is gesloten op 27 maart 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. N. Schipper;
  • de advocaat van de verdachte: mr. J.A.J. Brahm (hierna: de advocaat);
  • mevrouw [A] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;
  • de heer [B] namens de benadeelde partij: International Card Services B.V. (hierna: ICS).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
in de periode van 5 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 in Almere en/of Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk in de servers en/of netwerken van onder meer ICS is binnengedrongen;
feit 2
in de periode van 5 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 in Almere en/of Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk inloggegevens van rekeninghouders/klanten van ICS heeft veranderd, aangepast en/of andere gegevens daaraan heeft toegevoegd;
feit 3
in de periode van 20 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 in Almere en/of Amsterdam, om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam, door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels rekeninghouders/klanten van ICS en/of andere banken heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen en/of het ter beschikking stellen van hun inloggegevens;
feit 4
in de periode van 20 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 in Almere en/of Amsterdam,
meerdere geldbedragen van rekeninghouders/klanten van ICS en/of andere banken heeft gestolen, door onrechtmatig verkregen inloggegevens te gebruiken en betalingen te verrichten met hun creditcards/ICS-account;
feit 5
in de periode van 20 januari 2024 tot en met 6 november 2024 in Almere en/of Amsterdam diverse designer kleding en/of dure items, een groot aantal telefoons en een groot contant geldbedrag heeft witgewassen en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of moest weten dat die voorwerpen van misdrijf afkomstig waren;
feit 6
op 6 november 2024 in Almere drie valse identiteitsbewijzen voorhanden heeft gehad;
feit 7
in de periode van 11 mei 2023 tot en met 6 november 2024 in Almere een iPhone en een laptop voorhanden heeft gehad met daarop materiaal dat bestemd was voor oplichtingspraktijken.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 7 heeft gepleegd. Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de te bewijzen pleegperiode van 23 januari 2024 tot en met 23 september 2024 is. Ten aanzien van feit 4 stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de verdachte gedeeltelijk dient te worden vrijgesproken, te weten met betrekking tot de aangevers onder de nummers 69, 70, 73 tot en met 82 en 84.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat stelt zich op het standpunt dat de feiten 1, 2, 3 en 4 kunnen worden bewezen, maar dat de verdachte van feiten 3 en 4 moet worden vrijgesproken ten aanzien van de aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , en van overige bedragen die niet aan de verdachte kunnen worden gekoppeld, tot een totaalbedrag van € 71.963,60.
Ten aanzien van feit 5 verzoekt de advocaat om de verdachte vrij te spreken. Ten aanzien van de feiten 6 en 7 heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De tenlastegelegde feiten 1, 2, 3, 4 en 7 zien op een phishing-constructie, waarover de verdachte in hoofdzaak een bekennende verklaring heeft afgelegd. Zo heeft hij de modus operandi, die hierna zal worden besproken, bekend, Ten aanzien van een (beperkt) aantal slachtoffers heeft hij aangegeven dat hij daar niet bij betrokken is, dan wel dat hij deze namen niet kent. Ook heeft de raadsvrouw ten aanzien van een aantal slachtoffers verweren strekkende tot (partiele) vrijspraak gevoerd.
De bewijsmiddelen ten aanzien van slachtoffers die de verdachte heeft bekend en waartegen geen verweer is gevoerd, staan opgesomd in bijlage II. In het hiernavolgende zal de rechtbank de start en de grote lijn van het onderzoek beschrijven, en bewijs bespreken dat relevant is voor alle strafbare feiten. Daarbij wordt (ook) specifiek verwezen naar bewijsmiddelen in het dossier die betrekking hebben op de slachtoffers die de verdachte niet heeft bekend, dan wel waartegen verweer is gevoerd. Ten aanzien van deze slachtoffers volgt ook een nadere bewijsoverweging.
Bewijsmiddelen t.a.v. alle feiten [1]
3.3.1.
Inleiding
De aanleiding tot het onderzoek is gelegen in het volgende.
Op 30 mei 2024 heeft [slachtoffer 8] aangifte gedaan van phishing. [2] Hij had op 26 april 2024 een e-mail ontvangen die afkomstig leek te zijn van ICS, waarin [slachtoffer 8] eraan herinnerd werd dat hij zich via een link moest identificeren door zijn persoonsgegevens in te vullen. Nadat hij dit had gedaan, werden door een hem onbekende persoon meerdere afschrijvingen met zijn creditcard gedaan via de betaalfunctie Apple Pay. Ook bleek dat het e-mailadres en telefoonnummer van zijn ICS account waren veranderd.
Op 23 mei 2024 werd ICS geattendeerd op een soortgelijk geval van een overname van een ICS-account, waarbij de accountgegevens van de rekeninghouder (e-mail, telefoon) waren gewijzigd. Hierop heeft de politie een onderzoek gestart onder de naam Gardenia, waaruit de verdenking rees dat er naast aangever [slachtoffer 8] tientallen anderen op dezelfde wijze slachtoffer waren geworden. [3]
Op 20 augustus 2024 heeft ICS aangifte gedaan van onder andere oplichting en witwassen. [4] Zij beschrijft dat fraudeurs zich wederrechtelijk de toegang hebben verschaft tot het ICS-account van die klanten, om vervolgens door gegevensmanipulatie onrechtmatig gebruik te maken van de creditcards van die klanten. [5] Volgens de door ICS aangeleverde gegevens is op 23 januari 2024 voor het eerst binnengedrongen in het systeem van ICS, waarbij de accounts van meerdere aangevers ( [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] ) zijn overgenomen. Volgens dezelfde informatie van ICS is dit voor het laatst gebeurd op 23 september 2024 (bij aangever [slachtoffer 14] ). [6]
Ook diverse klanten van ICS hebben aangifte gedaan dat buiten hun medeweten en zonder hun instemming afschrijvingen hebben plaatsgevonden vanaf hun ICS-rekening. Dit gaat onder meer om: [slachtoffer 2] [7] , [slachtoffer 3] [8] , [slachtoffer 4] [9] , [slachtoffer 5] [10] , [slachtoffer 15] [11] , [slachtoffer 6] [12] [slachtoffer 9] [13] en [slachtoffer 7] [14] . [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 3] geven aan dat zij via een link uit een e-mail, dan wel een SMS beweerdelijk afkomstig van ICS hebben ingelogd op hun ICS account en dat daarna frauduleuze afschrijvingen hebben plaatsgevonden.
3.3.2.
Herleiden van het gekoppelde telefoonnummer
Uit onderzoek bleek dat de creditcard met de gegevens van slachtoffer [slachtoffer 8] , zonder zijn medeweten, gekoppeld was aan een Apple Pay account op een iPhone. Tevens was het telefoonnummer [telefoonnummer] (tijdelijk) gekoppeld aan deze (virtuele) creditcard zodat daarmee betalingen konden worden verricht. Uit onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer in twee verschillende toestellen is gebruikt, namelijk: een Alcatel One Touch 1016D (IMEI-nummer [IMEI-nummer] ) en een Apple iPhone XR (IMEI-nummer [IMEI-nummer] ). [15]
Vervolgens zijn de historische verkeersgegevens van het IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] (de Alcatel) bevraagd in de periode van 28 februari 2024 tot en met 28 augustus 2024. Daaruit bleek dat er 474 registraties van dit IMEI-nummer waren [16] , waarvan 374 inkomende sms-berichten (ter verificatie) die afkomstig waren van ICS. Deze berichten kwamen binnen op 121 verschillende telefoonnummers die in de telefoon met dit IMEI-nummer (toestel) hadden gezeten. [17] Bij alle registraties van de opgevraagde verkeersgegevens kwamen telkens startpalen aan de [… ] en de [… ] in [woonplaats] naar voren. [18] Deze startpalen zijn gelegen in het dekkingsgebied waar tevens de woning van de verdachte ligt. [19] Van de simkaarten/telefoonnummers die gekoppeld zijn aan de ICS-accounts van (onder meer) aangevers [slachtoffer 2] [20] , [slachtoffer 3] [21] , [slachtoffer 5] [22] , [slachtoffer 4] [23] , [slachtoffer 6] [24] , [slachtoffer 7] [25] en [slachtoffer 9] [26] , is gebleken dat die alle in het toestel hebben gezeten met IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] . Op het moment van het sms-bericht ter verificatie van de aangevers [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] daarop werden ontvangen, straalde dit IMEI-nummer aan bij een zendmast aan de genoemde [… ] en de [… ] in Almere. [27]
Uit de historische verkeersgegevens van het IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] (de iPhone) bleek dat er in dezelfde bevraagde periode slechts twee telefoonnummers in dit toestel zijn gebruikt, waaronder [telefoonnummer] . Uit het onderzoek bleek dat dit nummer in de periode van 28 februari 2024 tot en met 1 april 2024 gekoppeld was aan een abonnementhouder, genaamd [getuige] . [28] Deze persoon is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij zijn telefoon na 1 april 2024 via marktplaats had verkocht. [29] De telefoon is vervolgens van 2 mei 2024 tot en met 13 mei 2024 gebruikt met het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] . De koper van Marktplaats gebruikte de naam ‘ [naam] ’ en had onder meer het telefoonnummer [telefoonnummer] aan dit account gekoppeld, dat op naam stond van verdachte. [30]
3.3.3.
Meer koppelingen tussen de beschuldigingen onder feit 1 tot en met 4 (de computervredebreuk, gegevensmanipulatie, de diverse oplichtingen en diefstallen) en de verdachte

Camerabeelden
Uit het onderzoek kwamen tientallen aangiftes naar voren, waarin aangevers verklaren dat ze op vergelijkbare wijze zijn opgelicht. Uit diverse aangiftes bleek dat er op verschillende plaatsen in verschillende winkels betalingen waren gedaan via Apple Pay, gekoppeld aan de ICS accounts van de aangevers. Er zijn camerabeelden opgevraagd van de momenten waarop deze betalingen werden gedaan. Uit de camerabeelden van de Jumbo, Action, Plus, McDonalds en Zara bleek dat, gezien het signalement, vermoedelijk één en dezelfde persoon telkens de betaling uitvoerde. [31] De politie heeft de verdachte op deze camerabeelden herkend. [32] Datzelfde geldt voor een frauduleuze betaling die plaatsvond bij Dior, waarbij de verdachte op de camerabeelden is herkend aan de hand van zijn shirt dat later bij hem thuis is aangetroffen. [33]
Daarnaast zijn er ook meerdere frauduleuze transacties uitgevoerd bij Coolblue op naam van [naam] Finder. [34] Het telefoonnummer dat bij een Coolblue transactie is gebruikt (eindigend op [telefoonnummer] ), is het telefoonnummer dat in het ICS account van aangever [slachtoffer 16] is gewijzigd na de take-over van het ICS account van [slachtoffer 16] . [35] [slachtoffer 16] heeft aangifte gedaan van ‘cybercrime’ op 30 maart 2024. [36] De voornaam ‘ [naam] ’ werd, zoals eerder vermeld, ook gebruikt door de verdachte voor de aankoop van de iPhone via Marktplaats. Eén van die frauduleuze transacties bij Coolblue betrof de aankoop van een grijze koptelefoon, die door de politie is herkend als de koptelefoon die door de verdachte werd gedragen op de camerabeelden van de frauduleuze transacties die hij uitvoerde bij Action, McDonalds en Zara. [37] De verdachte heeft zichzelf ook op enkele van deze camerabeelden herkend. [38]

Vluchtgegevens
Uit onderzoek naar de frauduleuze transacties genoemd in de aangiftes is gebleken dat op [… ] 2024 met drie creditcardnummers, van onder ander de slachtoffer [slachtoffer 17] [39] en [slachtoffer 4] [40] transacties zijn gedaan bij winkels op luchthaven Schiphol en een aantal uren later ook in Barcelona. Er zijn vervolgens nog meer frauduleuze transacties in Barcelona uitgevoerd tot en met [… ] 2024. Uit het onderzoek naar de passagiersgegevens bleek dat zowel de verdachte als zijn (ex-)vriendin [C] , evenals hun twee kinderen, in ieder geval op de terugvlucht vanuit Barcelona naar Nederland zaten op [… ] 2024. [41]

Meereisbewegingen van de privételefoon van de verdachte
Naast het feit dat het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] op naam stond van de verdachte, is dit telefoonnummer ook gekoppeld aan zijn Revolut bankrekening. [42] Tevens is dit telefoonnummer gebruikt in een iPhone 15 Pro Max, die bij de verdachte thuis in beslag is genomen. [43] De rechtbank leidt hieruit af dat het de privételefoon van de verdachte is. De historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer zijn onderzocht en vergeleken met de frauduleuze transacties die zijn uitgevoerd in de periode van 6 juni 2024 tot en met 24 juni 2024. Daaruit blijkt dat het telefoonnummer van de verdachte zich meermalen in de buurt begaf van de locatie waar de frauduleuze transacties plaatsvonden. Zo geldt voor [slachtoffer 5] , die volgens zijn aangifte op 23 april 2024 een e-mail uit naam van ICS heeft ontvangen, dat in de periode van 7 juni 2024 tot en met 24 juni 2024 verschillende afschrijvingen van zijn ICS account hebben plaatsgevonden met een totaalbedrag van € 19.972,85. [44] De transacties die met de creditcard van deze aangever zijn gedaan, komen overeen met de locaties van de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] . [45] Ditzelfde geldt voor de frauduleuze transacties die in de periode van april 2024 tot en met oktober 2024 [46] , en dus ook tijdens de eerdergenoemde reis naar Barcelona in augustus 2024, plaatsvonden. Hetzelfde telefoonnummer van de verdachte straalt in de maand augustus 2024 op meerdere data (voorafgaand aan de reis naar Barcelona) aan in de buurt van zendmasten in Den Haag, Amsterdam, Almere en Amstelveen, waar er op dat moment frauduleuze transacties plaatsvinden vanaf de bankrekeningen van meerdere slachtoffers. [47]

Bankrekening van de verdachte
De politie heeft tevens een vergelijking gemaakt tussen de locaties van de afschrijvingen van de eigen bankrekening van de verdachte en frauduleuze transacties uit de aangiftes van een aantal slachtoffers in de periode van februari 2024 tot en met augustus 2024. Uit dit onderzoek is gebleken dat op het moment van de frauduleuze transacties op dezelfde dag, in de buurt van dezelfde locatie ook transacties zijn verricht vanaf de bankrekening die op naam staat van de verdachte. [48] Dit geldt voor aangevers [slachtoffer 11] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] , [slachtoffer 22] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 23] [49] , [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 17] en [slachtoffer 6] . [50]

Onderzoek aan de privételefoon van de verdachte
Tijdens de doorzoeking in de woning van de verdachte op 6 november 2024 is onder meer een iPhone 15 Pro Max aangetroffen. [51] Deze telefoon, waarin het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] werd gebruikt, is onderzocht. In de iPhone zijn leads (lijsten) met persoonsgegevens (namen, adressen, geboortedatums, creditcardgegevens en inloggegevens) aangetroffen. De verdachte heeft hierover op zitting verklaard dat hij de persoonsgegevens gebruikte om phishing-mails te versturen. Tevens bleek dat deze iPhone toegang had tot phishing panels en phishing e-mails. [52]
Verder is een Signal-account in deze telefoon aangetroffen. Dit account is gekoppeld aan een telefoonnummer dat gebruik heeft gemaakt van het IMEI-nummer eindigend op [IMEI-nummer] dat ook gelinkt is aan het telefoonnummer dat is gebruikt bij de account take-over van het ICS-account van aangever [slachtoffer 17] . [53] Eén van de gekoppelde gebruikersaccounts op de telefoon betrof een Gmail-adres ‘ [e-mail adres] @gmail.com, waarin het e-mailadres van aangever [slachtoffer 2] op 12 juli 2024 was veranderd in het ICS-account van deze aangever na een account take-over. [54] Dat is dezelfde datum als waarop aangever [slachtoffer 2] de phishing e-mail ontving. [55] Ook zijn er verschillende bestelbevestigingen op naam van aangever [slachtoffer 2] aangetroffen op deze telefoon. [56] Op de telefoon werd er op 19 en 26 augustus 2024 ingelogd op cPanel en Roundcube. [57] Dit zijn mailservers, die gebruikt kunnen worden om in één keer grote hoeveelheden mails te versturen vanaf een fictieve afzender. In de periode van 23 april 2025 en 5 november 2024 zijn verschillende cPanels gekocht. [58]
Verder zit er op de telefoon in de Telegram app een account met de naam ‘ [accountnaam] ’. [59] Deze gebruiker heeft meerdere chatgesprekken gehad die zagen op phishing en oplichting. Eén van de chatgesprekken betrof een chat met zichzelf. Deze chat bevatte TXT-bestanden. Alleen de bestanden vanaf 2 maart 2024 konden geopend worden. Hierin werden namen/adressen en creditcardgegevens gezien van personen, waarvan er 35 aangifte hebben gedaan. [60] Gegevens van de volgende in te tenlastelegging genoemde personen werden gezien: [slachtoffer 3] [61] , [slachtoffer 4] [62] , [slachtoffer 7] [63] en [slachtoffer 6] [64] .
Ook worden gewijzigde e-mailadressen en de telefoonnummers hier expliciet in vermeld. [65] Tot slot zijn er chatgesprekken aangetroffen over mailservers, waarbij er wordt geïnformeerd naar opties om bulk e-mails te kunnen versturen. [66]

Onderzoek van de bij de verdachte aangetroffen laptop
Tijdens de doorzoeking in de woning van de verdachte op 6 november 2024 is een Hewlett-Packard laptop aangetroffen, die op dat moment opengeklapt naast hem lag. [67]
Uit het onderzoek aan de Hewlett-Packard laptop bleek dat hierop leads met persoonsgegevens zijn aangetroffen en applicaties van programma’s, die worden gebruikt voor het versturen van onder meer bulk e-mails, waaronder ‘SMScaster E-Marketer’, ‘SendBlaster 2’ en ‘Maxbulk Mailer’. Tevens had deze laptop toegang tot phishing panels en phishing e-mails. [68]

Aangetroffen spullen in de woning van de verdachte
Tijdens de doorzoeking zijn er onder andere diverse designer kledingstukken en items ter waarde van een bedrag van tenminste € 42.039,00 [69] , 98 mobiele telefoons en een geldbedrag van € 44.450,55 [70] aangetroffen. [71] Het contante geldbedrag is in diverse grote coupures, waaronder van €100, €200 en €500, aangetroffen in een rugzak. [72] Tijdens de doorzoeking werden ook drie identiteitskaarten aangetroffen die vals bleken te zijn. Dit was vast te stellen doordat er twee identiteitskaarten met dezelfde pasfoto verschillende persoonsgegevens hadden en één identiteitskaart diverse drukfouten op de achterzijde had. De valsheid van deze identiteitskaarten is vervolgens vastgesteld na een onderzoek door de Koninklijke Marechaussee. [73]

Onderzoek van overige bij de verdachte aangetroffen mobiele telefoons en simkaarten
Van de bij de doorzoeking aangetroffen 98 telefoons zat in 60 telefoons een simkaart met daarop een ICCID (simkaart) nummer. Verder werden er in de woning tientallen simkaarten aangetroffen, zowel open (gebruikte) als dichte simkaarten. Van de simkaarten die open waren werd het telefoonnummer genoteerd en onderzocht, dit bleken 41 stuks. In totaal zaten er op het moment van inbeslagname 60 telefoonnummers in één van de 98 inbeslaggenomen telefoons. Van de 41 telefoonnummers die zijn aangetroffen op gebruikte of geopende simkaarten, zijn negen gebruikt bij de oplichting van ICS-klanten. Verder zijn er in inbeslaggenomen telefoons 15 telefoonnummers aangetroffen, die zijn gebruikt bij de oplichting onder meer ICS-klanten: [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . [74]

Het inkomen van de verdachte
Om te onderzoeken of de verdachte heeft kunnen beschikken over legaal vermogen dat als bron kan dienen voor de aanschaf en het bezit van de inbeslaggenomen voorwerpen is er financieel onderzoek gedaan naar de verdachte. Hieruit is gebleken dat de verdachte destijds drie Nederlandse bankrekeningen op zijn naam had staan, bij de ING, Bunq en Revolut.
Op de betaalrekening bij de ING ontving de verdachte maandelijks een variërend bedrag afkomstig van [bedrijf] B.V., welke betalingen lijken op facturen. Volgens zijn verklaring op zitting was dit inkomen uit werk. In totaal heeft de verdachte in de bevraagde periode van 28 oktober 2022 tot en met 28 oktober 2024 € 60.205,87 ontvangen van [bedrijf] B.V. Verder ontving de verdachte toen ook (zorg)toeslagen voor een totaalbedrag van €3.329,00. Dit komt jaarlijks neer op een gemiddeld netto-inkomen van €31.767,44 (afgerond) en maandelijks €2.647,29 netto.
Naast bovenstaande inkomsten zijn, naast sporadische bijschrijvingen van natuurlijke personen, geen inkomsten zichtbaar op de drie bankrekeningen van de verdachte.
Van de bovenstaande inkomsten diende de verdachte zichzelf te onderhouden en zichzelf te voorzien in zijn levensbehoeften zoals diverse vaste lasten, consumptiegoederen etc.
Uit onderzoek naar de bancaire gegevens van de verdachte is gebleken dat hij in de bevraagde periode van twee jaar in totaal € 4.339,14 aan uitgaven heeft gedaan ten behoeve van zijn levensonderhoud in de vorm van consumptiegoederen. Volgens gegevens van het Nibud hadden deze uitgaven minstens € 6.432,00 moeten bedragen als de verdachte alleen zichzelf moest voorzien van levensbehoeften. De verdachte woonde in deze periode deels ook met zijn (ex-)vriendin [C] en hun twee kinderen, maar voor de berekening van de kosten is gekeken naar de verdachte als alleenstaande, meerderjarige man. Hieruit volgt dat het aannemelijk is dat de werkelijke minimale kosten aanzienlijk hoger zullen zijn geweest. Hieruit is vast te stellen dat er een tekort van €2.092,86 is in de minimale uitgave aan consumptiegoederen van de verdachte. [75]
Verder is op de ING rekening van de verdachte een totale opname van € 29.720,00 aan contanten te zien over twee jaar. Er is geen contante storting zichtbaar geworden op de drie bankrekeningen. [76]

De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 6 maart 2026
De verdachte heeft op de terechtzitting samengevat het volgende verklaard over de beschuldigingen. Het klopt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan phishing. Hij heeft diverse mailinglijsten op het internet gevonden en hij heeft aan de contacten op die lijsten phishing e-mails verstuurd, zogenaamd afkomstig van ICS. Op die wijze heeft de verdachte duizenden e-mails verstuurd, waarvan hij de inhoud van het internet had gekopieerd. De verdachte hoopte dat ontvangers van zijn phishing e-mails klanten waren van ICS en dat zij op de link in zijn e-mail zouden klikken. Als slachtoffers op de phishing link klikten, werd hen gevraagd om een aantal gegevens in te vullen, waaronder de tenaamstelling van de kaart, de gebruikersnaam, het wachtwoord, de kaartgegevens en adresgegevens. Met die informatie kon de verdachte gegevens in de accounts wijzigen en ervoor zorgen dat hij controle kreeg over de accounts. Hij verwijderde door de klanten zelf ingevoerde gegevens en voerde in plaats daarvan andere telefoonnummers en e-mailadressen in. Deze ICS-klanten hadden hierdoor zelf geen toegang meer tot hun account. De verdachte voerde de kaartgegevens in op zijn iPhone en zo kon hij via Apple Pay betalingen verrichten vanaf de ICS-rekeningen van de slachtoffers. Het tekstberichtenbestand met accountnaam [accountnaam] gebruikte hij om de administratie van deze praktijken bij te houden in zijn mobiele telefoon.
Hij bekent dat de valse ID-kaarten van hem waren en dat hij deze op het internet had gekocht. Het klopt dat hij materialen voorhanden had die bedoeld waren voor oplichtingspraktijken.

Overige bewijsmiddelen feit 3 en feit 4
Ten aanzien van de aangevers waarover de verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en de advocaat geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank onder deze omstandigheden met een opsomming van de bewijsmiddelen, die zijn opgenomen in bijlage II.
Vrijspraak: [aangever]
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het verband tussen de oplichting van slachtoffer [aangever] en handelen van de verdachte in onvoldoende mate is gebleken. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van betrokkenheid bij dit slachtoffer.
Bewijsoverwegingen
3.3.4.
Bewijsoverweging computervredebreuk (feit 1), gegevensmanipulatie en -verspreiding (feit 2) oplichting van 85 slachtoffers (feit 3), diefstal van geldbedragen van 79 slachtoffers (feit 4) en het voorhanden hebben van materiaal bestemd voor oplichting (feit 7)
Op basis van de voornoemde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat verdachte degene was die de computervredebreuk, de gegevensmanipulatie en -verspreiding, de oplichting van 85 slachtoffers en de diefstal van geldbedragen van 79 slachtoffers heeft gepleegd, zoals omschreven onder feit 1 tot en met feit 4 van de beschuldiging. Ook kan worden bewezen dat hij materiaal voorhanden had dat bestemd was voor het plegen van oplichting.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte feit 1 tot en met 4 en feit 7 (grotendeels) heeft bekend en dat de verdediging ook voor een groot deel geen vrijspraak heeft bepleit. Dat betekent dat de rechtbank hierna slechts zal ingaan op die gedeelten van feiten 1 tot en met 4 en feit 7 die, in het [slachtoffer 46] van de hierboven genoemde bewijsmiddelen, een nadere motivering behoeven.

Ten aanzien van feit 1, feit 2 en feit 7
Op basis van (onder meer) zijn eigen verklaring op de zitting, de aangifte van ICS en de aangiftes van verschillende slachtoffers van feit 3 en feit 4 staat vast dat de verdachte heeft binnengedrongen in het ICS systeem en dat hij dit heeft gedaan door middel van materialen die hij voorhanden had voor het plegen van oplichting.
Na het inloggen met onrechtmatig verkregen gegevens van de ICS-klanten heeft de verdachte deze gegevens gewijzigd en daaraan andere gegevens (telefoonnummers en e-mailadressen) toegevoegd, waardoor de ICS-accounts ontoegankelijk werden voor de rechthebbende kaarthouders. De verdachte kon hierdoor de accounts overnemen en de creditcards koppelen aan een andere telefoon, waardoor hij met de virtuele creditcard van deze ICS-klanten via Apple Pay betalingen kon verrichten zonder de fysieke pas in zijn bezit te hebben. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten zijn bewezen.
De rechtbank oordeelt dat de pleegperiode van 23 januari 2024 tot en met 23 september 2024 wettig en overtuigend bewezen is, nu uit de door ICS aangeleverde gegevens blijkt dat op 23 januari 2024 voor het eerst wordt binnengedrongen in het systeem van ICS, en dat dit voor het laatst gebeurde op 23 september 2024. Dit betekent dat de rechtbank de verdachte partieel zal vrijspreken, te weten van de overige tenlastegelegde periode.
Ten aanzien van feit 3 en feit 4
Voor het bewijs van dat gedeelte waarover de verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en de advocaat geen vrijspraak heeft bepleit, verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen die zijn opgesomd in bijlage II bij dit vonnis.
De verdachte heeft ten aanzien van zes aangevers ( [slachtoffer 5] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] ) ontkend dat hij hen heeft opgelicht en bestolen. De verdachte herkent de namen van de betreffende aangevers niet en evenmin de door hen in de aangiftes vermelde werkwijze. Volgens de verdediging bevat het dossier onvoldoende bewijs ten aanzien van deze aangevers. De rechtbank zal hieronder uiteenzetten waarom zij wel tot een bewezenverklaring komt ten aanzien van ook deze aangevers. Voordat zij ingaat op de specifieke aangevers, is het volgende van belang.

Modus operandi
Uit de hiervoor beschreven bewijsmiddelen blijkt dat doorgaans gebruik werd gemaakt van een specifieke modus operandi. Dat betekent dat de wijze waarop de verdachte te werk is gegaan, veelal dezelfde is, met mogelijk kleine variaties. Veel slachtoffers hebben verklaard dat zij een e-mail ontvingen – zogenaamd een herinnering van ICS om te voldoen aan een identificatieplicht. Deze e-mail was opgesteld als zijnde verzonden door ICS en bevatte een hyperlink waarop de slachtoffers moesten klikken, waarna zij naar een valse ICS-website werden geleid. Daarop moesten zij ter identificatie hun persoonsgegevens (zoals inloggegevens) invoeren waarna zij een verificatie SMS-bericht kregen met een code die zij vervolgens ook moesten invoeren. Vanaf dat moment vond er een account take-over plaats, waarbij er onrechtmatig toegang werd verkregen tot de accounts van deze ICS-klanten. Vervolgens zijn gegevens van de slachtoffers (telefoonnummer, e-mailadres), gewijzigd in andere gegevens (andere telefoonnummers, emailadressen). Door op zijn telefoon de ICS app te activeren kon hij, met gebruikmaking van de gewijzigde gegevens van de slachtoffers, met hun virtuele creditcards en door gebruikmaking van Apple Pay frauduleuze betalingen doen. Dat overwegend deze modus operandi is gebruikt, sluit niet uit dat de verdachte in enkele gevallen mogelijk (iets) anders te werk is gegaan.

[slachtoffer 2]
Gelet op de aangifte, het aantreffen van de gegevens van deze aangever in de iPhone 15 Pro Max, het feit dat de simkaart, die gekoppeld is aan het ICS-account van de aangever bij de verdachte thuis is aangetroffen en het toestel waar deze simkaart in heeft gezeten op relevante momenten is aangestraald in het dekkingsbied van de woning van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Dat de aangever niet op een phishinglink zou hebben geklikt, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Reeds voldoende is vast komen te staan dat de gegevens van de aangever voor de verdachte toegankelijk waren en dat er vervolgens frauduleuze transacties met de creditcard van de aangever zijn verricht. Bovendien zijn een aantal bestellingen die op naam van de aangever zijn gedaan in de telefoon van de verdachte aangetroffen.

[slachtoffer 3]
Gelet op de aangifte, het aantreffen van de gegevens van aangever in de iPhone 15 Pro Max en het feit dat de simkaart, die gekoppeld is aan het ICS-account van de aangever bij de verdachte thuis is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Dat de aangever niet via de mail maar per SMS zou zijn benaderd uit naam van ICS, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. De verklaring van de verdachte over zijn modus operandi is voor het oordeel van de rechtbank niet leidend. Wel belangrijk is de modus operandi die uit het dossier is gebleken en die de rechtbank reeds heeft beschreven.
Over de modus operandi die ten aanzien van deze aangever is gebruikt, kan in ieder geval worden vastgesteld dat de aangever is benaderd uit naam van ICS en is verzocht om een verificatieproces te doorlopen. Voldoende is vast komen te staan dat de gegevens van de aangever voor de verdachte toegankelijk waren en dat er vervolgens frauduleuze transacties met de creditcard van de aangever zijn verricht.

[slachtoffer 4]
Gelet op de aangifte, het aantreffen van de gegevens van aangever in de iPhone 15 Pro Max, het feit dat de simkaart, die gekoppeld is aan het ICS-account van de aangever bij de verdachte thuis is aangetroffen en het toestel waar deze simkaart in heeft gezeten op relevante momenten is aangestraald in het dekkingsbied van de woning van de verdachte, alsmede het gegeven dat de transacties in Barcelona plaatsvonden waar de verdachte zich op dat moment bevond, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Dat de aangever niet duidelijk heeft kunnen aangeven op welke wijze hij benaderd is, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Voldoende is komen vast te staan dat de gegevens van de aangever voor de verdachte toegankelijk waren en dat er vervolgens frauduleuze transacties met de creditcard van de aangever zijn verricht.

[slachtoffer 5]
Gelet op de aangifte, het feit dat het gewijzigde telefoonnummer aan het aan de verdachte gekoppelde IMEI nummer is verbonden en dat dit nummer heeft aangestraald nabij de woning van de verdachte, alsmede het overeenkomen van de transactielocaties van de creditcard van aangever met de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Dat de aangever heeft verklaard dat hem ook is verzocht om een selfie en een kopie van zijn paspoort te uploaden, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Voldoende is komen vast te staan dat de aangever via een mail uit naam van ICS is benaderd met het verzoek om een verificatieproces te doorlopen, er vervolgens frauduleuze transacties met de creditcard van de aangever zijn verricht en de privételefoon van de verdachte is meegereisd met deze frauduleuze transacties.

[slachtoffer 6]
Gelet op de aangifte, het aantreffen van de gegevens van aangever in de iPhone 15 Pro Max, het feit dat de simkaart, die gekoppeld is aan het ICS-account van de aangever bij de verdachte thuis is aangetroffen en het toestel waar deze simkaart in heeft gezeten op relevante momenten is aangestraald in het dekkingsbied van de woning van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Dat uit de aangifte niet duidelijk is op welke wijze de aangever is benaderd, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Voldoende is komen vast te staan dat de aangever heeft ingelogd op een frauduleuze website met de inloggegevens van zijn ICS-account en er vervolgens frauduleuze transacties met de creditcard van de aangever zijn verricht. Ook is de privételefoon van de verdachte meegereisd met deze frauduleuze transacties.

[slachtoffer 7]
Gelet op de aangifte, het aantreffen van de gegevens van aangever in de iPhone 15 Pro Max, het feit dat de simkaart, die gekoppeld is aan het ICS-account van de aangever bij de verdachte thuis is aangetroffen en het toestel waar deze simkaart in heeft gezeten op relevante momenten is aangestraald in het dekkingsbied van de woning van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Dat de aangever heeft verklaard dat hem ook is verzocht om foto’s van de creditcard te uploaden, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Voldoende is komen vast te staan dat de aangever via een mail uit naam van ICS is benaderd met het verzoek om een verificatieproces te doorlopen, waarna frauduleuze transacties met de creditcard van de aangever zijn verricht. Ook is gebleken dat de privételefoon van de verdachte is meegereisd met deze frauduleuze transacties.
3.3.5.
Weerlegging van overige standpunten van de verdediging
Ten eerste heeft de advocaat zich op het standpunt gesteld dat er met de creditcard van aangever [slachtoffer 16] frauduleuze transacties zijn verricht in Oberhausen en Antwerpen, terwijl uit het dossier niet blijkt dat de verdachte zich in de desbetreffende periode daar heeft bevonden.
De rechtbank stelt vast dat er door [slachtoffer 16] aangifte is gedaan waaruit blijkt dat er op 12 maart 2024 een mail uit naam van ICS naar de aangever is verstuurd.
Het telefoonnummer van de aangever is in het ICS-account gewijzigd naar telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit gekoppelde telefoonnummer is vervolgens gebruikt bij een aankoop bij de Coolblue. Hierbij is de verdachte als de pinner herkend en bij deze aankoop is de naam [naam] Finder gebruikt, welke naam de verdachte heeft gebruikt voor zijn Marktplaatsaccount. Verder is gebleken dat dit gekoppelde telefoonnummer in het toestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] heeft gezeten, dat ook kan worden herleid tot de verdachte.
Gelet op de voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen. Voor bewezenverklaring is niet vereist dat de verdachte daadwerkelijk fysiek aanwezig is geweest in Oberhausen en Antwerpen ten tijde van frauduleuze transacties die daar hebben plaatsgevonden. Voldoende is dat het gekoppelde telefoonnummer in een toestel bij de verdachte thuis is aangetroffen en door de verdachte is gebruikt bij een aankoop in Coolblue, waar zijn valse naam ‘ [naam] ’ is gebruikt en hij op de beelden is herkend.
Ten tweede heeft de advocaat zich op het standpunt gesteld dat er een concrete koppeling ontbreekt tussen de frauduleuze transacties die zijn verricht met de creditcards van aangever [slachtoffer 15] en [slachtoffer 9] en de werkwijze die door de verdachte is erkend.
De rechtbank zal hieronder uiteenzetten waarom deze frauduleuze transacties ook aan de verdachte kunnen worden toegeschreven.

[slachtoffer 15]
Uit het dossier blijkt dat er van de bankrekening van de verdachte op sommige dagen eveneens afschrijvingen hebben plaatsgevonden op de locatie waar tevens frauduleuze afschrijvingen zijn gedaan met de creditcard van deze aangever. Gebleken is dat ten aanzien van deze aangever dezelfde modus operandi is gebruikt. Ook is gebleken dat de afschrijvingen hebben plaatsgevonden in dezelfde periode waarin de verdachte actief bezig was met de oplichting van ICS-klanten. Uit het dossier volgt dat in ieder geval één frauduleuze transactie met de creditcard van aangever is gedaan op een locatie, waar de verdachte op dat moment ook bleek te zijn, gezien de afschrijvingen van zijn eigen bankrekening. [77] Deze aangifte kan dan ook worden gekoppeld aan het handelen van de verdachte. De rechtbank concludeert daarom dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen.

[slachtoffer 9]
De rechtbank stelt vast dat de gebruikte modus operandi overeenkomt met dezelfde werkwijze die uit het dossier volgt en aan de verdachte reeds is toegerekend. Immers heeft de aangever mogelijk op een phishinglink geklikt en zijn vervolgens zijn telefoonnummer en e-mailadres in zijn ICS-account gewijzigd. Ook is het telefoonnummer waarmee deze aangever is opgelicht te herleiden tot de verdachte. Verder zijn frauduleuze transacties verricht die wat betreft tijd en locatie overeenkomen met transacties die de verdachte van zijn eigen bankrekening heeft verricht. Gelet op de voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangever door de verdachte is opgelicht en bestolen.
3.3.6
Bewijsoverweging witwassen (feit 5)
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden verklaard, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.

De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft over de coupures van het aangetroffen contante geld verklaard dat hij de kleuren van deze biljetten mooi vond en hij deze heeft verkregen door een van zijn rekening opgenomen geldbedrag in één keer om te wisselen bij een privépersoon, waarvan hij de naam niet heeft willen noemen. Tevens heeft de verdachte verklaard meerdere keren contant geld te hebben gepind, omdat hij zich in een onzekere wereld wilde voorbereiden voor het onverwachte. Dit gepinde geld zou volgens de verdachte afkomstig zijn van zijn legale inkomsten uit zijn schoonmaakbedrijf.
Ten aanzien van de grote hoeveelheid aangetroffen telefoons heeft de verdachte op zitting verklaard dat een aantal daarvan bedoeld waren om te worden doorverkocht.
Ten aanzien van een deel van de aangetroffen designer kledingstukken heeft de verdachte op zitting verklaard dat hij deze al in zijn bezit had voordat hij actief bezig was met de oplichting en deze daarom niet aan enig strafbaar feit te linken zijn.

Beoordeling van de rechtbank
Op grond van het dossier heeft de rechtbank de overtuiging dat twee van de aangetroffen luxegoederen zijn aangeschaft door deze met een frauduleus verkregen creditcard van één van de aangevers te betalen. Het gaat hier om de aankoop van een Cartier Love Bracelet armband en een Dyson stofzuiger.
De Cartier armband is op 18 augustus 2024 gekocht bij een winkel van Cartier, waarbij het oude woonadres van de verdachte is opgegeven. Deze factuur is bij de verdachte in huis aangetroffen en de verdachte droeg de armband tijdens zijn aanhouding. Bij de aankoop van deze armband is de creditcard van aangever [slachtoffer 36] gebruikt, waarvan reeds is bewezen dat deze destijds door de verdachte bij de oplichting is gebruikt. [78]
Van de Dyson stofzuiger is tijdens de huisdoorzoeking van de verdachte een aankoop bon aangetroffen. Uit de aangeleverde frauduleuze transacties van ICS blijkt dat er op 18 oktober 2024 een transactie bij Dyson is verricht met de creditcard van aangever [slachtoffer 14] . Van overige transacties die met deze creditcard zijn verricht, blijkt de verdachte telkens op beeld te worden gezien. Ook is er uit onderzoek gebleken dat het nummer van de aangever werd gewijzigd naar een telefoonnummer, die vervolgens gebruik heeft gemaakt van de mast die in het dekkingsgebied van de woning van de verdachte ligt. [79]
Van de overige inbeslaggenomen voorwerpen kan niet worden vastgesteld dat deze rechtstreeks afkomstig zijn uit de creditcardfraude die door de verdachte is gepleegd. Wel kan worden vastgesteld dat zowel de contante geldbedragen, als de luxegoederen een grote waarde vertegenwoordigen en dat in de resultaten van het onderzoek naar de inkomsten van de verdachte geen verklaring kan worden gevonden voor het feit dat de verdachte over zoveel contante geldbedragen en waardevolle goederen kon beschikken. De verklaring van de verdachte, dat hij dit geld gepind heeft van zijn legale inkomsten, strookt niet met de uitkomsten van dit onderzoek. De verklaring van de verdachte dat hij (ten minste) een deel van de luxe goederen al had vóórdat hij aan zijn oplichtingspraktijken begon, is weinig concreet. De rechtbank oordeelt de verklaring van de verdachte dan ook onvoldoende concreet en verifieerbaar en zal deze daarom als ongeloofwaardig terzijde schuiven.
Op basis van de feiten en omstandigheden rondom deze geldbedragen, designergoederen en mobiele telefoons kan het niet anders dan dat deze een herkomst hebben uit enig strafbaar feit. Uit het onderzoek naar het inkomen van de verdachte en wegens het ontbreken van een concrete, verifieerbare dan wel onderbouwde verklaring verdachte, kan immers worden vastgesteld dat de verdachte niet de legale financiële middelen ter beschikking heeft gehad om deze contante gelden te bezitten, dan wel deze voorwerpen aan te schaffen.

Conclusie
De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de tenlastegelegde periode heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van de voornoemde voorwerpen, door deze te verwerven, voorhanden te hebben en om te zetten.
De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspreken van het bestanddeel dat ziet op het medeplegen. Uit het dossier is onvoldoende gebleken dat de verdachte deze voorwerpen samen met een ander heeft witgewassen. Al deze voorwerpen zijn in de woning van de verdachte aangetroffen en de verdachte heeft verklaard dat hij als enige de eigenaar hiervan is geweest.

Partiële vrijspraak voor het buitenlandse geld
De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspreken, te weten van witwassen van het aangetroffen buitenlands geld: 859 Amerikaanse dollars en 4.175 Ghanese Cedi. Gelet op de omgerekende hoogte van deze bedragen kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden vastgesteld dat het niet anders kan dan dat het geld afkomstig is van enig misdrijf. Deze bedragen liggen relatief gezien veel lager dan het aangetroffen geldbedrag in euro’s.
Bewijsoverweging voorhanden hebben van valse ID’s (feit 6)
Aangezien de ten laste gelegde valse identiteitskaarten in de woning van de verdachte zijn aangetroffen en de verdachte heeft bekend dat hij degene was die deze voorhanden heeft gehad, oordeelt de rechtbank ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
in de periode van 23 januari 2024 tot en met 23 september 2024 te Almere en Amsterdam meermalen opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten de (web)servers en/of netwerk(en) toebehorende aan International Card Services B.V. (ICS) is binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door middels (onrechtmatig verkregen) inloggegevens en verificatiecodes van klanten van ICS in te loggen op het Web portal van International Card Services B.V. en op het ICS-account van deze klanten en vervolgens inloggegevens en betaalgegevens te wijzigen en het account van voornoemde klanten te activeren op de ICS applicatie en via Apple Pay middels een virtuele creditcard;
feit 2
in de periode van 23 januari 2024 tot en met 23 september 2024 te Almere en Amsterdam meermalen opzettelijk en wederrechtelijk gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten inloggegevens en persoonsgegevens en betaalgegevens en e-mailadressen en verificatiecodes van een of meer accounts van meerdere rekeninghouders en klanten van International Card Services B.V. (ICS) heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en ontoegankelijk heeft gemaakt en aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en werden overgedragen, andere gegevens, te weten inloggegevens en persoonsgegevens en betaalgegevens en e-mailadressen heeft toegevoegd door met onrechtmatig verkregen en/of door de klanten onder valse voorwendselen ingevoerde inloggegevens voornoemde gegevens vervolgens te veranderen en aan te passen en gegevens daaraan toe te voegen;
feit 3
in de periode van 23 januari 2024 tot en met 23 september 2024 te Almere en Amsterdam meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere rekeninghouders en klanten van International Card Services B.V. (ICS), te weten
1. [slachtoffer 8] en
2. [slachtoffer 27] en
3. [slachtoffer 14] en
4. [slachtoffer 16] en
5. [slachtoffer 17] en
6. [slachtoffer 28] en
7. [slachtoffer 29] en
8. [slachtoffer 30] en
9. [slachtoffer 2] en
10. [slachtoffer 20] en
11. [slachtoffer 31] en
12. [slachtoffer 32] en
13. [slachtoffer 1] en
14. [slachtoffer 3] en
15. [slachtoffer 33] en
16. [slachtoffer 26] en
17. [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 34] en
18. [slachtoffer 18] en
19. [slachtoffer 35] en
20. [slachtoffer 13] en
21. [slachtoffer 5] en
22. [slachtoffer 15] en
23. [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 36] en
24. [slachtoffer 37] en
25. [slachtoffer 38] en
26. [slachtoffer 9] en
27. [slachtoffer 7] en
28. [slachtoffer 39] en
29. [slachtoffer 40] en
30. [slachtoffer 41] en
31. [slachtoffer 42] en
32. [slachtoffer 11] en
33. [slachtoffer 43] en
34. [slachtoffer 44] en
35. [slachtoffer 45] en
36. [slachtoffer 46] en
37. [slachtoffer 47] en
38. [slachtoffer 48] en
39. [slachtoffer 49] en
40. [slachtoffer 50] en
41. [slachtoffer 51] en
42. [slachtoffer 52] en
43. [slachtoffer 53] en
44. [slachtoffer 54] en
45. [slachtoffer 55] en
46. [slachtoffer 56] en
47. [slachtoffer 57] en
48. [slachtoffer 58] en
49. [slachtoffer 59] en
50. [slachtoffer 21] en
51. [slachtoffer 60] en
52. [slachtoffer 61] en
53. [slachtoffer 62] en
54. [slachtoffer 63] en
55. [slachtoffer 64] en
56. [slachtoffer 10] en
57. [slachtoffer 65] en
58. [slachtoffer 12] en
59. [slachtoffer 66] en
60. [slachtoffer 67] en
61. [slachtoffer 68] en
62. [slachtoffer 69] en
63. [slachtoffer 70] en
64. [slachtoffer 31] en
65. [slachtoffer 71] en
66. [slachtoffer 72] en
67. [slachtoffer 73] en
68. [slachtoffer 74] en
69. [slachtoffer 75] en
70. [slachtoffer 76] en
71. [slachtoffer 77] en
72. [slachtoffer 78] en
73. [slachtoffer 79] en
74. [slachtoffer 80] en
75. [slachtoffer 81] en
76. [slachtoffer 82] en
77. [slachtoffer 19] en
78. [slachtoffer 83]
heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van inloggegevens, waaronder autorisatiecodes en pincodes en CVC codes, van zijn/haar ICS-accounts en creditcards door
- voornoemde klanten een e-mail en/of een SMS-bericht als ware afkomstig van ICS te sturen en vervolgens
- voornoemde klanten te bewegen tot het klikken op een hyperlink die werd geleid naar een valse/namaak website van ICS en vervolgens
- voornoemde klanten te bewegen op die valse/namaak website van ICS zijn/haar inloggegevens en bankgegevens en CVC code en verificatiecode, in te vullen en bij te werken en achter te laten en door te geven, en vervolgens
- het account van voornoemde klanten te activeren op de ICS applicatie en via Apple Pay middels een virtuele creditcard;
feit 4
in de periode van 23 januari 2024 tot en met 23 september 2024 te Almere en Amsterdam meermalen meerdere geldbedragen, die geheel aan meerdere rekeninghouders en klanten van International Card Services B.V. (ICS), te weten
[slachtoffer 8] en
[slachtoffer 27] en
[slachtoffer 14] en
[slachtoffer 16] en
[slachtoffer 17] en
[slachtoffer 28] en
[slachtoffer 29] en
[slachtoffer 30] en
[slachtoffer 2] en
[slachtoffer 20] en
[slachtoffer 31] en
[slachtoffer 32] en
[slachtoffer 1] en
[slachtoffer 3] en
[slachtoffer 33] en
[slachtoffer 26] en
[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 34] en
[slachtoffer 18] en
[slachtoffer 35] en
[slachtoffer 13] en
[slachtoffer 5] en
[slachtoffer 15] en
[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 36] en
[slachtoffer 37] en
[slachtoffer 38] en
[slachtoffer 9] en
[slachtoffer 7] en
[slachtoffer 39] en
[slachtoffer 40] en
[slachtoffer 41] en
[slachtoffer 42] en
[slachtoffer 11] en
[slachtoffer 43] en
[slachtoffer 44] en
[slachtoffer 84] en
[slachtoffer 46] en
[slachtoffer 47] en
[slachtoffer 48] en
[slachtoffer 49] en
[slachtoffer 50] en
[slachtoffer 51] en
[slachtoffer 52] en
[slachtoffer 53] en
[slachtoffer 54] en
[slachtoffer 55] en
[slachtoffer 85] en
[slachtoffer 57] en
[slachtoffer 58] en
[slachtoffer 59] en
[slachtoffer 21] en
[slachtoffer 60] en
52. [slachtoffer 61] en
53. [slachtoffer 62] en
54. [slachtoffer 63] en
55. [slachtoffer 64] en
56. [slachtoffer 10] en
57. [slachtoffer 65] en
58. [slachtoffer 12] en
59. [slachtoffer 66] en
60. [slachtoffer 67] en
61. [slachtoffer 68] en
62. [slachtoffer 69] en
63. [slachtoffer 70] en
64. [slachtoffer 31] en
65. [slachtoffer 83] en
66. [slachtoffer 19] en
67. [slachtoffer 86] en
68. [slachtoffer 87] en
69. [slachtoffer 77] en
70. [slachtoffer 22] en
71. [slachtoffer 88]
toebehoorde, heeft weggenomen telkens met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met oplichting verkregen (en/of door de rekeninghouders onder valse voorwendselen ingevoerde) gebruikersnamen en wachtwoorden en CVC codes en inloggegevens voor het inloggen op het ICS-account van voornoemde klanten, en het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door gebruik te maken van de gegevens en de virtuele creditcard en het ICS-account van voornoemde klanten, door deze virtuele creditcard en het ICS-account te koppelen aan een van zijn telefoons en vervolgens via Apple Pay betalingen te verrichten met een niet op zijn naam gestelde creditcard en ICS-account;
feit 5
in de periode van 20 januari 2024 tot en met 06 november 2024 te Almere en Amsterdam telkens meerdere voorwerpen, te weten diverse designer kleding en items (ter waarde van een bedrag van tenminste 42.039 euro) en 98 mobiele telefoons en een geldbedrag van 44.450,55 euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad en omgezet, terwijl hij wist dat deze voorwerpen onmiddellijk afkomstig waren uit enig (al dan niet eigen) misdrijf;
feit 6
op 6 november 2024 te Almere een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten
- een Nederlandse identiteitskaart op naam van [D] en
- een Nederlandse identiteitskaart op naam van [F] en
- een Nederlandse identiteitskaart op naam van [G] ,
waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, voorhanden heeft gehad;
feit 7
in de periode van 11 mei 2023 tot en met 6 november 2024 te Almere meerdere voorwerpen en gegevens, te weten:
- een iPhone 15 Pro Max met daarop leads (lijsten) met persoonsgegevens (namen, adressen, geboortedatums, creditcardgegevens en inloggegevens) en toegang tot phishing panels en phishing e-mails en
- een Hewlett-Packard laptop met daarop leads (lijsten) met persoonsgegevens (namen, adressen, geboortedatums, creditcardgegevens en inloggegevens) en applicaties van programma’s die worden gebruikt voor het versturen van onder meer bulk e-mails, waaronder "SMScaster E-marketer”, "SendBlaster 2” en "MaxBulk Mailer ”, toegang tot phishing panels en phishing e-mails heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een in artikel 326 Wetboek Pro van Strafrecht omschreven misdrijf, terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
computervredebreuk, meermalen gepleegd;
feit 2
opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk/telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt, worden overgedragen, veranderen, wissen, onbruikbaar maken en ontoegankelijk maken en aan deze gegevens andere gegevens toevoegen, meermalen gepleegd;
feit 3
oplichting, meermalen gepleegd;
feit 4
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;
feit 5
witwassen;
feit 6
een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals of vervalst is;
feit 7
voorwerpen/gegevens ontvangen, zich verschaffen, verwerven, voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om de verdachte een gevangenisstraf op te leggen, die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest en eventueel daarnaast een voorwaardelijk strafdeel.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 4 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende een aantal maanden op geraffineerde wijze schuldig gemaakt aan grootschalige oplichtingspraktijken, door grote hoeveelheden phishingmails en SMS-berichten naar willekeurige mailinglijsten te versturen. Daarbij hoopte hij dat zoveel mogelijk van zijn ontvangers ICS-klanten waren die hierdoor zouden worden misleid, zodat hij een zo groot mogelijk bedrag van ICS-klanten afhandig kon maken.
Uiteindelijk heeft de verdachte vele tientallen slachtoffers gemaakt en heeft hij op deze wijze een bedrag van ruim € 230.000,00 van bijna al deze ICS-klanten gestolen. Dat deed hij naar eigen zeggen voor financieel gewin, omdat hij op sociale media veel luxe dingen zag voorbijkomen en een soortgelijk leven wilde leiden. Daarom besloot de verdachte zich al in 2023 te verdiepen in deze phishing-praktijken en verzamelde hij hiervoor op zijn telefoon en laptop verschillende lijsten met persoonsgegevens en applicaties van programma’s die hiervoor worden gebruikt. Uit de verklaring van de verdachte en de handelwijze die volgt uit het dossier, leidt de rechtbank af dat de door de verdachte ontstane schade nog (veel) groter had kunnen zijn. Hij heeft naar eigen zeggen duizenden e-mails verstuurd naar potentiële slachtoffers en had de phishing-software nog openstaan op het moment dat hij werd aangehouden. Ook de verdachte niet uit eigen beweging is gestopt met het plegen van deze strafbare feiten en dat hij klaarblijkelijk de intentie had om nog méér slachtoffers te maken, rekent de rechtbank hem aan.
Daarnaast heeft de verdachte verschillende designerkleding of waardevolle items, een grote hoeveelheid mobiele telefoons en een groot contant geldbedrag witgewassen en heeft hij drie valse identiteitskaarten voorhanden gehad.
Vaststaat dat de oplichting van een groot aantal slachtoffers een grove inbreuk heeft gemaakt op het vertrouwen van klanten in ICS. Ook zullen de plotselinge creditcardafschrijvingen voor de nodige schrik en wanhoop hebben geleid bij de nietsvermoedende slachtoffers. Verder zijn banken en creditcardmaatschappijen anno 2026 hierdoor steeds meer genoodzaakt om extra tijd en geld te besteden aan de voorlichting van hun klanten om ervoor te zorgen dat er niet nog meer mensen slachtoffer van dergelijke phishingpraktijken worden. Dergelijke praktijken schaden niet alleen ICS en haar klanten, maar doen ook afbreuk aan het vertrouwen in het betalingsverkeer, en het vertrouwen tussen mensen in het algemeen. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk. Daarnaast is het kwalijk dat de verdachte dure merkkleding en items, en telefoons voorhanden heeft gehad met een criminele herkomst.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel van de Justitiële Documentatie (
strafblad) betreffende de verdachte van 13 januari 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte eerder voor soortgelijke feiten in beeld is gekomen bij justitie. Drie keer eerder werd verdacht van oplichting-gerelateerde delicten verdacht, echter heeft dit telkens niet tot een veroordeling geleid. De rechtbank beschouwt de verdachte daarom als
first offender.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van een advies van Reclassering Nederland van 27 februari 2026. De reclassering heeft geen volledige delictanalyse kunnen doen, omdat er geen eerdere reclasseringscontacten zijn geweest en zij van de verdachte geen referenten mocht raadplegen. Uit het advies volgt dat delictgerelateerde factoren vooral lijken te zijn gelegen in financieel gewin en de pro-criminele keuzes die de verdachte maakte, ondanks het gegeven dat de verdachte geen problematische financiën of een gebrek aan dagbesteding zou hebben. Hij wil slechts beperkt verklaren over zijn woon- en gezinssituatie. De reclassering kan het risico op recidive niet inschatten. Op basis van de huidige informatie zijn er geen risicofactoren naar voren gekomen waar de reclassering de verdachte in kan begeleiden. De verdachte heeft zelf ook geen hulpvraag. De reclassering adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden aan de verdachte op te leggen.
Straf
De omvang en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, en de verstrekkende gevolgen hiervan leiden tot het oordeel dat alleen een vrijheidsbenemende straf een passende sanctie is. Bij het bepalen van de hoogte hiervan heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die in vergelijkbare zaken doorgaans worden opgelegd. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met het grote aantal slachtoffers, de hoogte van de schade en de duur van de periode dat de verdachte actief bezig was met phishing-praktijken. Tevens houdt de rechtbank er in strafverzwarende zin rekening mee dat de verdachte niet volledig verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn handelen. Hij heeft namelijk de phishing ten aanzien van een aantal slachtoffers uit de bewezenverklaring en de hoogte van de door hem veroorzaakte schade ontkend. Gelet op de door de verdachte op zitting betuigde spijt, lag het voor hem in de rede om volledige verantwoordelijkheid te nemen voor zijn handelen.
Daarnaast heeft de rechtbank ook de tijd in acht genomen, die de verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De rechtbank ziet geen aanleiding om van de vrijheidsbenemende straf een deel voorwaardelijk op te leggen. De verdachte zegt open te staan voor bijzondere voorwaarden, maar hij heeft geen hulpvraag. De rechtbank oordeelt dat het van belang is om een signaal af te geven aan de maatschappij dat dergelijk handelen niet wordt getolereerd. In het kader van het strafdoel van vergelding en normbevestiging zal de rechtbank de verdachte daarom veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert om de inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1 tot en met 335 verbeurd te verklaren, met uitzondering van de nummers 203, 204 en 205. Ten aanzien van de laatstgenoemde drie nummers (de valse identiteitsbewijzen) vordert de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft verzocht om de teruggave aan de verdachte van de telefoons, die niet met de feiten te maken hebben gehad.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen onder de nummers 1 tot en met 335 verbeurd verklaren, met uitzondering van de nummers 203, 204 en 205.
De bewezen verklaarde feiten zijn met behulp van een deel van deze voorwerpen begaan en het overige deel is door middel van of uit baten van deze strafbare feiten verkregen.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer, te weten:
  • 1 STK Identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2024170396-3432976, [F] , geboren op [1991 ] , betreft een valse kaart);
  • 1 STK Identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2024170396-3432985, betreft een valse kaart);
  • 1 STK Identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2024170396-3432980, betreft een valse kaart.).
Deze voorwerpen zijn tot het begaan van het onder 6 bewezenverklaarde feit vervaardigd of bestemd en zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

7.Vorderingen benadeelde partijen

7.1.
Vorderingen van de benadeelde partijen
Er zijn dertien vorderingen van benadeelde partijen ingediend. Deze vorderingen zijn allemaal ingediend ter vergoeding van schade, die zij hebben geleden als gevolg van het onder 4 bewezenverklaarde feit.
1) [slachtoffer 28] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 850,00. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
2) [slachtoffer 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 901,50. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
3) [slachtoffer 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 2.749,52. Dit bedrag bestaat uit € 2.499,52 voor vergoeding van materiële schade en € 250,00 voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
4) [slachtoffer 15] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 7.638,03. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
5) [slachtoffer 39] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.000,00. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van immateriële schade (smartengeld).
6) [slachtoffer 44] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.199,42. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
7) [slachtoffer 51] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 6,99. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
8) [slachtoffer 21] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 592,10. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
9) [slachtoffer 12] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 4.452,90. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
De benadeelde partij vraagt ook een vergoeding van € 185,00 voor gemaakte proceskosten. Dit bedrag bestaat uit deze onderdelen:
  • Tweemaal gemaakte reiskosten naar politiebureau: € 35,00;
  • Een vrije middag om alle papieren te verkrijgen voor het proces-verbaal: € 150,00.
10) [slachtoffer 69] heeft zich gesteld als benadeelde partij en een voegingsformulier ingevuld. Daarin heeft hij aangegeven dat zijn schade reeds volledig is vergoed door ICS.
11) [slachtoffer 77] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9,00. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
12) [slachtoffer 22] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 400,00. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
13) ICS heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 221.852,55. Dit bedrag bestaat uit een vergoeding van materiële schade.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert:
1. ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 28] een gedeeltelijke toewijzing, namelijk een bedrag van € 840,96 aan materiële schade en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering aan materiële schade;
2. niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [slachtoffer 2] omdat de schade reeds is vergoed;
3. ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] een gedeeltelijke toewijzing, namelijk een bedrag van € 2.086,96 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering aan materiële schade;
4. niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [slachtoffer 15] in de vordering omdat de schade reeds is vergoed;
5. niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [slachtoffer 39] in de vordering;
6. integrale toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 44] ;
7. integrale toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 51] ;
8. ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 21] een gedeeltelijke toewijzing, namelijk een bedrag van € 410,94 aan materiële schade en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering aan materiële schade;
9. ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 12] een gedeeltelijke toewijzing, namelijk een bedrag van € 3.225,00 aan materiële schade en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering aan materiële schade en proceskosten;
10. dat geen vordering is gedaan ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 69] ;
11. niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [slachtoffer 77] in de vordering;
12. integrale toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 22] ;
13. integrale toewijzing van de vordering van benadeelde partij ICS;
ten aanzien van toe te wijzen bedragen steeds vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft zich ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 39] op het standpunt gesteld dat deze onvoldoende zijn onderbouwd en zij daarom niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in dit deel van hun vordering.
Ten aanzien van de gevorderde materiële schade van alle benadeelde partijen heeft de advocaat zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank
,met uitzondering van de vordering van benadeelde partij ICS.
Ten aanzien van benadeelde partij ICS verzoekt de advocaat om deze rechtspersoon niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering dan wel deze af te wijzen wegens het ontbreken van een voldoende concrete en controleerbare onderbouwing van de gestelde schade. Subsidiair stelt de advocaat dat de behandeling van deze omvangrijke en complexe vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tot slot heeft de advocaat nog de kanttekening gemaakt dat op basis van de geleverde stukken van ICS niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de heer [slachtoffer 75] rechtsgeldig bevoegd is om ICS te vertegenwoordigen.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de dertien vorderingen beoordelen in de volgorde die hiervoor ook is gehanteerd.
1.
[slachtoffer 28]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij ter onderbouwing een brief van ICS heeft aangeleverd, waaruit blijkt dat er meerdere afschrijvingen zijn gedaan vanaf zijn ICS-account met een totaalbedrag van € 849,96. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom toe tot een bedrag van € 849,96.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde af.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 849,96 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
2)
[slachtoffer 2]
Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de gevorderde schade reeds in zijn geheel door ICS is vergoed. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom af.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, moet de benadeelde partij de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
3)
[slachtoffer 1]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag.
Uit het dossier blijkt dat er van het ICS-account van de benadeelde partij een bedrag van € 7.631,44 is afgeschreven, en dat er een bedrag van € 5.544,48 reeds door ICS is vergoed. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom toe tot een bedrag van € 2.086,96. Het overige deel aan vergoeding van materiële schade zal de rechtbank afwijzen, omdat de benadeelde partij hiervoor al door ICS schadeloos is gesteld.
Daarnaast heeft de benadeelde partij ook een bedrag aan immateriële schade gevorderd ter hoogte van € 250,00. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
De benadeelde partij heeft onvoldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. In de onderbouwing en de schriftelijke slachtofferverklaring staat dat de benadeelde partij veel stress heeft ervaren door het strafbare feit, dat zij hierdoor haar werk voor drie maanden moest neerleggen en slaapmedicatie nodig gehad. De benadeelde partij heeft ook aangegeven dat zij er een overgevoeligheid aan haar zenuwstelsel aan heeft overgehouden, waardoor zij snel van slag en moe is. Deze onderbouwing is onvoldoende om naar objectieve maatstaven geestelijk letsel vast te stellen, omdat niet is gebleken dat de benadeelde partij door het strafbare feit een gediagnosticeerde geestelijke stoornis heeft opgelopen. Ook is er geen sprake van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschending dermate zijn, dat psychisch letsel zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen. Dat betekent dat de rechtbank de benadeelde partij voor wat betreft de vordering tot immateriële schade niet-ontvankelijk verklaart.
Conclusie
De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 2.086,96 voor materiële schade. Het meer gevorderde aan materiële schadevergoeding wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk in de vordering.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 2.086,96 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
4)
[slachtoffer 15]
Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de gevorderde schade reeds in zijn geheel door ICS is vergoed. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom af.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, moet de benadeelde partij de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
5)
[slachtoffer 39]
Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij heeft gesteld dat de verdachtmakingen van ICS hem veel stress hebben bezorgd en er in die zin sprake is van geestelijk letsel. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij geen gegevens heeft verstrekt waaruit blijkt dat hij door het strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook kan de rechtbank niet vaststellen dat anderszins sprake is van een aantasting in de persoon, omdat de benadeelde partij niet met concrete gegevens heeft onderbouwd welke gevolgen het strafbare feit voor hem heeft gehad.
Van een uitzonderlijke situatie waarin geen onderbouwing nodig is, is in dit geval geen sprake, gelet op rechtspraak van de Hoge Raad.
De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot vergoeding van immateriële schade.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, moet de benadeelde partij de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
6)
[slachtoffer 44]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe, bestaande uit een vergoeding van € 1.199,42 voor materiële schade.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 1.199,42 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
7)
[slachtoffer 51]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe, bestaande uit een vergoeding van € 6,99 voor materiële schade.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 6,99 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
8)
[slachtoffer 21]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij een vordering heeft ingediend ter hoogte van € 592,10. Echter volgt uit het dossier dat het schadebedrag van de benadeelde partij € 574,99 bedroeg en een bedrag van € 169,05 reeds door ICS is vergoed. Gelet hierop wijst de rechtbank de vordering tot vergoeding van materiële schade toe tot een bedrag van € 405,94.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 405,94 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
9)
[slachtoffer 12]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en is namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij een vordering heeft ingediend ter hoogte van € 4.452,90. Echter volgt uit het dossier dat het schadebedrag van de benadeelde partij € 4.064,90 bedroeg en een bedrag van € 839,90 reeds door ICS is vergoed. Gelet hierop wijst de rechtbank de vordering tot vergoeding van materiële schade toe tot een bedrag van € 3.225,00. De rechtbank wijst het overige deel van dit gevorderde bedrag af.
Daarnaast heeft de benadeelde partij verzocht om vergoeding van proceskosten bestaande uit twee schadeposten, namelijk gemaakte reiskosten naar het politiebureau ter hoogte van € 35,00 en kosten voor het opnemen van een vrije middag om alle papieren rondom de vordering te verkrijgen ter hoogte van € 150,00.
Proceskosten betreffen de kosten van rechtsbijstand (gemaakt met het oog op het opstellen en indienen van de vordering tot schadevergoeding) en andere kosten, zoals reis- en verblijfskosten die zijn gemaakt om bij het onderzoek ter terechtzitting aanwezig te zijn en verletkosten (het inkomen of de opbrengsten die worden gemist vanwege de aanwezigheid bij de zitting).
De rechtbank is van oordeel dat de gemaakte reiskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen als proceskosten en evenmin materiële schade zijn. De rechtbank zal deze daarom afwijzen. Verder stelt de rechtbank vast dat de gestelde kosten voor het opnemen van een vrije middag niet met stukken zijn onderbouwd. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dit gedeelte niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag van € 3.225,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade en de kosten voor het opnemen van een vrije middag niet-ontvankelijk in de vordering.
De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij wat betreft de gevorderde reiskosten af.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 3.225,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 32 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
10)
[slachtoffer 69]
Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de gevorderde schade reeds in zijn geheel door ICS is vergoed. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom af.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, moet de benadeelde partij de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
11)
[slachtoffer 77]
Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de gevorderde schade reeds in zijn geheel door ICS is vergoed. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom af.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, moet de benadeelde partij de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte daarvoor kosten heeft gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.
12)
[slachtoffer 22]
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij heeft verzocht om vergoeding van materiële schade ter hoogte van € 400,00. Uit het dossier blijkt dat ICS heeft aangegeven dat het schadebedrag van de benadeelde partij zelfs hoger bedraagt. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe, bestaande uit een vergoeding van € 400,00 voor materiële schade.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2024 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 400,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
13)
ICS
De advocaat heeft betwist dat de heer [B] gemachtigd was om ICS als benadeelde partij te vertegenwoordigen in deze zaak. Pagina 7 van de door ICS aangeleverde stukken van haar vordering tot schadevergoeding bevat een ondertekende verklaring van één van de bestuurders van ICS [H] ) waarin staat vermeld dat de heer [B] middels deze verklaring gemachtigd is om ICS wettelijk te vertegenwoordigen bij voegingen als benadeelde partij in het strafproces. [H] is volgens het uittreksel uit de Kamer van Koophandel gevolmachtigd om ICS te vertegenwoordigen tot een bedrag van € 250.000,-. De rechtbank verwerpt daarom dit verweer.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot vergoeding van materiële schade voldoende is onderbouwd. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 4 bewezenverklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank stelt op basis van het dossier namelijk vast dat ICS een bedrag van € 221.852,55 heeft gevorderd, omdat dit het totaalbedrag is dat zij reeds aan alle slachtoffers heeft vergoed, nadat de verdachte deze geldbedragen van hun ICS-account had afgeschreven. Dit bedrag is naar het oordeel van de rechtbank op basis van het dossier voldoende concreet en controleerbaar. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe, bestaande uit een vergoeding van € 221.852,55 voor materiële schade.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2026 tot de dag van volledige betaling.
De rechtbank veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
De rechtbank zal ook ten aanzien van ICS een schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte opleggen. Met de schadevergoedingsmaatregel wordt (kort gezegd) beoogd dat het slachtoffer er niet zelf voor hoeft te zorgen dat de verdachte de schadevergoeding betaalt, maar dat de Staat dat voor hem/haar doet. De benadeelde partij in deze zaak is weliswaar een rechtspersoon, waarvan naar het oordeel van de rechtbank in beginsel mag worden verwacht dat zij de schadevergoeding zelf bij de verdachte kan incasseren. De rechtbank ziet in deze zaak echter aanleiding om ook ten behoeve van ICS de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De door ICS gevorderde schade is geleden doordat zij het bij de in feit 4 genoemde slachtoffers weggenomen geldbedrag deels heeft vergoed. Hiermee heeft ICS geprobeerd te bewerkstelligen dat de slachtoffers zo min mogelijk met de financiële gevolgen van de phishing zouden worden geconfronteerd. Onder die omstandigheden oordeelt de rechtbank dat het aangewezen is dat ICS de geleden schade op relatief eenvoudige wijze op verdachte kan verhalen.
Daarom legt de rechtbank de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 221.852,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2026 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 365 dagen gijzeling.
De rechtbank bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 138ab, 231, 234, 311, 326, 350a, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 7 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
beslag t.a.v. feit 1, 2, 3, 4, 5 en 7
- verklaart de inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1 tot en met 335 van de beslaglijst van 17 februari 2026 verbeurd, met uitzondering van de nummers 203, 204 en 205;
beslag t.a.v. feit 6
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer (inbeslaggenomen onder de nummers 203, 204 en 2025):
  • 1 STK Identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2024170396-3432976, [F] , geboren op [1991 ] , betreft een valse kaart);
  • 1 STK Identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2024170396-3432985, betreft een valse kaart);
  • 1 STK Identiteitsbewijs (omschrijving: PL0900-2024170396-3432980, betreft een valse kaart);
1) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 28] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 849,96;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde af;
  • legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 849,96 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
2) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade af;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
3) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 2.086,96 voor materiële schade;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • verklaart de benadeelde partij wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk in de vordering;
  • wijst de meer gevorderde materiële schadevergoeding af;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 2.086,96 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
4) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 15] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade af;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
5) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 39] t.a.v. feit 4
  • verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
6) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 44] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 1.199,42, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 1.199,42 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 121 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
7) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 51] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 6,99, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 6,99 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
  • bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
8) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 21] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 405,94, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • wijst de vordering van de benadeelde partij wat betreft het meer gevorderde af;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 405,94 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
9) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 12] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 3.225,00, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
  • veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • verklaart de benadeelde partij wat betreft de kosten voor het opnemen van een vrije middag niet-ontvankelijk in de vordering;
  • wijst de vordering van de benadeelde partij wat betreft de meer gevorderde materiële schade af;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 3.225,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 32 dagen gijzeling;
  • de rechtbank bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
10) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 69] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade af;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
11) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 77] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade af;
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
12) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 22] t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 400,00, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente 23 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 400,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 4 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
13) vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij ICS t.a.v. feit 4
  • wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 221.852,55, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
  • veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2026 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 221.852,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 365 dagen gijzeling;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.A. Groeneveld, voorzitter, mrs. H.C. Piet en J.B. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R.V. Joerawan als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 05 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 te Almere
en/of Amsterdam, althans in Nederland, in elk geval in Europa, meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de (web)server(s) en/of netwerk(en) toebehorende aan (onder meer) International Card Services B.V. (ICS) is binnengedrongen, door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door middels (onrechtmatig verkregen) inloggegevens en/of verificatiecodes van (een) klant(en) van ICS in te loggen op het Web portal van International Card Services B.V. en/of op het (ICS-) account van deze klant(en) en/of (vervolgens) inloggegevens en/of betaalgegevens, althans daarmee vergelijkbare gegevens te wijzigen en/of het account van voornoemde klant(en) te activeren op de ICS applicatie en/of via Apple Pay middels een virtuele creditcard;
2.
hij in of omstreeks de periode van 05 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 te Almere
en/of Amsterdam, althans in Nederland, in elk geval in Europa, meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of e-mailadressen en/of verificatiecodes van een of meer account(s) van een of meer rekeninghouder(s) en/of klanten van International Card Services B.V. (ICS) en/of een of meer (andere) banken, heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of aan gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, andere gegevens, te weten inloggegevens en/of persoonsgegevens en/of betaalgegevens en/of e-mailadressen heeft toegevoegd door met onrechtmatig verkregen (en/of door de klant(en) onder valse voorwendselen ingevoerde) inloggegevens voornoemde gegevens (vervolgens) te veranderen en/of aan te passen en/of gegevens daaraan toe te voegen;
3.
hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 te Almere
en/of Amsterdam, althans in Nederland, in elk geval in Europa, meermalen althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer rekeninghouder(s) en/of klant(en) van International Card Services B.V. (ICS) en/of een of meer (andere) banken, te weten
1. [slachtoffer 8] en/of
2. [slachtoffer 27] en/of
3. [slachtoffer 14] en/of
4. [slachtoffer 16] en/of
5. [slachtoffer 17] en/of
6. [slachtoffer 28] en/of
7. [slachtoffer 29] en/of
8. [slachtoffer 30] en/of
9. [slachtoffer 2] en/of
10. [slachtoffer 20] en/of
11. [slachtoffer 31] en/of
12. [slachtoffer 32] en/of
13. [slachtoffer 1] en/of
14. [slachtoffer 3] en/of
15. [slachtoffer 33] en/of
16. [slachtoffer 26] en/of
17. [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 34] en/of
18. [slachtoffer 18] en/of
19. [slachtoffer 35] en/of
20. [slachtoffer 13] en/of
21. [slachtoffer 5] en/of
22. [slachtoffer 15] en/of
23. [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 36] en/of
24. [slachtoffer 37] en/of
25. [slachtoffer 38] en/of
26. [slachtoffer 9] en/of
21. [slachtoffer 7] en/of
28. [slachtoffer 39] en/of
29. [slachtoffer 40] en/of
30. [slachtoffer 41] en/of
31. [slachtoffer 89] en/of
32. [slachtoffer 11] en/of
33. [slachtoffer 43] en/of
34. [slachtoffer 44] en/of
35. [slachtoffer 45] en/of
36. [slachtoffer 46] en/of
37. [slachtoffer 47] en/of
38. [slachtoffer 48] en/of
39. [slachtoffer 49] en/of
40. [slachtoffer 50] en/of
41. [slachtoffer 51] en/of
42. [slachtoffer 52] en/of
43. [slachtoffer 53] en/of
44. [slachtoffer 54] en/of
45. [slachtoffer 55] en/of
46. [slachtoffer 56] en/of
47. [slachtoffer 57] en/of
48. [slachtoffer 58] en/of
49. [slachtoffer 59] en/of
50. [slachtoffer 21] en/of
51. [slachtoffer 60] en/of
52. [slachtoffer 61] en/of
53. [aangever] en/of j
54. [slachtoffer 62] en/of
55. [slachtoffer 63] en/of
56. [slachtoffer 64] en/of
57. [slachtoffer 10] en/of
58. [slachtoffer 65] en/of
59. [slachtoffer 12] en/of
60. [slachtoffer 66] en/of
61. [slachtoffer 67] en/of
62. [slachtoffer 68] en/of
63. [slachtoffer 69] en/of
64. [slachtoffer 70] en/of
65. [slachtoffer 31] en/of
66. [slachtoffer 71] en/of
67. [slachtoffer 72] en/of
68. [slachtoffer 73] en/of
69. [slachtoffer 74] en/of
70. [slachtoffer 75] en/of
71. [slachtoffer 76] en/of
72. [slachtoffer 77] en/of
73. [slachtoffer 78] en/of
74. [slachtoffer 79] en/of
75. [slachtoffer 80] en/of
76. [slachtoffer 81] en/of
77. [slachtoffer 82] en/of
78. [slachtoffer 19] en/of
79. [slachtoffer 83]
heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of enig goed en/of het ter beschikking stellen van (inlog)gegevens (waaronder autorisatiecode(s) en/of pincode(s) en/of CVC code(s)) van zijn/haar ICS- of bank account(s) en/of creditcard(s), althans gegevens, door
- voornoemde klant(en) een e-mail en/of brief en/of SMS-bericht als ware afkomstig van ICS te sturen en/of (vervolgens)
- voornoemde klant(en) te bewegen tot het klikken op een hyperlink die werd geleid naar een valse/namaak website van ICS en/of (vervolgens)
- voornoemde klant(en) te bewegen op die/een valse/namaak website van ICS zijn/haar (inlog)gegevens en/of bankgegevens en/of CVC code en/of verificatiecode, in te vullen en/of bij te werken en/of achter te laten en/of door te geven, en/of (vervolgens)
- het account van voornoemde klant(en) te activeren op de ICS applicatie en/of via Apple Pay middels een virtuele creditcard,
waarna voornoemde klant(en) werden bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of
het ter beschikking stellen van voornoemde (inlog)gegevens;
4.
hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2024 tot en met 22 oktober 2024 te Almere
en/of Amsterdam, althans in Nederland, in elk geval in Europa, meermalen, althans eenmaal,
een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een of meer rekeninghouder(s) en/of klanten van International Card Services B.V. (ICS) en/of een of meer (andere) banken, te weten
1. [slachtoffer 8] en/of
2. [slachtoffer 27] en/of
3. [slachtoffer 14] en/of
4. [slachtoffer 16] en/of
5. [slachtoffer 17] en/of
6. [slachtoffer 28] en/of
7. [slachtoffer 29] en/of
8. [slachtoffer 30] en/of
9. [slachtoffer 2] en/of
10. [slachtoffer 20] en/of
11. [slachtoffer 31] en/of
12. [slachtoffer 32] en/of
13. [slachtoffer 1] en/of
14. [slachtoffer 3] en/of
15. [slachtoffer 33] en/of
16. [slachtoffer 26] en/of
17. [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 34] en/of
18. [slachtoffer 18] en/of
19. [slachtoffer 35] en/of
20. [slachtoffer 13] en/of
21. [slachtoffer 5] en/of
22. [slachtoffer 15] en/of
23. [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 36] en/of
24. [slachtoffer 37] en/of
25. [slachtoffer 38] en/of
26. [slachtoffer 9] en/of
27. [slachtoffer 7] en/of
28. [slachtoffer 39] en/of
29. [slachtoffer 40] en/of
30. [slachtoffer 41] en/of
31. [slachtoffer 89] en/of
32. [slachtoffer 11] en/of
33. [slachtoffer 43] en/of
34. [slachtoffer 44] en/of
35. [slachtoffer 84] en/of
36. [slachtoffer 46] en/of
37. [slachtoffer 47] en/of
38. [slachtoffer 48] en/of
39. [slachtoffer 49] en/of
40. [slachtoffer 50] en/of
41. [slachtoffer 51] en/of
42. [slachtoffer 52] en/of
43. [slachtoffer 53] en/of
44. [slachtoffer 54] en/of
45. [slachtoffer 55] en/of
46. [slachtoffer 85] en/of
47. [slachtoffer 57] en/of
48. [slachtoffer 58] en/of
49. [slachtoffer 59] en/of
50. [slachtoffer 21] en/of
51. [slachtoffer 60] en/of
52. [slachtoffer 61] en/of
53. [aangever] en/of
54. [slachtoffer 62] en/of
55. [slachtoffer 63] en/of
56. [slachtoffer 64] en/of
57. [slachtoffer 10] en/of
58. [slachtoffer 65] en/of
59. [slachtoffer 12] en/of
60. [slachtoffer 66] en/of
61. [slachtoffer 67] en/of
62. [slachtoffer 68] en/of
63. [slachtoffer 69] en/of
64. [slachtoffer 70] en/of
65. [slachtoffer 31] en/of
66. [slachtoffer 83] en/of
67. [slachtoffer 19] en/of
68. [slachtoffer 71] en/of
69. [slachtoffer 72] en/of
70. [slachtoffer 73] en/of
71. [slachtoffer 86] en/of
72. [slachtoffer 87] en/of
73. [slachtoffer 90] en/of
74. [slachtoffer 74] en/of
75. [slachtoffer 75] en/of
76. [slachtoffer 76] en/of
77. [slachtoffer 77] en/of
78. [slachtoffer 78] en/of
79. [slachtoffer 79] en/of
80. [slachtoffer 80] en/of
81. [slachtoffer 81] en/of
82. [slachtoffer 82] en/of
83. [slachtoffer 22]
84. [slachtoffer 91] ,
85. [slachtoffer 88]
in elk geval aan een ander dan aan hem, verdachte, toebehoorde, heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of waarbij hij, verdachte, het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten door met oplichting verkregen, althans onrechtmatig verkregen (en/of door de rekeninghouder(s) onder valse voorwendselen ingevoerde) gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoord(en) en/of CVC code(s) en/of inlog(gegevens) voor het inloggen op het ICS- account van voornoemde klanten, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was, en/of het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, te weten door gebruik te maken van de gegevens en/of de (virtuele) creditcard en/of het ICS-account van
voornoemde klant(en), door deze (virtuele) creditcard en/of het ICS-account te koppelen aan een van zijn telefoons en/of (vervolgens) (via Apple Pay) betalingen te verrichten met een niet op zijn naam gestelde creditcard en/of ICS-account;
5.
hij in of omstreeks in of omstreeks de periode van 20 januari 2024 tot en met 06 november 2024 te Almere en/of Amsterdam, althans in Nederland, in elk geval in Europa tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen één of meer voorwerp(en), te weten diverse designer kleding en/of items (ter waarde van een bedrag van tenminste 42.039 euro) en/of 98 mobiele telefoons en/of enig (groot) contant geldbedrag, waaronder in ieder geval een geldbedrag van 44.450,55 euro, 859 Amerikaanse dollars en 4175 Ghanese Cedi, (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), voorhanden had, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf en/of (telkens) één of meer voorwerpen(en) te weten diverse designer kleding en/of items (ter waarde van een bedrag van tenminste 42.039 euro) en/of 98 mobiele telefoons en/of enig (groot) contant geldbedrag, waaronder in ieder geval een geldbedrag van 44.450,55 euro, 859 Amerikaanse dollars en 4175 Ghanese Cedi, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (al dan niet eigen) misdrijf;
6.
hij op of omstreeks 6 november 2024 te Almere, althans in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten
- een Nederlandse identiteitskaart op naam van [D] en/of
- een Nederlandse identiteitskaart op naam van [F] en/of
- een Nederlandse identiteitskaart op naam van [G] ,
waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was,
heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad;
7.
hij in of omstreeks de periode van 11 mei 2023 tot en met 6 november 2024 te Almere, althans in Nederland, een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten;
- ( een iPhone 15 pro max met daarop) leads (lijsten) met persoonsgegevens (namen, adressen, geboortedatums, creditcardgegevens en inloggevens) en/of (toegang tot)) phishing panels en/of phishing e-mails
- ( een Hewlett-Packard laptop met daarop) leads (lijsten) met persoonsgegevens (namen, adressen, geboortedatums, creditcardgegevens en inloggevens) en/of applicaties van programma’s die worden gebruikt voor het versturen van onder meer bulk e-mails, waaronder "SMScaster E-marketer”, "SendBlaster 2” en "MaxBulk Mailer ”, (toegang tot)) phishing panels en/of phishing e-mails, heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een in artikel 326 Wetboek Pro van Strafrecht omschreven misdrijf, in elk geval een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument.
Bijlage II: Bewijsmiddelen t.a.v. de overige aangevers (feit 3 en 4) [80]
Bewijsmiddelen t.a.v. alle aangevers
  • de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 maart 2026;
  • een proces-verbaal van bevindingen van 15 juli 2025 voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte, pagina 1356 tot en met 1362;
  • een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2026, genummerd MD2R024114-382 (PV nummer 217), betreffende een overzicht van ICS van de gegevens van de aangevers (en account take-over).
Bewijsmiddelen per aangever [81]

1. [slachtoffer 8]

  • pagina 52 e.v.;
  • pagina 667 e.v.;
  • pagina 477 e.v.;
  • pagina 308 en 309;
  • pagina 448;

2. [slachtoffer 27]

  • pagina 937 e.v.;
  • pagina 338;
  • pagina 385 e.v.;
  • pagina 495;
  • pagina 301;

3. [slachtoffer 14]

  • pagina 941 e.v.;
  • pagina 372 e.v.;
  • pagina 375 e.v.;
  • pagina 729 e.v.;
  • pagina 323;

5. [slachtoffer 17]

  • pagina 104 e.v.;
  • pagina 447 e.v.;
  • pagina 480;
  • pagina 449;
  • pagina 394;
  • pagina 717 e.v.;
  • pagina 515;
  • pagina 449;
  • pagina 394;

6. [slachtoffer 28]

  • pagina 953;
  • pagina 389;
  • pagina 391;
  • pagina 781;
  • pagina 786;

7. [slachtoffer 29]

  • pagina 962;
  • pagina 495;
  • pagina 104;
  • pagina 308;
  • pagina 724;

8. [slachtoffer 30]

  • pagina 308;
  • pagina 728;

10. [slachtoffer 20]

  • pagina 971;
  • pagina 308;
  • pagina 495;
  • pagina 567;
  • pagina 592;

11. [slachtoffer 31]

  • pagina 979;
  • pagina 477;
  • pagina 789;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 301;

12. [slachtoffer 32]

  • pagina 984;
  • pagina 789;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 301;

13. [slachtoffer 1]

  • pagina 992;
  • pagina 505;
  • pagina 301;
  • pagina 477;
  • pagina 1196;

15. [slachtoffer 33]

  • pagina 1001;
  • pagina 477;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 301;

16. [slachtoffer 26]

  • pagina 1005;
  • pagina 477;
  • pagina 786;
  • pagina 781;
  • pagina 308;

18. [slachtoffer 18]

  • pagina 1011;
  • pagina 477;
  • pagina 592 e.v.;
  • pagina 790;
  • pagina 300;
  • pagina 788 e.v.

19. [slachtoffer 35]

  • pagina 1015;
  • pagina 477;
  • pagina 789;
  • pagina 301;

20. [slachtoffer 13]

  • pagina 1020;
  • pagina 477;
  • pagina 490;
  • pagina 300;

24. [slachtoffer 23]

  • pagina 592;
  • pagina 105;
  • pagina 308;

25. [slachtoffer 38]

  • pagina 1038;
  • pagina 477;
  • pagina 493;
  • pagina 301;

28. [slachtoffer 39]

  • pagina 1047;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 308;

29. [slachtoffer 40]

  • pagina 781;
  • pagina 308;

30. [slachtoffer 41]

  • pagina 1053;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 308;

31. [slachtoffer 42]

  • pagina 781;
  • pagina 308;

32. [slachtoffer 11]

  • pagina 1060;
  • pagina 592 e.v.;
  • pagina 681;
  • pagina 300;

33. [slachtoffer 43]

  • pagina 1064;
  • pagina 477;
  • pagina 512;
  • pagina 308;

34. [slachtoffer 44]

  • pagina 1068;
  • pagina 477;
  • pagina 508;
  • pagina 308;

35. [slachtoffer 45]

  • pagina 1071;
  • pagina 477;
  • pagina 508;
  • pagina 308;

36. [slachtoffer 46]

  • pagina 1075;
  • pagina 477;
  • pagina 509;
  • pagina 308;

37. [slachtoffer 47]

  • pagina 1078;
  • pagina 477;
  • pagina 510;
  • pagina 308;

38. [slachtoffer 48]

  • pagina 1084;
  • pagina 477;
  • pagina 506;
  • pagina 308;

39. [slachtoffer 49]

  • pagina 1084;
  • pagina 477;
  • pagina 507;
  • pagina 308;

40. [slachtoffer 50]

  • pagina 1088;
  • pagina 477;
  • pagina 507;
  • pagina 308;

41. [slachtoffer 51]

  • pagina 1091;
  • pagina 477;
  • pagina 505;
  • pagina 308;

42. [slachtoffer 52]

  • pagina 1094;
  • pagina 477;
  • pagina 505;

43. [slachtoffer 53]

  • pagina 1097;
  • pagina 477;
  • pagina 500;
  • pagina 308;

44. [slachtoffer 54]

  • pagina 1100;
  • pagina 477;
  • pagina 500;
  • pagina 308;

45. [slachtoffer 55]

  • pagina 1107;
  • pagina 477;
  • pagina 501;
  • pagina 308;

46. [slachtoffer 56]

  • pagina 1110;
  • pagina 477;
  • pagina 502;
  • pagina 308;

47. [slachtoffer 57]

  • pagina 114;
  • pagina 477;
  • pagina 503;
  • pagina 308;

48. [slachtoffer 58]

  • pagina 1117;
  • pagina 477;
  • pagina 500;
  • pagina 308;

49. [slachtoffer 59]

  • pagina 1122;
  • pagina 592;
  • pagina 454;
  • pagina 457;
  • pagina 466;
  • pagina 685;
  • pagina 302;
  • pagina 308;

50. [slachtoffer 21]

  • pagina 1126;
  • pagina 592 e.v.;

51. [slachtoffer 60]

  • pagina 1130;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 308;

52. [slachtoffer 61]

- pagina 124;

54. [slachtoffer 62]

  • pagina 144;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

55. [slachtoffer 63]

  • pagina 177;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

56. [slachtoffer 64]

  • pagina 180;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

57. [slachtoffer 10]

  • pagina 200;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

58. [slachtoffer 65]

  • pagina 403;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;
  • pagina 461;

59. [slachtoffer 12]

  • pagina 114;
  • pagina 234;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

60. [slachtoffer 66]

  • pagina 238;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

61. [slachtoffer 67]

  • pagina 242;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;

62. [slachtoffer 68]

  • pagina 246;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;
  • pagina 461;
  • pagina 463;

63. [slachtoffer 69]

  • pagina 251;
  • pagina 458;
  • pagina 457;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

64. [slachtoffer 70]

  • pagina 255;
  • pagina 108;
  • pagina 308;
  • pagina 309;
  • pagina 448;

65. [slachtoffer 31]

  • pagina 268;
  • pagina 496;
  • pagina 781;
  • pagina 786;
  • pagina 301

66. [slachtoffer 83]

  • pagina 403;
  • pagina 324;
  • pagina 380;

67. [slachtoffer 19]

  • pagina 675;
  • pagina 592 e.v.;
  • pagina 477;
  • pagina 495;
  • pagina 308;

68. [slachtoffer 71]

  • pagina 492;
  • pagina 495;
  • pagina 301;
69. [slachtoffer 72]
  • pagina 477;
  • pagina 492;
  • pagina 301;

70. [slachtoffer 73]

  • pagina 477;
  • pagina 493;
  • pagina 301;

71. [slachtoffer 86]

  • pagina 477;
  • pagina 494;
  • pagina 301;

72. [slachtoffer 87]

  • pagina 477;
  • pagina 497;
  • pagina 301;

73. [slachtoffer 90]

  • pagina 477;
  • pagina 501;
  • pagina 302;

74. [slachtoffer 74]

  • pagina 477;
  • pagina 504;
  • pagina 308;

75. [slachtoffer 75]

  • pagina 477;
  • pagina 512;
  • pagina 308;

76. [slachtoffer 76]

  • pagina 477;
  • pagina 514;
  • pagina 308;

77. [slachtoffer 77]

  • pagina 786;
  • pagina 308;

78. [slachtoffer 78]

  • pagina 786;
  • pagina 308;

79. [slachtoffer 79]

  • pagina 786;
  • pagina 308;

80. [slachtoffer 80]

  • pagina 786;
  • pagina 308;

81. [slachtoffer 81]

  • pagina 786;
  • pagina 308;

82. [slachtoffer 82]

  • pagina 786;
  • pagina 308;

83. [slachtoffer 22]

  • pagina 789;
  • pagina 101;
  • pagina 790;
  • pagina 592 e.v.;
  • pagina 308;
  • pagina 301;

84. [slachtoffer 91]

  • pagina 790;
  • pagina 291;
  • pagina 799;
  • pagina 301;
  • pagina 308;
  • pagina 509;
  • pagina 781;
  • pagina 694;
  • pagina 799;

85. [slachtoffer 88]

  • pagina 101;
  • pagina 791;
  • pagina 786;
  • pagina 665;
  • pagina 302;
  • pagina 308.

Voetnoten

2.Pagina 51 e.v.
3.Pagina 3.
4.Pagina 67-98.
5.Pagina 95-97.
6.Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2026, genummerd MD2R024114-382 (PV nummer 217).
7.Pagina 966.
8.Pagina 997.
9.Pagina 1008.
10.Pagina 1024.
11.Pagina 1027.
12.Pagina 1013.
13.Pagina 1040.
14.Pagina 1043.
15.Pagina 305.
16.Pagina 306.
17.Pagina 308.
18.Pagina 309.
19.Eigen waarneming van de rechtbank: op de kaart op pagina 309 staat het bereik van deze startpalen, uit vergelijking met de kaart op pagina 451, waar de woning van verdachte is gemarkeerd, volgt dat deze gelegen is binnen het bereik van de palen weergegeven op pagina 309.
20.Pagina 305-309, 786.
21.Pagina 305-309, 786.
22.Pagina 305-309, 459.
23.Pagina 305-309, 786.
24.Pagina 104, 305-309.
25.Pagina 104, 305-309.
26.Pagina 300-301, 683, 1444.
27.Pagina 308-309.
28.Pagina 310 en 311.
29.Pagina 314 en 315.
30.Pagina 317 en 318.
31.Pagina 296 en 327 tot en met 384.
32.Pagina 385 tot en met 387.
33.Pagina 729 tot en met 740.
34.Pagina 389 en 390.
35.Pagina 390,
36.Pagina 194.
37.Pagina 391 tot en met 393.
38.Pagina 1358 en 1359.
39.Pagina 449.
40.Pagina 829.
41.Pagina 394 tot en met 396.
42.Pagina 443 en 444.
43.Pagina 477.
44.Pagina 1024.
45.Pagina 453 tot en met 459.
46.Pagina 460 tot en met 466 en 762 tot en met 769.
47.Pagina 723 tot en met 728 en 825 tot en met 829.
48.Pagina 592 tot en met 606 en 717 tot en met 722.
49.Pagina 592 tot en met 606
50.Pagina’s 717 tot en met 722.
51.Pagina 477.
52.Pagina 477 tot en met 528.
53.Pagina 447.
54.Pagina 477, 478.
55.Pagina 966.
56.Pagina 479-480.
57.Pagina 480.
58.Pagina 519
59.Pagina 486 e.v.
60.Pagina 486. n
61.Pagina 506.
62.Pagina 513.
63.Pagina 514.
64.Pagina 514
65.Een in de wettelijke vorm opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2026, genummerd MD2R024114-381 (PV nummer 216).
66.Pagina 526-528.
67.Pagina 435.
68.Pagina 579 tot en met 590.
69.Pagina 1226 tot en met 1234.
70.Pagina 433.
71.Pagina 435 tot en met 437.
72.Pagina 1380 en 1381.
73.Pagina 435, 437 en 813 tot en met 815.
74.Pagina 785, 786.
75.Pagina 1386 tot en met 1388, 439 tot en met 444.
76.Pagina 770 tot en met 778.
77.Pagina’s 603, 604.
78.Pagina 1384, 1385.
79.Pagina/s 1385, 1386.
81.De nummering van de aangevers is de nummering die in de tenlastelegging is gebruikt en is hier niet doorlopend, omdat de bewijsmiddelen ten aanzien van een aantal aangevers eerder in het vonnis al zijn opgenomen (deze nummers ontbreken dus hier).