Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1230

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
11969700 MV EXPL 25-188 BmR/842
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:628 BWArt. 6:119 BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loonstop onterecht; recht op loondoorbetaling bij arbeidsconflict en mediationweigering

De werknemer trad op 1 januari 2023 in dienst bij Legalitas en kreeg een salaris van €5.000 bruto per maand. In juni 2025 vroeg Legalitas toestemming bij het UWV om de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen. De werknemer meldde zich ziek en de bedrijfsarts stelde vast dat er geen medische arbeidsongeschiktheid was, maar dat een arbeidsconflict werkhervatting in de weg stond. Mediation werd voorgesteld, maar Legalitas weigerde de advocaat van de werknemer bij de mediation toe te laten en blokkeerde de mediation.

Legalitas stopte het loon per 1 oktober 2025 omdat de werknemer niet meewerkte aan mediation of werkhervatting. De werknemer vorderde loonbetaling en stelde dat de loonstop onterecht was. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer door het arbeidsconflict situatief arbeidsongeschikt was en recht had op loon. Legalitas had onterecht de mediation gefrustreerd en de advocaat geweigerd, waardoor het mediationtraject niet van de grond kwam.

De kantonrechter matigde de wettelijke verhoging tot 25% en veroordeelde Legalitas tot betaling van het loon inclusief emolumenten, wettelijke verhoging en rente vanaf 1 oktober 2025 tot 1 februari 2026. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Legalitas is veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 oktober 2025 inclusief wettelijke verhoging en rente wegens onterechte loonstop.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11969700 MV EXPL 25-188 BmR/842
Kort geding vonnis van 17 maart 2026
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [eiser] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. B. Cornelissen,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Legalitas B.V.,
gevestigd te Hilversum,
verder ook te noemen Legalitas,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M.A.M. Lem.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9 - akte overlegging producties 10 tot en met 15 aan de zijde van [eiser] - akte overlegging producties 1 tot en met 16 aan de zijde van Legalitas - proces-verbaal van 4 december 2025 tot wraking - beslissing wrakingskamer van 8 januari 2026
Op 12 januari 2026 heeft [eiser] een verzoekschrift ingediend ex artikel 7:673 en Pro 7:682 BW. De kantonrechter heeft bepaald dat het kort geding en verzoekschrift gelijktijdig zal worden behandeld op 3 maart 2026. Ter zitting is afgesproken dat de stukken in kort geding en de verzoekschriftprocedure in beide zaken als ingebracht dienen te worden beschouwd en over en weer dus onderdeel uitmaken van de processtukken. Het verloop van de verzoekschriftprocedure blijkt uit:
- verzoekschrift met producties 1 tot en met 13 - akte overlegging productie 14 tot en met 21 - verweerschrift met producties 1 tot en met 19 - akte overlegging producties 20 tot en met 23
In beide zaken: - de mondelinge behandeling op 3 maart 2026 - de pleitnotities aan de zijde van [eiser] - de pleitnotities aan de zijde van Legalitas.
1.2.
De griffier heeft van de mondelinge behandeling aantekeningen bijgehouden.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is op 1 januari 2023 in dienst getreden van Legalitas in de functie van [functie] . Het laatstgenoten salaris bedraagt € 5.000,00 bruto per maand.
2.2.
Op 30 juni 2025 vraagt Legalitas het UWV om toestemming om de arbeidsovereenkomst te mogen beëindigen op grond van bedrijfseconomische dan wel bedrijfsorganisatorische redenen. Bij brief van 7 juli 2025 wordt [eiser] op de hoogte gesteld van verval van zijn functie met toezending van een vaststellingsovereenkomst.
2.3.
Bij e-mail van 7 juli 2025 meldt [eiser] zich ziek.
2.4.
Uit de probleemanalyse van de bedrijfsarts/Arbodienst opgeteld door [A] onder supervisie van [B] van 12 augustus 2025 volgt het volgende:
“Werknemer stond aangemeld op het spreekuur in verband met ziekteverzuim. Het doel van het consult is om inzicht te krijgen in de medische situatie en de mate van arbeids(on)geschiktheid te beoordelen. Uit het spreekuur komt naar voren dat er sprake is van een conflict, wat werknemer op dit moment belemmert in het participeren In het arbeidsproces. Naar mijn oordeel zijn er geen medische gronden voor arbeidsongeschiktheid.
Om de nadelige gevolgen van de ontstane situatie op te lossen, ts het essentieel om met elkaar in gesprek te gaan over het vervolg zonder een ziekmelding. Gezien huidige verharde situatie acht ik het raadzaam om op zoek te gaan naar onafhankelijke deskundige ondersteuning. Dit kan door middel van conflictbemiddeling of mediation. Wat de meeste geschikte keuze is, hangt van de situatie af. Informatie hierover is bijvoorbeeld te vinden op [website] .
2.5.
Op 11 september 2025 verzoekt Legalitas aan [C] (MfN-registermediator) om op te treden als mediator. Bij e-mail van 19 september 2025 schrijft [C] aan Legalitas het volgende:
“Ik denk dat het van belang is dat partijen met elkaar om tafel gaan zitten. Je hebt aangegeven dat je er bezwaar tegen hebt dat de heer Bernard Cornelissen aanwezig is bij de mediation. Gezien de voorgeschiedenis kan ik mij voorstellen dat dit lastig voor je is. Ik overleg hierover graag met je.”
2.6.
Mr. Cornelissen treedt op voor [eiser] . Mr. Cornelissen, als adviseur en advocaat van [eiser] , tekent op 19 september 2025 de geheimhoudingsverklaring conform het MfN-mediationreglement. In het MfN-reglement is onder meer het volgende opgenomen:
Artikel 8 – Einde mediation
8.1
De mediation eindigt:
a. door een schriftelijke verklaring van de mediator aan de partijen dat de mediation eindigt;
of
b. door een schriftelijke verklaring van een partij aan de andere partij(en) en de mediator dat zij zich uit de mediation terugtrekt.
8.2
Beëindiging van de mediation laat de geheimhoudings- en betalingsverplichtingen van de partijen onder de mediationovereenkomst onverlet.
Artikel 9 – Andere procedures
9.1
Eventuele bij de aanvang van de mediation al aanhangige gerechtelijke, of
aanverwante procedures over de kwestie of onderdelen daarvan - met uitzondering
van maatregelen ter bewaring van rechten - worden door de partijen opgeschort
voor de duur van de mediation.
9.2
De partijen zullen gedurende de duur van een mediation jegens elkaar geen
procedures als bedoeld in artikel 9.1 aanhangig maken – met uitzondering van
maatregelen ter bewaring van rechten.
9.3
Indien een partij een maatregel ter bewaring van rechten neemt, of een andere
procedure als bedoeld in artikel 9.1 aanhangig maakt, is zij verplicht daarvan
binnen 24 uur na het nemen, respectievelijk aanhangig maken ervan mededeling
te doen aan de mediator en de andere partij(en).
2.7.
Mr. Cornelissen was voorheen werkzaam op het kantoor van Legalitas. Tussen mr. Cornelissen en Legalitas is eveneens vrij recent een arbeidsconflict ontstaan. Legalitas weigert daarom te corresponderen met mr. Cornelissen en blokkeert de aanwezigheid van mr. Cornelissen in het kader van het op te zetten mediationtraject.
Legalitas heeft zich op of omstreeks 16 oktober 2025 bij de deken beklaagd over de bijstand door mr. Cornelissen aan [eiser] in een arbeidsrechtelijk conflict. De deken schrijft bij e-mail van 27 november 2025 het volgende:
“Legalitas is van mening dat de onafhankelijkheid van mr. Cornelissen als advocaat in dit geschil in het gedrang komt. Volgens Legalitas kan mr. Cornelissen de zaak van de werknemer van Legalitas met onvoldoende professionele distantie behandelen. Omdat hij zelf werknemer van Legalitas is geweest en zelf nog een geschil met Legalitas heeft over de afwikkeling van zijn dienstverband. Mr. Cornelissen geeft aan dat hij als advocaat van deze werknemer in staat is om de vereiste professionele distantie te houden. Hoewel de deken van mening is dat er in deze omstandigheden wel degelijk sprake kan zijn van een situatie dat mr. Cornelissen onvoldoende professionele distantie in acht neemt en zijn onafhankelijkheid in het gedrang komt, heeft de deken in de beschikbare stukken geen signalen gezien die dit bevestigen, althans heeft Legalitas onvoldoende onderbouwd waaruit dit zou blijken.”
2.8.
Bij e-mail van 29 september 2025 (2:41 uur pm) schrijft Legalitas aan [eiser] in persoon het volgende:
“We zijn bezig om een mediation op te zetten om samen tot een oplossing te komen. Jij stelt nu allerlei voorwaarden om daaraan mee te willen doen. Laat ik daar duidelijk over zijn: het is niet aan jou om de voorwaarden van mediation te bepalen.
Je hebt twee keuzes:
Je werkt mee aan de mediation zoals we die nu organiseren, of
Je komt alsnog langs op kantoor voor een gesprek met mij.
Als je aan geen van beide meewerkt, zullen we je salaris stopzetten totdat je wel meewerkt aan je re-integratieverplichtingen.”
2.9.
[eiser] antwoordt op 29 september 2025 (14.47 uur):
“Zoals ik al een aantal keren heb aangegeven loopt de correspondentie in deze zaak via mijn advocaat Bernard Cornelissen. Ik verzoek je deze mail aan hem te willen richten zodat hij voor beantwoording zorg kan dragen.”
Ook mr. Cornelissen verzoekt meerdere malen, onder meer op 3 oktober, 6 oktober, en 11 november 2025, om de correspondentie niet aan [eiser] te richten maar aan hem als belangenbehartiger van [eiser] .
2.10.
Bij e-mail van 29 september 2025 (16:46 uur) beëindigt [C] het mediationtraject op grond van artikel 8 van Pro het mediationreglement.
2.11.
Op 3 en 5 oktober 2025 deelt Legaltas aan [eiser] in persoon mede dat het loon per 1 oktober 2025 is gestopt, omdat [eiser] niet bereid is medewerking te verlenen aan mediation noch dat [eiser] is verschenen voor een gesprek. [eiser] wordt uitgenodigd voor een gesprek op 6 oktober 2025 (buiten aanwezigheid van mr Cornelissen) en medegedeeld dat als hij niet verschijnt of weigert zijn werk te hervatten het loon stopgezet blijft totdat hij wel voldoet aan de re-integratieverplichting en het werk hervat.
2.12.
[eiser] verschijnt samen met mr. Cornelissen op 6 oktober 2025. Verslaglegging van dit gesprek ontbreekt.
2.13.
Op 7 oktober 2025 schrijft mr. Cornelissen het volgende:
“Client kan zijn werkzaamheden – die er volgens u niet meer zijn – momenteel niet hervatten. Ik verwijs kortheidshalve naar mijn eerdere mails hierover.
Uw voorstel (op hoofdlijnen) zie ik graag per omgaande per e-mail tegemoet, zodat ik dat vandaag aan client kan voorleggen en met hem bespreken.
Graag ontvang ik tevens per e-mail uw bevestiging dat het salaris van client tijdig en volledig doorbetaald zal worden zolang wij met elkaar in onderhandeling zijn over een voor beide partijen acceptabele oplossing. Dit is voor client een breekpunt. Ontvang ik deze bevestiging niet, dan wordt er dus sowieso niet verder gepraat.”
2.14.
Bij e-mail van 22 oktober 2025 maakt mr. Cornelissen nogmaals aanspraak op doorbetaling van het loon en schrijft het volgende:
“De behandelend bedrijfsarts, dr. [A] , heeft reeds op 12 augustus jl. geoordeeld dat er bij cliënt weliswaar geen medische beperkingen (meer) te duiden zijn, voorkomend uit ziekte of gebrek, maar dat het huidige conflict werkhervatting in de weg staat. Dit conflict is ontstaan door de uiterst onzorgvuldige, om niet te zeggen ronduit onbehoorlijke wijze waarop Legalitas cliënt in de aanloop naar de momenteel lopende UVW ontslagprocedure heeft gemeend te moeten behandelen. Het conflict zal eerst moeten zijn opgelost alvorens cliënt zijn werkzaamheden kan hervatten. Ook dient er, voordat cliënt weer naar kantoor kan, tenminste begin te zijn gemaakt met het herstel van het door toedoen van Legalitas ernstig geschonden vertrouwen van cliënt in het bedrijf als werkgever. Er is - met andere woorden - onverminderd sprake van situatieve arbeidsongeschiktheid.(..)”
“Daar komt nog bij dat door Legalitas in de lopende ontslagprocedure bij het UVW is gesteld dat de werkzaamheden van cliënt volledig zouden zijn vervallen, hetgeen door cliënt gemotiveerd is betwist. Eerder is door u gesteld dat cliënt bij een werkhervatting een aantal aan hem "toegewezen taken en werkzaamheden" zou moeten gaan verrichten, maar daarbij is door u in het geheel niet vermeld om welke taken en werkzaamheden het dan precies zou moeten gaan.(..)”
Legalitas heeft aan haar medewerking aan het in augustus door de bedrijfsarts geadviseerde mediatontraject onredelijke voorwaarden gesteld, waarbij zij onder meer heeft geweigerd de advocaat van cliënt bij de mediatongesprekken aanwezig te laten zijn. Ook heeft zij niet ingestemd met de door de mediator, mr. [C] , alsook in de (standaard) MfN-mediatonovereenkomst opgenomen redelijke voorwaarde dat lopende procedures hangende het mediationtraject worden aangehouden.
“Ten slotte merk ik nog op dat het onnodig lang voortslepen van het arbeidsconflict cliënt bepaald niet in de koude kleren gaat zitten. Hij ervaart in toenemende mate ernstige gezondheids- c.q. spanningsklachten en wenst op korte termijn een vervolgconsult met de bedrijfsarts. Ik ga vanuit dat u nog deze week contact op zult nemen met de arbodienst zodat cliënt op zo kort mogelijke termijn een afspraak kan maken voor een vervolgconsult. Gebeurt dat niet, dan zal cliënt hierover zelf contact met de arbodienst opnemen.”
2.15.
Nadat de standpunten van partijen over en weer in de e-mail correspondentie verder worden herhaald, schrijft de gemachtigde van Legalitas mr. Lem aan mr. Cornelissen op 17 november 2025 het volgende:
“Gedurende ons telefoongesprek van 17 november jl. ben ik getuige geweest van een behoorlijke animositeit van jou persoonlijk jegens Legalitas. Dat maakte mede dat een gesprek over een oplossing van de tussen Legalitas en de heer [eiser] ontstane situatie zeer moeizaam verliep. Desalniettemin heb ik mijn oprechte zorgen kunnen uiten over het feit dat de heer [eiser] geen aanspraak heeft op loonbetaling, zolang hij geen medewerking verleent aan de door de bedrijfsarts geadviseerde mediation. lk heb je daarnaast namens Legalitas een vrij neutraal voorstel gedaan om te komen tot een einde dienstverband in der minne, welk voorstel je telefonisch meteen, zonder overleg met de heer [eiser] , hebt afgewezen.
Al met al ligt daarmee de spreekwoordelijke bal bij de heer [eiser] ; ofwel doet hij nu zelf het door mij eerder gedane voorstel aan Legalitas, ofwel stemt hij per omgaande in met een mediationtraject. Daarbij zal namens Legallitas aanwezig zijn [D] . Gelet op het vorenstaande kan jij in redelijkheid niet aanwezig zijn bij de mediation. De heer [eiser] is wel vrij om iemand anders aanwezig te laten zijn bij de mediation, mocht hij daar behoefte aan hebben. Mocht het gedurende de mediation tot onderhandelingen komen, dan staat het de heer [eiser] uiteraard vrij om aan jou advies te vragen. lk vraag mij daarbij alleen oprecht af of jij - gelet op jouw persoonlijke animositeit jegens Legalitas - daarvoor de aangewezen advocaat bent. Legalitas acht het namelijk in het belang van beide partijen een oplossing van de ontstane situatie tot stand komt, mede gelet op het feit dat je mij hebt meegedeeld dat terugkeer van de heer [eiser] bij Legalitas niet reëel is.
lk verneem graag uiterlijk heden van je welke keus de heer [eiser] in dezen maakt.
Legalitas behoudt zich intussen alle rechten en aanspraken voor.”
2.16.
Mr. Cornelissen antwoordt op 18 november 2025 als volgt:
“Verder zie ik in jouw mail dat je het telefoongesprek tussen ons probeert te gebruiken om mij in deze zaak buiten spel te zetten. Dit is dezelfde tactiek die Legalitas steeds al hanteert. Ik ben de gekozen advocaat van [eiser] . Dat Legalitas er blijkbaar moeite mee heeft dat ik als advocaat optreedt is echt het probleem van Legalitas en dient uitdrukkelijk niet het probleem van [eiser] te worden. Er is een recht op vrije advocaatkeuze en het is uiteraard niet aan de werkgever om te bepalen door wie een werknemer zijn belangen laat behartigen. Het is in mijn ogen een teken van slecht werkgeverschap dat telkens opnieuw redenen worden gezocht en barrieres worden opgeworpen om maar niet de mediation te laten plaatsvinden. Nu gebeurt dat weer door het stellen van evident onredelijke voorwaarden aan een mediationgesprek. Zoals je bekend is, is het in het arbeidsrecht de normale gang van zaken dat een werknemer samen met een advocaat op een mediationgesprek verschijnt. Zeker waar het (zoals door Legalitas gewenst) om een "exitmediation" gaat. Ik heb mij steeds professioneel opgesteld (vide bijvoorbeeld het uitgebreide gesprek dat ik met [D (voornaam)] heb gevoerd in ' [..] ) en zal dat blijven doen. Ik hoop en verwacht dat jij c.q. Legalitas dat vanaf nu ook doet.
Tijdens het gesprek heb ik je proberen uit te leggen dat het naar mijn mening in het belang van beide partijen is dat er op zo kort mogelijke termijn een passende oplossing wordt gevonden voor deze inmiddels slepende kwestie. Wat mij betreft dient daarom, zoals steeds aangegeven, zo snel mogelijk de mediation te worden gestart. Zoals de NVM voorschrijft dient dan de (nog steeds lopende procedure) bij het UWV tijdelijk worden opgeschort. Verder verzoek ik Legalitas de mediation niet langer te frustreren door het stellen van onmogelijke voorwaarden.”
2.17.
Het UWV heeft op 5 december 2025 toestemming verleend de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Met inachtneming van de opzegtermijn is de arbeidsovereenkomst door Legalitas opgezegd tegen 1 februari 2026.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert bij vonnis, na vermindering van eis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Legalitas om aan [eiser] te voldoen zijn reguliere salaris vanaf 1 oktober 2025 inclusief emolumenten, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, alsmede de wettelijke rente tot de voldoening en met veroordeling van Legalitas in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van die vordering stelt [eiser] dat Legalitas jegens [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, door vanaf 1 oktober 2025 een loonstop op te leggen en het loon, ondanks sommaties, onbetaald te laten. [eiser] maakt aanspraak op de wettelijke verhoging en de wettelijke rente nu Legalitas in verzuim is geraakt.
3.3.
Legalitas heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de werkelijke juridische kosten, begroot op € 6.987,75.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Kern van het geschil is of Legalitas gehouden is het loon van [eiser] vanaf 1 oktober 2025 op grond van artikel 7:628 BW Pro door te betalen en/of Legalitas terecht aan [eiser] per 1 oktober 2025 een loonstop heeft opgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat de loonvordering van [eiser] dient te worden toegewezen en legt dit hieronder uit.
Beroep op artikel 21 Rv Pro
4.2.
Legalitas meent dat [eiser] in deze procedure in strijd heeft gehandeld met artikel 21 Rv Pro. Artikel 21 verplicht Pro partijen de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht. Met Legalitas is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] in zijn dagvaarding ten onrechte heeft opgenomen dat van de zijde van Legalitas geen rechtens relevant verweer bekend is. De kantonrechter verbindt daar echter niet de gevolgen aan die Legalitas voorstaat. Uit het in de dagvaarding opgenomen feitencomplex onder verwijzing naar de overgelegde producties volgt in voldoende mate het verweer van Legalitas. Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat het verzuim van [eiser] Legalitas niet in haar verdediging heeft geschaad. Legalitas verwijt [eiser] verder dat hij heeft verzwegen dat hij op 1 oktober 2024 een verklaring heeft afgelegd, waaruit is af te leiden dat zijn advocaat mr. Cornelissen hem onder druk heeft gezet om financiële informatie over de onderneming van Legalitas met mr. Cornelissen te delen (productie 5 bij aan de zijde van Legalitas). Voor de beoordeling van de loonvordering van [eiser] is deze informatie evenwel niet relevant.
Loonbetaling bij arbeidsconflict (artikel 7:628 BW Pro)
4.3.
De wet bepaalt dat de werkgever verplicht is het naar tijdruimte vastgestelde loon te voldoen als de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen (artikel 7:628 van Pro het Burgerlijk Wetboek, BW). De Hoge Raad ( [.] [achternaam] /SGBO)) heeft de situatie toegelicht waarin een werknemer medisch gezien in staat is bepaalde werkzaamheden te verrichten, maar deze werkzaamheden niet verricht vanwege “situatieve arbeidsongeschiktheid” (een arbeidsconflict). Een werknemer die in zo’n situatie aanspraak maakt op loon zal feiten en omstandigheden moeten stellen (en zo nodig aannemelijk moeten maken) die tot het oordeel kunnen leiden dat in die periode de arbeidsomstandigheden, door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen, voor hem zodanig waren dat, met het oog op de (dreiging van) psychische of lichamelijke klachten, van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten. Hierbij verdient aantekening dat de werknemer in een zodanig geval van "situatieve arbeidsongeschiktheid" in beginsel gehouden is alle medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn de oorzaken daarvan weg te nemen. De werknemer behoudt dan op grond van artikel 7:628 BW Pro zijn recht op loon.
4.4.
Legalitas heeft bij dit toetsingskader gewezen op het feit dat volgens haar eerst moet worden vastgesteld of de werknemer de bedongen arbeid wel of niet kan verrichten. Als dat wel zo is, waarbij de jurisprudentie van de HR leidend is, maar de werknemer desondanks niet werkt dan komt dat voor zijn rekening en risico en is de werkgever gerechtigd het loon over de niet-gewerkte uren in te houden (in de vorm van een loonstop). Naar de mening van Legalitas heeft de bedrijfsarts op 12 augustus 2025 niet vastgesteld dat [eiser] de bedongen arbeid niet zou kunnen verrichten dus dat zij daarom het loon mocht inhouden. De kantonrechter neemt dat standpunt niet over. De beoordeling door de bedrijfsarts van 12 augustus 2025 houdt in dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte, maar dat het arbeidsconflict vooralsnog werkhervatting in de weg staat. De bedrijfsarts adviseert onafhankelijke ondersteuning in de vorm van conflictbemiddeling dan wel mediation. Daarmee staat voldoende vast dat de werknemer de bedongen arbeid vooralsnog niet kan verrichten.
4.5.
Het standpunt van Legalitas dat [eiser] geweigerd heeft zijn werk of ander werk te hervatten en geen medewerking heeft verleend aan het door Legalitas ingezette mediation traject gaat naar het oordeel van de kantonrechter niet op. [eiser] heeft herhaaldelijk aangegeven mee te willen werken aan het mediationtraject. Daartoe heeft mr. Cornelissen op 19 september 2025, ook namens [eiser] , de geheimhoudingsverklaring getekend. Legalitas heeft ten onrechte de bijstand van mr. Cornelissen bij het mediation traject geblokkeerd en zich tevens niet bereid getoond de lopende procedure bij het UWV tijdelijk op te schorten (zie daarvoor artikel 9 van Pro het MfM-regelement), waarop de heer [C] het mediationtraject heeft beëindigd. Legalitas heeft daarnaast bewust geweigerd om met mr. Cornelissen te corresponderen en stelselmatig de correspondentie enkel en alleen steeds gericht aan [eiser] zelf, ondanks herhaalde verzoeken van mr. Cornelissen en ook [eiser] zelf om de correspondentie met mr. Cornelisen te voeren. Dat animositeit tussen mr. Cornelissen en Legalitas is ontstaan vanwege een eerder arbeidsconflict tussen mr. Cornelissen, als voormalig werknemer van Legalitas, en Legalitas en bij Legalitas weerstand oproept bij behartiging van de belangen van [eiser] door mr. Cornelissen is begrijpelijk. Dat geeft Legalitas echter nog niet het recht mr. Cornelissen in onderhavige zaak volledig te negeren. Het is immers [eiser] die ervoor gekozen heeft zich te laten bijstaan door mr. Cornelissen in het arbeidsconflict en dat staat hem vrij. De kantonrechter is het met de deken van de orde van advocaten eens dat in deze omstandigheden wel degelijk sprake kan zijn van een situatie dat mr. Cornelissen onvoldoende professionele distantie in acht neemt en zijn onafhankelijkheid in het gedrang komt, maar daarvan is in onderhavige zaak onvoldoende van gebleken. Dat mr. Cornelissen als advocaat optreedt van [eiser] is naar het oordeel van de kantonrechter wel onverstandig, zoals mr. Cornelissen thans ter zitting (achteraf) ook heeft toegegeven. Echter Legalitas heeft ten onrechte het conflict met mr. Cornelissen onderdeel laten uitmaken van deze procedure en is dat blijven doen, zoals volgt uit de e-mail van mr. Lem van 17 november 2025. Van Legalitas had een meer professionele houding verwacht mogen worden. Dat het mediationtraject uiteindelijk niet van de grond is gekomen komt voor rekening en risico van Legalitas. Het is verder begrijpelijk dat [eiser] , gelet op het bovenstaande, niet is ingegaan op het voorstel van Legalitas om de mediation zonder bijstand van mr. Cornelissen te hervatten.
4.6.
Dat [eiser] niet is overgegaan tot hervatting van zijn werkzaamheden is hem eveneens niet aan te rekenen, omdat enerzijds vast is komen te staan dat [eiser] de bedongen arbeid vooralsnog niet kon verrichten vanwege het arbeidsconflict en anderzijds Legalitas ook onduidelijkheid heeft laten bestaan welke werkzaamheden [eiser] dan zou moeten verrichten. Immers Legalitas heeft zich op het standpunt gesteld dat de functie van [eiser] was komen te vervallen (procedure bij het UWV) en vervolgens niet aangegeven, althans daarvan is in deze procedure onvoldoende gebleken, welke werkzaamheden [eiser] wel zou kunnen uitvoeren. Weliswaar heeft op 6 oktober 2025 dan toch een gesprek met [eiser] en mr. Cornelissen plaatsgevonden, maar verslaglegging van dat gesprek ontbreekt, terwijl partijen bovendien van mening verschillen over wat daar toen is besproken. Volgens [eiser] is niet gesproken over alternatieve werkzaamheden en volgens Legalitas wel. Het had op de weg van Legalitas gelegen die beoogde werkzaamheden schriftelijk vast te leggen en aan [eiser] kenbaar te maken.
4.7.
Bovendien heeft [eiser] in de e-mail van 22 oktober 2025 opgemerkt dat ‘het arbeidsconflict hem niet in de koude kleren is gaan zitten’ en dat hij ‘ernstige gezondheids- c.q. spanningsklachten ervaart’ met het verzoek om ‘een vervolgconsult bij de bedrijfsarts te vragen’. Een vervolgconsult heeft niet plaatsgevonden en onduidelijk is gebleven welke actie Legalitas naar aanleiding van dat verzoek heeft ondernomen. Ook anderszins blijkt niet dat [eiser] geweigerd heeft medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn de oorzaken van het arbeidsconflict weg te nemen. Dat betekent dat de hoofdregel van artikel 7:628 BW Pro van toepassing is, zodat Legalitas verplicht is het loon door te betalen. Legalitas heeft ten onrechte een loonstop opgelegd.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente
4.8.
De kantonrechter ziet voorts in de omstandigheden van het geval aanleiding de wettelijke verhoging te matigen tot 25%. De wettelijke verhoging dient niet zozeer te worden beschouwd als schadevergoeding, maar is bedoeld als prikkel voor de werkgever om het loon op tijd te betalen. In het onderhavige geval is geen sprake van nalatigheid of slordigheid bij de loonbetaling door de werkgever, maar stelde Legalitas zich op het standpunt dat zij niet langer gehouden was tot loonbetaling, omdat [eiser] onvoldoende heeft meegewerkt aan (kort samengevat) zijn re-integratieverplichting als gevolg waarvan een loonstop is opgelegd. Aldus mist de met artikel 7:625 BW Pro bedoelde prikkel tot tijdige betaling van loon daarom in dit geval werking. Anderzijds is er naar het oordeel van de kantonrechter wel sprake van verwijtbaarheid aan Legalitas, zodat de kantonrechter, ondanks het feit dat de beoogde betalingsprikkel werking mist, geen aanleiding ziet de wettelijke verhoging verder te matigen tot 10% zoals door Legalitas is verzocht.
4.9.
De wettelijke rente komt als onweersproken voor toewijzing in aanmerking.
Proceskosten
4.10.
Legalitas zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gelet op het feit dat Legalitas in het ongelijk is gesteld komt de kantonrechter niet toe aan het verzoek van Legalitas om [eiser] in de werkelijke gemaakte juridische en proceskosten te veroordelen.
4.11.
De proceskosten worden begroot op: dagvaarding € 148,04 griffierecht € 257,00 salaris gemachtigde € 1.442,50 (2,5 punt x 577,00) nakosten
€ 144,00totaal € 1.991,54
Uitvoerbaar bij voorraad
4.12.
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat het hier gaat om een loonvordering. [eiser] heeft een zwaarwegend belang bij betaling van het loon.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Legalitas om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen het loon inclusief alle verbonden emolumenten over de periode 1 oktober 2025 tot 1 februari 2026 (waaronder € 5.000,00 bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag) te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 25% ex artikel 7:625 BW Pro en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de vervalperiode per maand tot aan de voldoening;
5.2.
veroordeelt Legalitas tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.991.04, waarin begrepen € 1.442,50 aan salaris gemachtigde;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.