ECLI:NL:RBMNE:2026:1232
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot transitievergoeding en billijke vergoeding na beëindiging arbeidsovereenkomst wegens bedrijfsorganisatorische redenen
De werknemer trad op 1 januari 2023 in dienst bij Legalitas B.V. en werd op 1 februari 2026 ontslagen wegens bedrijfsorganisatorische redenen met toestemming van het UWV. De werknemer vorderde transitievergoeding, een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, en een immateriële schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, mede omdat de werknemer onvoldoende onderbouwing leverde en het causaal verband met de UWV-toestemming ontbrak. De vordering tot billijke vergoeding en immateriële schadevergoeding werd daarom afgewezen.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding van €5.400,00 bruto en tot het verzorgen van een correcte eindafrekening. De tegenvordering van de werkgever tot verklaring dat geen salaris verschuldigd is vanaf 1 oktober 2025 werd afgewezen, evenals het beroep op verrekening van vermeende onrechtmatige kosten. De werknemer werd veroordeeld tot teruggave van bedrijfseigendommen onder dwangsom. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Verzoek tot transitievergoeding en correcte eindafrekening toegewezen, verzoek billijke en immateriële vergoeding afgewezen, tegenvordering werkgever afgewezen, werknemer veroordeeld tot teruggave bedrijfseigendommen.