Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 februari 2026;
- de conclusie van antwoord.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
lease for definite term,” maar in de rest van de huurovereenkomst staat dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen (zie bijvoorbeeld op pagina 1 onder c, d, e en pagina 2 onder 1.5 sub a). Ook de stelling van [eiser] dat uit 1.5 sub b volgt dat de huurovereenkomst loopt tot en met 30 november 2025, klopt niet. Daar staat namelijk enkel dat partijen vóór die datum de huurovereenkomst niet mogen beëindigen, maar dat maakt niet dat er sprake is van een overeenkomst voor bepaalde tijd. Dat alleen een beëindigingsverbod tot en met 30 november 2025 is overeengekomen staat ook expliciet op pagina 1 onder j en f (
“the parties wish to agree a date before which neither party may terminate the lease).Er dient dan ook te worden uitgegaan van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voor de opzegging van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd gelden wettelijke vereisten en regels die moeten worden gevolgd. [eiser] heeft in dit verband onvoldoende gesteld dat hieraan is voldaan.