Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 23 april 2025, aan te merken als de conclusie van antwoord en eis in reconventie.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurders over een huurachterstand en een vordering tot huurkorting en schadevergoeding wegens een lekkage in de gehuurde woning.
De huurders konden gedurende 51 dagen niet in de woning verblijven door de lekkage. De verhuurder had al een maand huur kwijtgescholden, maar de huurders vorderden een extra huurkorting voor de resterende dagen en een schadevergoeding voor extra kosten zoals verblijf in een hotel en energiekosten voor droogapparatuur.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder op grond van de wet verplicht is een huurkorting te geven die evenredig is aan het gemis van huurgenot. De huurders hadden recht op een huurkorting van 51 dagen, waarvan een deel al was kwijtgescholden. Daarnaast moet de verhuurder de schade vergoeden die de huurders hebben geleden door extra verblijfskosten en vervoerskosten.
De huurders mochten de huurbetaling opschorten en zijn daardoor niet in verzuim. De huurachterstand wordt verrekend met de vordering van de huurders, waardoor de verhuurder uiteindelijk een bedrag van € 1.613,46 aan de huurders moet betalen. De verhuurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verhuurder moet na verrekening een bedrag van € 1.613,46 aan de huurders betalen wegens huurkorting en schadevergoeding door lekkage.