Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- dat hij en [A] (die toen handelde namens [eiseres] ) in februari 2023 zijn overeengekomen dat [gedaagde] voor zijn voor [eiseres] uitgevoerde en uit te voeren advieswerkzaamheden niet in geld zou worden betaald maar met 15% van de aandelen in [eiseres] (deze gestelde toezegging hierna: de 15%-afspraak);
- dat [eiseres] de 15%-afspraak niet nakomt;
- dat het 15% aandelenbelang in [eiseres] per 31 december 2024 een waarde had van € 258.635,00;
Verder ben ik bezig met het formeel maken van onze afspraak over het aandelen pakket ter ruil voor jouw werkzaamheden (15%). Hier heb ik wat zaken voor opgevraagd bij de mijn accountant. Je hoort van me!”
de begrotingvan de vordering door [gedaagde] ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit onvoldoende aannemelijk is geworden. Dat komt omdat er in het dossier twee zeer verschillende waarderingen van het 15% aandelenbelang zitten. De waardering waar [eiseres] zich op beroept gaat uit van een waarde van € 41.235,00 en de waardering waar [gedaagde] haar vordering op gebaseerd stelt de waardering vast op € 258.635,00 Partijen hebben elkaars waardering betwist. Het zou voor de hand liggen om een nieuwe (onafhankelijke) waardering te laten uitvoeren, maar daar leent deze kortgedingprocedure zich niet voor. Datzelfde geldt voor het standpunt van [eiseres] dat de advieswerkzaamheden van [gedaagde] qua waarde in geen verhouding staan tot een 15% aandelenbelang. [eiseres] beroept zich daarbij op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. [gedaagde] heeft het standpunt van [eiseres] gemotiveerd betwist en voert aan dat de omzet en winst van [eiseres] door zijn adviezen juist sterk zijn gestegen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de huidige standpunten onvoldoende aannemelijk is dat de begroting van de vordering door [gedaagde] ondeugdelijk is en dit kort geding leent zich niet voor een nader (feiten)onderzoek. Dat betekent dat de subsidiaire vordering tot het herbegroten van de vordering van [gedaagde] tot nihil en het (deels) opheffen van het beslag wordt afgewezen.