Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. L.H.J. Verheijden;
- de advocaat van de verdachte: mr. W. van Vliet (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
geweldsdelict ingeschat als matig-hoog in periodes van middelengebruik en/of psychische
ontregeling. In periodes van psychische stabiliteit en abstinentie daalt het risico naar een
matig niveau.
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
8.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 48, 49, 55, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 2 en 10 van de Opiumwet;
- artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet.
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 subsidiair en 3 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4. is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1. is vermeld;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:
- verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
de verklaring van de verdachte op de zitting van 17 maart 2026;
de verklaring van de verdachte op de zitting van 17 maart 2026:
een proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025 met fotobijlagen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [3] :
een proces-verbaal van bevindingen van 30 september 2025 met bijlagen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [4] :
(de rechtbank begrijpt: de huurder van de kamer), dit betrof het volgende telefoonnummer: ‘ [telefoonnummer 1] ’. [6]
een proces-verbaal van bevindingen van 3 juli 2025, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) van 8 juli 2025: [10]
een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) van 8 juli 2025: [11]
een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) van 7 juli 2025: [12]
een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) van 8 juli 2025: [13]
een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) van 7 juli 2025: [14]
een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFiDENT) van 8 juli 2025: [15]
een geschrift, te weten een bevoegdheidsbeoordeling 25-149 met bijlagen, van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, van 25 juli 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: [16]
Voor de producten Cenforce-200 en Valium zijn geen handelsvergunningen verleend voor de Nederlandse markt.
De producten vallen niet onder de uitzonderingsbepalingen als bedoeld in artikel 40, derde lid, van de Geneesmiddelenwet.
De werkzame stof in het product Valium staat vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet. [18]