Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvraag van eiseres ten onrechte heeft afgewezen
.Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hiervoor heeft zij compensatie gekregen. In dit kader heeft eiseres een schuldenlijst toegezonden aan de Sociale Banken Nederland (SBN) met het verzoek om overname van haar schulden. De SBN heeft deze aanvraag afgewezen.
3. In het bestreden besluit heeft de minister nader toegelicht waarom de schuld niet wordt overgenomen. De schuld van € 655,07 is een restant van een totale schuld van € 10.543,44 bij Woonin. Deze schuld is opgebouwd uit huurachterstanden van € 2.708,84 en mutatiekosten van € 7.834,60, vanwege het meerwerk dat de aannemer heeft verricht om de woning, van waaruit eiseres is verhuisd, weer in de oorspronkelijke (verhuurbare) staat te krijgen. Aangezien een betaling van een schuldenaar eerst in mindering wordt gebracht op de oudste openstaande vordering, ziet het nog openstaande bedrag op de mutatiekosten. Omdat eiseres die mutatiekosten had kunnen voorkomen door zelf de woning weer in oorspronkelijke (verhuurbare) toestand te brengen, voldoet de schuld niet aan de voorwaarden van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) en komt deze daardoor niet voor vergoeding in aanmerking, zo stelt de minister.
4. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek tot overname van de schulden. Ter zitting heeft eiseres haar beroepsgrond nader toegelicht. Volgens eiseres kan de minister haar verzoek niet afwijzen om de reden dat zij de schulden had kunnen voorkomen. Dit is namelijk geen afwijzingsgrond in de Wht.
5. De minister heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de afwijzing van de aanvraag van eiseres niet is gebaseerd op de letterlijke tekst van artikel 4.1. van de Wht, maar vooral steunt op de toelichting daarop in de Memorie van Toelichting bij de totstandkoming van de Wht.Daarin is namelijk opgenomen dat schulden die voortvloeien uit ernstig misbruik, nalatigheid of strafbare feiten, niet worden kwijtgescholden of overgenomen.
6. In artikel 4.1., tweede lid, van de Wht zijn de voorwaarden opgenomen voor het overnemen van privaatrechtelijke schulden. Geldschulden die worden overgenomen:
a. zijn ontstaan na 31 december 2005;
b. waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en
c. zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.
7. In het vierde lid van artikel 4.1. van de Wht is opgenomen wanneer geldschulden niet worden overgenomen. Dat gaat om:
a. de resterende hoofdsom van een hypothecaire lening, ook als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden, tenzij het een restschuld betreft na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak;
b. de resterende hoofdsommen van andere leningen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden;
c. een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad;
d. een percentage van de geldschuld aan een rechtspersoon, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap waarin de aanvrager van de schuldoverneming een belang heeft, dat gelijk is aan het percentage van dat belang van de aanvrager van de schuldoverneming;
e. een geldschuld waarvoor aan de aanvrager van de schuldoverneming reeds compensatie of aanvullende compensatie als bedoeld in artikel 2.1 of een andere niet-forfaitaire vergoeding is toegekend; of
f. een geldschuld die al is overgenomen van een aanvrager of diens partner of van een ex-partner.
8. De rechtbank stelt vast dat eiseres voldoet aan de voorwaarden voor de overname van privaatrechtelijke schulden die staan in artikel 4.1., tweede lid, van de Wht. Dat wordt tussen partijen ook niet betwist.
9. In het vierde lid van artikel 4.1. van de Wht worden de privaatrechtelijke schulden genoemd die niet worden overgenomen. De omstandigheid dat eiseres niet de afspraken is nagekomen met haar verhuurder Woonin, waardoor mutatiekosten zijn ontstaan nadat eiseres de woning heeft verlaten, maakt niet dat sprake is van één van deze uitgezonderde schulden. In de Memorie van Toelichting bij de totstandkoming Wht is onder het kopje ‘Aanpak voor bestuursrechtelijke schulden’ ook iets opgenomen over privaatrechtelijke schulden. Daarin wordt genoemd dat schulden niet worden overgenomen die voortvloeien uit ernstig misbruik, nalatigheid of strafbare feiten. Dit is voor de overname van privaatrechtelijke schulden echter niet in de wetstekst zelf opgenomen. Voor het kwijtschelden van publiekrechtelijke schulden is wel een dergelijke bepaling opgenomen in artikel 3.1, vijfde lid, van de Wht. Blijkbaar heeft de wetgever in dit verband een onderscheid willen maken tussen privaatrechtelijke en publiekrechtelijke schulden en is dit onderscheid in de Memorie van Toelichting niet op een juiste wijze toegelicht. In ieder geval strookt wat in de Memorie van Toelichting in generieke zin is opgemerkt over het overnemen van privaatrechtelijke schulden en het kwijtschelden van publiekrechtelijke schulden niet met de wetstekst over het overnemen van privaatrechtelijke schulden. Anders dan de minister tijdens de zitting heeft toegelicht komt aan een Memorie van Toelichting geen zelfstandige betekenis toe en kunnen op de enkele grondslag daarvan geen bevoegdheden worden ontleend.
10. Nu er in de wet geen grondslag bestaat voor het weigeren van de overname van de privaatrechtelijke schulden die door de aanvrager voorkomen hadden kunnen worden, had de minister de aanvraag van eiseres niet kunnen afwijzen.