ECLI:NL:RBMNE:2026:1259

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/4438
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:32 APV Utrecht 2010
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuursdwang bij verwijdering fiets op Croeselaan met kostenverhaal

Eiser maakte bezwaar tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, waarbij zijn fiets op de Croeselaan werd verwijderd wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld omdat de fiets hinder veroorzaakte en het stationsgebied vrij moet blijven van geparkeerde fietsen.

Eiser betwist de kosten van €26 die hij moest betalen voor het transport en bewaren van zijn fiets en voert aan dat de bebording onduidelijk was en dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat andere fietsen niet werden verwijderd. De rechtbank stelt vast dat de bebording bij het stationsgebied aanwezig en voldoende duidelijk was, ook al zou het op de specifieke plek duidelijker kunnen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het college handhavingscapaciteit moet afwegen en meerdere fietsen wel zijn verwijderd.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de kosten terecht voor rekening van eiser komen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 27 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bestuursdwang en kostenverhaal wordt ongegrond verklaard; de kosten van €26 komen voor rekening van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4438

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigden: C. Ligthart en J. Cakici).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen toepassing van de spoedeisende bestuursdwang door het college waarbij de fiets van eiser is verwijderd en daarvoor kosten aan eiser in rekening zijn gebracht.
2. Met het bestreden besluit van 19 maart 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij het besluit gebleven. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

5. Het beroep is ongegrond. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de fiets van eiser heeft verwijderd
.Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat is er gebeurd?
6. De fiets van eiser stond geparkeerd aan de Croeselaan. Een toezichthouder van het college heeft op 14 maart 2025 de fiets weggehaald en naar het depot gebracht. Op 15 maart 2025 heeft eiser zijn fiets opgehaald bij het depot en is het schriftelijke besluit aan eiser uitgereikt. Bij het ophalen van zijn fiets heeft eiser € 26,- betaald voor de kosten voor het transport en bewaren van zijn fiets.
Juridisch kader
7. Op grond van artikel 2:32 eerste Pro lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010 (APV) is het verboden een fiets te parkeren als daardoor een voetpad of trottoir de doorgang wordt gehinderd, de veiligheid of doorstroming of het uitzicht van het verkeer wordt gehinderd of belemmerd, op of aan een openbare plaats hinder, overlast of schade ontstaat of voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets staat geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd. Volgens het derde lid van artikel 2:32 van Pro de APV is het ter voorkoming van hinder, overlast of gevaar verboden een fiets buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen onbeheerd te laten staan op door het college aangewezen plaatsen. In de Beleidsregel toepassing spoedeisende bestuursdwang bij handhaving bij fietsparkeren in het Stationsgebied (beleidsregel) is opgenomen dat het stationsgebied vrij moet blijven van geparkeerde fietsen en dat de Croeselaan valt onder het stationsgebied.
Omvang van het geschil
8. De rechtbank stelt voorop dat eiser niet betwist dat sprake was van een overtreding en daarom (in beginsel) handhavend optreden mocht worden. Wel is in geschil of de kosten van in totaal € 26,- voor de toepassing van de bestuursdwang voor rekening van eiser moeten komen, omdat eiser vindt dat de kosten redelijkerwijs niet ten zijne laste behoren te komen. Eiser voert daar twee gronden voor aan. De rechtbank zal die hierna bespreken.
Bebording
9. Eiser voert eerst aan dat de bebording bij de Croeselaan waar zijn fiets geparkeerd stond, onduidelijk is en ook anderszins onvoldoende duidelijk was dat het verboden was de fiets te plaatsen waar hij dat heeft gedaan.
10. De rechtbank vindt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bebording bij het ingaan van het ‘stationsgebied’ aanwezig is. Daarvoor heeft het college in beroep foto’s van de betreffende borden overgelegd. Daarnaast is in de APV en de beleidsregel opgenomen dat de Croeselaan valt onder het stationsgebied dat vrij moet zijn van geparkeerde fietsen. De APV en de beleidsregel zijn gepubliceerd, zodat eiser op de hoogte had kunnen zijn van fietsparkeerverbod op de Croeselaan.
10. De rechtbank is het wel eens met eiser dat nog duidelijker aangegeven zou kunnen worden dat het op de betreffende plek niet was toegestaan om de fiets te stallen. Op de plek zelf is dat namelijk niet met bordjes aangegeven. Daar zou het college naar kunnen kijken. Juridisch gezien maakt dit echter niet dat de beroepsgrond slaagt, omdat het voor eiser met de wel geplaatste borden en de gepubliceerde regels voldoende duidelijk had kunnen zijn dat het verboden was te parkeren.
Gelijkheidsbeginsel
12. Ook doet eiser een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De rij fietsen naast zijn fiets is niet weggehaald, terwijl deze ook op een niet toegestane plek stonden. Waarom dat is gebeurd heeft het college niet duidelijk gemotiveerd.
13. De rechtbank vindt dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Het college heeft in het verweerschrift en ter zitting toegelicht dat er wel degelijk meerdere fietsen op dezelfde locatie zijn verwijderd. Aan de andere kant is de handhavingscapaciteit van de gemeente Utrecht niet zo groot dat dagelijks alle verboden gestalde fietsen in de stad kunnen worden verwijderd. Het is aan de handhavers van de gemeente Utrecht zelf om de keuze te maken welke fietsen (eerst) worden verwijderd.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de kosten van € 26,- voor het toepassen van bestuursdwang terecht voor rekening van eiser komen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.
De griffier is buiten staat
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.