Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1264

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/2675
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ambtshalve WOZ-waardebeoordeling woning

Eiser is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2022 is vastgesteld op €600.000,-. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Later verzocht eiser om ambtshalve vermindering van de WOZ-waarde, welke aanvankelijk werd afgewezen, maar uiteindelijk werd verlaagd tot €544.000,-. Eiser stelde beroep in tegen het besluit tot afwijzing van zijn verzoek tot ambtshalve vermindering.

De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat de waarde van de woning ambtshalve was beoordeeld. Volgens de wet staat tegen een ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar geen bezwaar of beroep open. Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde en griffier R. van Manen op 26 maart 2026. De rechtbank informeerde partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve WOZ-waardebeoordeling is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2675

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: A. Mulder),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], verweerder,
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).

Inleiding

1. In de aanslag van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de aan de [adres] in [plaats] (de woning) vastgesteld op € 600.000,-. Deze waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2021 en geldt voor het belastingjaar 2022. Bij deze aanslag heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
1.1
Op 2 april 2023 heeft eiser een brief gestuurd naar de heffingsambtenaar. In deze brief verzoekt eiser om een ambtshalve vermindering van de waarde van de woning. De heffingsambtenaar heeft dit verzoek afgewezen. Dit staat in het besluit van 8 februari 2024 (het bestreden besluit). De heffingsambtenaar heeft dit besluit op 10 juni 2024 aangevuld en de waarde van de woning alsnog verminderd tot € 544.000,-.
1.2
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en in een later stadium zijn beroepsgronden aangevuld. De heffingsambtenaar heeft gereageerd met een verweerschrift.
1.2
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de Heffingsambtenaar, vergezeld door [taxateur] , taxateur.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat de waarde van de woning ambtshalve is beoordeeld.
Tegen een ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar staat echter geen bezwaar en beroep open [1] . Dat betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2026.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 26 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen.