Eiser is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2022 is vastgesteld op €600.000,-. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze aanslag. Later verzocht eiser om ambtshalve vermindering van de WOZ-waarde, welke aanvankelijk werd afgewezen, maar uiteindelijk werd verlaagd tot €544.000,-. Eiser stelde beroep in tegen het besluit tot afwijzing van zijn verzoek tot ambtshalve vermindering.
De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat de waarde van de woning ambtshalve was beoordeeld. Volgens de wet staat tegen een ambtshalve beslissing van de heffingsambtenaar geen bezwaar of beroep open. Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde en griffier R. van Manen op 26 maart 2026. De rechtbank informeerde partijen over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na bekendmaking van de uitspraak.