ECLI:NL:RBMNE:2026:1285

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
16/067271-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bedreiging en vernieling met vrijspraak mishandeling en diefstal

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van mishandeling, bedreiging, diefstal en vernieling. Na inhoudelijke behandeling op 10 maart 2026 sprak de rechtbank verdachte vrij van mishandeling en diefstal wegens onvoldoende bewijs. Wel werd hij veroordeeld voor een ernstige bedreiging en drie vernielingen van eigendommen van zijn ex-partner en ex-schoonmoeder.

De bewezenverklaarde bedreiging bestond uit een dreigend WhatsApp-bericht met de woorden 'Ik slacht haar en jullie allemaal', gericht aan zijn ex-schoonmoeder. De vernielingen betroffen het opzettelijk beschadigen van twee videodeurbellen en een camera, bevestigd door camerabeelden en getuigenverklaringen. De rechtbank oordeelde dat deze feiten voldoende wettig en overtuigend waren bewezen.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en eerdere overtredingen van een contact- en locatieverbod. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 25 dagen op, waarvan 5 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en voegde een contact- en locatieverbod toe met uitzonderingen voor zakelijke omgangsafspraken over de kinderen.

De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf, omdat deze reeds was uitgevoerd. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van bewijs, persoonlijke omstandigheden en proportionaliteit van de straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 25 dagen gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, voor bedreiging en vernieling; vrijspraak voor mishandeling en diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/067271-25
Tegenspraak (art. 279 Sv Pro)
Vonnis van de meervoudige kamer van 24 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1993 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 10 maart 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de officier van justitie: mr. M.L. Kruit;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M.W.J. Rosendaal (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
op 2 maart 2025 te Nieuwegein, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld, door hem met kracht te duwen tegen het lichaam, waardoor hij achterover op de grond is gevallen;
feit 2
op 2 maart 2025 te Nieuwegein, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door dreigend te zeggen “ik ga jullie schieten” en “ik ga je vermoorden” en daarbij met zijn handen een gebaar te maken van het herladen en het overhalen van een pistool;
feit 3
in de periode van 14 februari 2025 tot en met 2 maart 2025 te Nieuwegein, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door berichten te sturen met de woorden “Ik ga je kapot bijten” en “Ik slacht haar en jullie allemaal” en “Speel géén spelletjes met mij! Want ooit… op een dag sta ik achter jou en fluister ik in jouw oor: Game Over!”;
feit 4 primair
op 5 mei 2025 te Nieuwegein een videodeurbel van [slachtoffer 2] heeft gestolen door middel van verbreking;
feit 4 subsidiair
op 5 mei 2025 te Nieuwegein een videodeurbel van [slachtoffer 2] heeft vernield;
feit 5 primair
op 25 juni 2025 te Nieuwegein een camera van [slachtoffer 2] heeft gestolen door middel van verbreking;
feit 5 subsidiair
op 25 juni 2025 te Nieuwegein een camera van [slachtoffer 2] heeft vernield;
feit 6 primair
op 25 juni 2025 te Nieuwegein een videodeurbel van [slachtoffer 2] heeft gestolen door middel van verbreking;
feit 6 subsidiair
op 25 juni 2025 te Nieuwegein een videodeurbel van [slachtoffer 2] heeft vernield.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 2, 3, 5 en 6 heeft gepleegd.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 4.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Vrijspraak feiten 1, 2, 4 primair, 5 primair en 6 primair
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1, 2, 4 primair, 5 primair en 6 primair niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom. Op 2 maart 2025 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van mishandeling en bedreiging (feit 1 en 2). Hij heeft verklaard dat de verdachte eerst dreigende woorden naar hem sprak en hem later hard op zijn borst duwde waardoor hij op de grond viel. De dochter van de aangever en tevens ex-partner van de verdachte, [slachtoffer 2] , heeft in haar aangifte van 2 maart 2025 het verhaal van haar vader bevestigd met betrekking tot het duwen, maar heeft verklaard dat de dreigende woorden na het duwen hebben plaatsgevonden. De verdachte heeft verklaard dat hij aangever niet heeft mishandeld maar dat hij is geduwd en bij de keel gegrepen door de aangever. Hij ontkent dat hij heeft gezegd dat hij zou schieten en dat hij een herladend pistool gebaar gemaakt heeft.
Op 3 maart 2025 heeft verbalisant [verbalisant 1] een toevallige passant gesproken die op het moment van de vermeende mishandeling en bedreiging in haar auto langs het incident reed. Deze getuige heeft verklaard dat zij een jongeman in de tuin zag staan en dat hij door een oudere man werd geduwd. Ook verklaarde de getuige dat deze oudere man de jongere man bij zijn keel vast greep.
Beide aangevers en de getuige zijn gehoord bij de rechter-commissaris. De verklaring van de onafhankelijke getuige bij de rechter-commissaris is in lijn met haar eerdere verklaring bij de politie. Dit geldt niet voor de verklaringen van de aangevers. [slachtoffer 2] heeft op 26 augustus 2025 bij de rechter-commissaris verklaard dat zij boven was met de kinderen en geschreeuw hoorde. Toen zij naar beneden rende zag zij dat haar vader op de grond in de gang lag. De verdachte stond voor de deur en wilde naar binnen. Toen hij zag dat ze de politie belde is hij gaan lopen naar zijn auto en maakte hij gebaren naar haar van ‘ik ga je neerschieten’.
[slachtoffer 1] heeft bij de rechter-commissaris op 26 augustus 2025 verklaard dat de verdachte bij de deur kwam en dat zij, na wat gepraat, over en weer hebben geduwd. Op dat moment kwam zijn dochter beneden. Zijn dochter pakte hem vast, trok aan hem. Ze gingen naar binnen, de verdachte blokkeerde de deur met zijn been. Zij duwden tegen de deur en de verdachte ook. Aangever weet niet wat er toen gebeurd is. Hij verklaart dat hij is gevallen op zijn achterhoofd. Hij viel toen de verdachte de deur duwde en zijn arm naar binnen deed om hen te proberen weg te duwen. Toen aangever binnen was is hij met moeite opgestaan en toen hij naar buiten keek zag hij de verdachte langs de muur lopen en toen wees hij met zijn wijsvinger naar hem en zei: ‘jou ga ik zo doen’ en daarbij maakte hij een beweging met zijn vinger en duim, alsof hij mij met een pistool zou gaan vermoorden.
Gelet op de wisselende verklaringen van de aangevers bij de politie en de rechter-commissaris en de verklaring van de passerende getuige kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen of de verdachte het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Ten aanzien van de feiten 4 primair, 5 primair en 6 primair is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte een videodeurbel en/of camera heeft gestolen. Er kan niet bewezen worden dat de verdachte de kapotte videodeurbellen en camera’s heeft weggenomen en ze zijn ook niet bij de verdachte aangetroffen.. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onder 4 primair, 5 primair en 6 primair tenlastegelegde.
3.3.2.
Bewijsmiddelen feiten 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair
De rechtbank oordeelt dat de feiten 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.3.
Bewijsoverwegingen
Ten aanzien van feit 3
Om te spreken van een bedreiging moet sprake zijn van een bedreiging die van zodanige aard is en onder zodanige omstandigheden is gedaan, dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging zou worden uitgevoerd. [slachtoffer 3] heeft op 2 maart 2025 aangifte gedaan van bedreiging. Zij heeft verklaard dat zij als tussenpersoon fungeert tussen haar dochter, [slachtoffer 2] , en de verdachte met betrekking tot de omgangsregeling van hun kinderen. Sindsdien wordt zij veelvuldig via berichten lastiggevallen door de verdachte. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte op 2 maart 2025 het volgende bericht aan de aangeefster heeft gestuurd: ‘Ik slacht haar en jullie allemaal’. Gelet op de omstandigheden waaronder deze bedreiging is geuit, de verdachte was al langere tijd boos dat hij zijn kinderen niet kon zien en stuurde de aangeefster continue (nare) berichten, kan worden aangenomen dat er bij de aangeefster de vrees is ontstaan dat de verdachte de daad bij zijn woord zou voegen. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder feit 3 tenlastegelegde met betrekking tot de bedreiging ‘Ik slacht haar en jullie allemaal’.
De overige uitingen die in de tenlastelegging zijn opgenomen acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. Het bericht ‘Ik ga je kapot bijten’ is weliswaar gestuurd aan [slachtoffer 3] , maar is gericht aan haar dochter [slachtoffer 2] . Om die reden kan niet worden gesproken over het ontstaan van redelijke vrees bij de aangeefster. Ten aanzien van de zinsnede ‘Speel géén spelletjes met mij! Want ooit… op een dag sta ik achter jou en fluister ik in jouw oor: Game Over!’, is de rechtbank van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte dit bericht heeft verstuurd aan de aangeefster. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van dit deel van de tenlastelegging.
Ten aanzien van feiten 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair
Ten aanzien van opgenoemde feiten heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan op 5 mei 2025 (feit 4) en 25 juni 2025 (feit 5 en feit 6). Zij heeft over beide momenten verklaard dat de verdachte bij haar thuis is geweest en haar videodeurbellen en camera kapot heeft gemaakt.
De aangifte van 5 mei 2025 wordt ondersteund door camerabeelden, waarop te zien is dat een persoon naar de voordeur van de aangeefster loopt. Deze persoon voldoet aan het signalement wat de aangeefster heeft gegeven van de verdachte. Vervolgens is er bij het proces-verbaal van bevindingen een foto opgenomen van de kapotte videodeurbel van de aangeefster. [1]
De aangifte van 25 juni 2025 wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , waarin camerabeelden worden beschreven die het incident hebben vastgelegd. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte de videodeurbel van de muur trekt. De verdachte is met zijn gezicht in beeld te zien, waardoor de herkenning mogelijk is. Vervolgens zijn er foto’s in het dossier opgenomen van de kapotte videodeurbel aan de voorzijde van het huis en de kapotte camera aan de achterzijde van het huis. [2]
Gelet op deze bewijsmiddelen acht de rechtbank de vernielingen van de camera’s door de verdachte op 5 mei 2025 en op 25 juni 2025 wettig en overtuigend bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 3
op 2 maart 2025 te Nieuwegein,
[slachtoffer 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht
door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen
"Ik slacht haar en jullie allemaal";
feit 4 subsidiair
op 5 mei 2025 te Nieuwegein
opzettelijk en wederrechtelijk
een videodeurbel, die geheel aan een ander, te
weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde
heeft vernield;
feit 5 subsidiair
op 25 juni 2025 te Nieuwegein
opzettelijk en wederrechtelijk
een camera, die geheel aan een ander, te
weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde
heeft vernield;
feit 6 subsidiair
op 25 juni 2025 te Nieuwegein
opzettelijk en wederrechtelijk
een videodeurbel, die geheel aan een ander, te
weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde
heeft vernield.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 3:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
feit 4 subsidiair:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
feit 5 subsidiair:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
feit 6 subsidiair:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf van 20 dagen, met aftrek van het voorarrest;
  • een taakstraf van 60 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte wordt opgelegd:
- een contact- en locatieverbod als vrijheidsbeperkende maatregel.
De officier van justitie eist dat deze maatregel direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat bij een eventueel op te leggen straf, deze gelijk dient te zijn aan het al uitgezeten voorarrest. Daarbij merkt de advocaat op dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is omdat dat verdachte tussen de tijd waarin de feiten zich hebben afgespeeld en deze strafzaak is veroordeeld voor een andere strafbaar feit en verzoekt hij rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bedreigen van [slachtoffer 3] , zijn ex-schoonmoeder, door haar dreigend de woorden ‘Ik slacht haar en jullie allemaal’ te sturen via WhatsApp. Dit is een grove bedreiging en door zich zo te uiten heeft de verdachte gezorgd voor gevoelens van angst en onveiligheid bij de aangeefster. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een drietal vernielingen van goederen van zijn ex-partner [slachtoffer 2] , te weten twee videodeurbellen en een camera. Door deze vernielingen te plegen, heeft de verdachte schade aangericht bij de aangeefster. Hij heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor de eigendommen van een ander en heeft voor veel frustratie gezorgd. De rechtbank neemt hem dit kwalijk. Hij heeft daarnaast ook gezorgd voor gevoelens van onveiligheid, omdat hij verschillende keren bij het huis van aangeefster is geweest en spullen heeft vernield die zij juist heeft laten ophangen ter beveiliging.
Dat er sprake is van een echtscheiding en de verdachte boos en verdrietig is dat hij zijn kinderen niet kan zien en spreken, maakt nog niet dat de verdachte dergelijke dreigende woorden vrijelijk kan uiten aan zijn ex-schoonmoeder en goederen van zijn ex-partner kan gaan vernielen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte van 21 november 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte de afgelopen vijf jaar meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet voor gelijksoortige feiten.
Op 24 september 2025 is door de reclassering een rapport opgesteld over de verdachte. In het rapport staat dat de verdachte problemen ervaart op het gebied van zijn relatie met zijn ex-partner en schoonfamilie. De reclassering ziet risico’s op het gebied van huisvesting, dagbesteding en financiën, nu de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en het onduidelijk is of hij een inkomen geniet. Er was gedurende de schorsing van de verdachte sprake van een contact- en locatieverbod, hetgeen de verdachte tijdens de schorsing heeft overtreden. De reclassering ziet ook risico’s op het gebied van huiselijk geweld en het overtreden van voorwaarden, maar gelet op de niet-gemotiveerde houding van de verdachte ziet de reclassering geen mogelijkheden om met interventies deze risico’s te beperken. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden, waarbij het voortzetten van het contact- en locatieverbod geïndiceerd is. De politie kan hierop toezien.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor een bedreiging (feit 3) is een geldboete van € 350,-. Er bestaat op dit moment nog geen oriëntatiepunt voor het plegen van een vernieling (feit 4 subsidiair, feit 5 subsidiair en feit 6 subsidiair).
De verdachte heeft 20 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht. Voor de bewezenverklaarde feiten wordt doorgaans een geldboete dan wel een taakstraf opgelegd. Omdat een gevangenisstraf een zwaardere modaliteit is, volstaat de rechtbank met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. Zij koppelt hieraan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 dagen, met daarbij als bijzondere voorwaarden een contact- en locatieverbod. De rechtbank zal daarbij een uitzondering maken voor het zakelijke contact dat nodig is om afspraken te maken over de omgang van verdachte met de kinderen. Het gaat daarbij alleen om afspraken als tijdstip, locatie en dergelijke.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 25 dagen op, met aftrek van het voorarrest, waarvan 5 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Hieraan verbindt zij als bijzondere voorwaarden een contactverbod met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en een locatieverbod voor de [adres 1] in [plaats 1] en de [adres 2] in [plaats 2] .
De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank andere feiten van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen acht. Daarbij acht de rechtbank, gelet op de bewezenverklaarde feiten, te weten een enkele bedreiging en drie vernielingen, een contact- en locatieverbod in de vorm van een 38v-maatregel een te ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

6.Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf

De politierechter in Utrecht heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/160249-24 op 15 mei 2024 een gevangenisstraf van 5 dagen voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar.
6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaart, nu de voorwaardelijke straf reeds ten uitvoer is gelegd in het arrest van parketnummer 21/002512-24.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat sluit zich aan bij de eis van de officier van justitie.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering, nu de voorwaardelijke straf reeds ten uitvoer is gelegd in het arrest van parketnummer 21/002512-24.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- Artikel 14a, 14b, 14c, 57, 63, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart de feiten 1, 2, 4 primair, 5 primair en 6 primair niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
  • verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder 3, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 25 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 5 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
  • stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
  • als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • als bijzondere voorwaarde gelden dat de verdachte gedurende de proeftijd:
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 2] 1993) en met haar ouders ( [slachtoffer 1] , geboren in 1968 en [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum 3] 1969). Een uitzondering op dit contactverbod is het afspraken maken over omgang met de kinderen. De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
* zich niet zal bevinden in de straat waar [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum 2] 1993) woont (op dit moment de [adres 1] in [plaats 1] ) en de straat waar haar ouders [slachtoffer 1] (geboren in 1968 ) en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum 3] 1969) wonen (op dit moment de [adres 2] in [plaats 2] . De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging;
voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.S.K. Fung Fen Chung, voorzitter, mr. N.P.J. Janssens en mr. I.J.B. Corbeij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van der Steege als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 2 maart 2025 te Nieuwegein, althans in Nederland,
[slachtoffer 1] , heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met
kracht) te duwen op/tegen het lichaam, waardoor die [slachtoffer 1] achterover op de
grond is gevallen;
2.
hij op of omstreeks 2 maart 2025 te Nieuwegein, althans in Nederland,
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven
gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga
jullie schieten" en/of "ik ga je vermoorden" en/of "ik ga jullie vermoorden", althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of daarbij met zijn handen een
gebaar te maken van het herladen en/of het overhalen van een pistool, althans
gebaren van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 februari 2025 tot en
met 2 maart 2025 te Nieuwegein, althans in Nederland,
[slachtoffer 3] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je kapot bijten" en/of
"Ik slacht haar en jullie allemaal" en/of "Speel géén spelletjes met mij! Want ooit...
op een dag sta ik achter jou en fluister ik in jouw oor: Game Over!", althans woorden
van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
hij op of omstreeks 5 mei 2025 te Nieuwegein
een videodeurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn
bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 5 mei 2025 te Nieuwegein
opzettelijk en wederrechtelijk
een videodeurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te
weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
5.
hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Nieuwegein
een camera, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk
geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het
zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats
van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft
gebracht door middel van verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Nieuwegein
opzettelijk en wederrechtelijk
een camera, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te
weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
6.
hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Nieuwegein
een videodeurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn
bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Nieuwegein
opzettelijk en wederrechtelijk
een videodeurbel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te
weten aan [slachtoffer 2] , toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
ten aanzien van feit 3 [3] :
-
een proces-verbaal van aangifte van 2 maart 2025 door [slachtoffer 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [4] :
Sinds 14 februari 2026 word ik overspoeld met berichten en telefoontjes van [verdachte] . Ook bedreigt [verdachte] mij, hij geeft aan dat hij mij gaat slachten of doodschieten.
-
een proces-verbaal van bevindingen met bijlagen van 3 maart 2025 door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [5] :
Ik ontving screenshots van aangever [slachtoffer 3] . Dit betreffen screenshots tussen aangever [slachtoffer 3] en verdachte [verdachte] .
Verdachte [verdachte] stuurt naar aangever [slachtoffer 3] :
- ik slacht haar (zie foto 24)
- En jullie allemaal (zie foto 24) [6]
-
een proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2025 door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [7] :
Ik heb telefonisch met aangever [slachtoffer 3] gesproken om duidelijk te krijgen wat de exacte datum/-tijd is van de onderstaande berichten. Ik hoorde dat zij de volgende gegevens doorgaf:
- “Ik slacht haar en jullie allemaal” Ontvangen op 2 maart 2025 om 14.30 uur.
ten aanzien van feit 4 subsidiair [8] :
-
een proces-verbaal van aangifte van 5 mei 2025 door [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [9] :
Op 5 mei 2026 omstreeks 12.30 uur zag ik dat mijn ex, [verdachte] , in mijn achtertuin stond aan de [adres 1] te [plaats 1] . Ik kan [verdachte] als volgt omschrijven:
- haar: kaal;
- gezicht: korte baard;
- kleding: zwart/grijze bodywarmer, grijze trui met strepen;
- huidskleur: getint;
- lengte: 1,85 ongeveer;
- postuur: slank;
- bijzonderheden: droeg een zonnebril.
Ik zag ook dat mijn ringdeurbel bij de voordeur kapot was. Ik weet dat [verdachte] dit had gedaan, want vanmorgen was deze nog niet kapot. Ik zag op de camerabeelden van de ringdeurbel van mijn buurvrouw, dat [verdachte] mijn ringdeurbal kapot had gemaakt.
-
een proces-verbaal van bevindingen met bijlagen van 17 mei 2025 door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [10] :
Hierop zag ik beelden van 5 mei 2025. Ik zag een man bij de voordeur van [slachtoffer 1] vandaan komen. Later bleek dat de voordeurbel van [slachtoffer 1] vernield was. De man die bij de deur wegliep voldeed aan het signalement dat [slachtoffer 1] gaf bij de aangifte.
kleding: zwart/grijze bodywarmer,
grijze trui met strepen;
huidskleur: getint;
lengte: 1,85 ongeveer;
postuur: slank;
Ik voeg 2 screenshots van de beelden toe als bijlage aan dit proces-verbaal van
bevindingen. [11]
ten aanzien van feiten 5 en 6 subsidiair [12] :
-
een proces-verbaal van aangifte van 25 juni 2025 door [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [13] :
Op 25 juni 2025 was ik thuis aan de [adres 1] te [plaats 1] . Ik zag dat mijn ex [verdachte] voor de deur stond. Ik zag dat hij de camera van mijn gevel aftrok. Ik zag dat mijn ex met mijn parasol de beveiligingscamera van mijn gevel af sloeg.
-
een proces-verbaal van bevindingen met bijlagen van 11 juli 2025 door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven [14] :
Ik zag dat de beelden waren opgenomen op 25 juni 2025. Op de beelden zie ik een man rechts onder in beeld knielen. Ik herken de man direct als zijnde [verdachte] . Kort daarna bukt [verdachte] weer en sluipt hij richting de deurbelcamera en trekt hij deze van de muur.
-
een geschrift, inhoudende een fotoblad met RAPP-registratienummer: 250625-2426, voor zover inhoudende [15] :
Een foto van een kapotte deurbel.
-
een geschrift, inhoudende een fotoblad met RAPP-registratienummer: 250625-2426, voor zover inhoudende [16] :
Een foto van een kapotte camera.

Voetnoten

1.Pagina 42, PV Opheffing Schorsing.
2.Pagina’s 43-46, PV Opheffing Schorsing.
4.Pagina 10.
5.Pagina 14.
6.Pagina 39
7.Pagina 69.
9.Pagina 5.
10.Pagina 10.
11.Pagina 12 en 13.
13.Pagina 23.
14.Pagina 25.
15.Pagina 45.
16.Pagina 43.