7.3.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte de maatregel tbs met voorwaarden op, zoals door de reclassering is geadviseerd, een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , behalve met toestemming van de gezinsvoogd, en een locatieverbod voor het grondgebied van de gehele gemeente [gemeente] . De maatregel tbs met voorwaarden en het contact- en locatieverbod zijn dadelijk uitvoerbaar en gaan dus direct gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat.
De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze straf en maatregelen komt.
De bewezenverklaarde feiten
De bewezenverklaarde feiten vormen het eerste uitgangspunt bij het bepalen van de op te leggen straf en/of maatregel. Zoals hiervoor is gebleken, is de rechtbank tot een andere bewezenverklaring gekomen dan de officier van justitie. Voor de zware beschuldiging van mensenhandel ziet de rechtbank onvoldoende bewijs. Daarom zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist. Er zijn echter andere zware strafbare feiten overgebleven die de rechtbank wel bewezen heeft verklaard. Die andere zware strafbare feiten rechtvaardigen ook een stevige reactie, waaronder een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van zijn ex-partner [slachtoffer 1] , dwang en psychische mishandeling van zijn zoon [slachtoffer 2] en het bezit van meerdere wapens, waarvan hij in ieder geval de taser ook heeft gebruikt bij de zware mishandeling van [slachtoffer 1] . In de kern kan ook worden gezegd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zware vorm van huiselijk geweld, waarvan niet alleen zijn ex-partner [slachtoffer 1] , maar ook zijn zoon [slachtoffer 2] slachtoffer is geworden.
Die zware vorm van huiselijk geweld vond met name in de weekenden plaats. Er werd dan drugs gebruikt door zowel de verdachte als [slachtoffer 1] en van die drugs kwam geweld, zo heeft de verdachte zelf verklaard. Er moest dan ook goede seks zijn van de verdachte. Als die goede seks niet kwam, moest [slachtoffer 1] daarvoor boeten. Als boetedoening heeft de verdachte het lichaam van [slachtoffer 1] vele malen letterlijk bewerkt met een soldeerbout. Ook heeft hij haar veelvuldig stroomstoten gegeven met een taser. De rechtbank ziet dit als buitensporig gedrag. Door dit buitensporige gedrag heeft de verdachte [slachtoffer 1] jarenlang veel pijn toegebracht en vernederd. [slachtoffer 1] heeft daardoor ook jarenlang met gevoelens van angst in haar eigen huis gewoond.
Alhoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat de maatstaf van mensenhandel in deze zaak niet kan worden gehaald, komt uit het dossier wel een beeld naar voren van een vrouw die zich door het geweld van de verdachte gedurende meerdere jaren binnen haar relatie onderdrukt heeft gevoeld. Ze voelde zich zo onveilig bij de verdachte, dat ze continu op haar hoede was. Soms ging ze op de gang slapen, zodat ze een goede vluchtmogelijkheid had als de verdachte haar weer zou willen aanvallen. Ook vluchtte ze soms naar buiten om aan het geweld van de verdachte te ontkomen. Door hard te schreeuwen sloeg ze alarm bij de buren.
Dit alles is zeer schadelijk voor [slachtoffer 1] geweest, zo is in haar schriftelijke slachtofferverklaring te lezen. Niet alleen heeft ze aan de mishandelingen zwaar lichamelijk letsel overgehouden, in de vorm van vele littekens over haar hele lichaam, maar ook mentaal heeft het veel met haar gedaan. Haar basisgevoel van haar veiligheid en haar eigen waarde is ze kwijtgeraakt. Ze voelt zich niet meer de persoon die ze was. Ook heeft ze een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Ze heeft last van terugkerende nachtmerries, herbelevingen en paniekaanvallen.
De zoon van de verdachte, [slachtoffer 2] , was vaak bij de mishandelingen aanwezig. Als hij niet in dezelfde ruimte was, hoorde hij wel dat er hevige ruzies gaande waren tussen zijn ouders. Dat hij zich regelmatig terugtrok op zijn kamer of ervoor zorgde dat hij juist weg was in het weekend, is veelzeggend voor de impact die het op hem moet hebben gehad. Het is schrijnend om te zien en te lezen dat [slachtoffer 2] , logischerwijs, klem is komen te zitten in deze situatie. Hij zit in een loyaliteitsconflict. Verder rekent de rechtbank het de verdachte aan dat hij een verkeerd voorbeeld heeft gegeven aan [slachtoffer 2] en nauwelijks erbij stil heeft gestaan hoe de hele situatie voor [slachtoffer 2] moet zijn geweest. Het kan niet anders dan dat in de door de verdachte gecreëerde situatie [slachtoffer 2] zware deuken heeft opgelopen in zijn ontwikkeling naar volwassenheid.
Zoveel mogelijk gelijke straffen in vergelijkbare zaken
Alhoewel het moeilijk is om een zaak te vinden die soortgelijk is aan deze, heeft de rechtbank wel gekeken naar straffen die zijn opgelegd in zaken die hiermee zoveel mogelijk gelijkenissen vertonen. Ook heeft de rechtbank gekeken naar de ‘oriëntatiepunten straftoemeting’ van de rechtspraak. Dit zijn uitgangspunten die strafrechters in Nederland hebben afgesproken om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen
.
Het zwaartepunt in deze zaak wordt gevormd door de zware mishandeling van [slachtoffer 1] . Voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen (niet zijnde een vuurwapen), staat in de oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden genoemd. Dit is een lage straf, afgezet tegen de in de wet geformuleerde maximale gevangenisstraf voor dit feit van 8 jaar. In uitspraken over huiselijk geweld is ook te zien dat rechtbanken aanzienlijk zwaarder straffen dan dit oriëntatiepunt.
Strafblad
Uit het meest recente strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van de verdachte blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De veroordelingen die op zijn strafblad staan zijn vooral voor vermogensfeiten en zijn van lang geleden. Deze veroordelingen zijn dus niet van invloed op de strafoplegging.
Rapporten van deskundigen en de reclassering
Over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn meerdere rapporten opgemaakt. Een psychiater van het NIFP heeft op 30 juli 2025 over de verdachte gerapporteerd. Een psycholoog van het NIFP heeft op 1 september 2025 over de verdachte gerapporteerd.
Op basis van deze rapporten, stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte sprake is van meerdere stoornissen. De psychiater spreekt over een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke, borderline, antisociale trekken en een stoornis in het gebruik van een amfetamineachtig middel (speed), ernstig, in vroege remissie in een gereguleerde omgeving. De psycholoog spreekt over een borderline persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van amfetamine. Dat zijn psychische stoornissen die volgens de deskundigen invloed hebben gehad op het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten, behalve op het wapenbezit. Daarom wordt geadviseerd om de strafbare feiten, voor zover bewezen, in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen, het wapenbezit daarvan weer uitgezonderd.
Dat de verdachte kampt met verschillende stoornissen, was al langer bij hem bekend. Hij heeft daarvoor ook eerder hulp gezocht. Omdat die eerdere vrijwillige hulptrajecten zijn mislukt, volgens de deskundigen door een gebrek aan openheid en motivatie, wordt geadviseerd om aan de verdachte nu een behandeling op te leggen binnen een strafrechtelijk kader. Hoewel de verdachte zegt dat hij gemotiveerd is dit keer wel vrijwillig aan behandeling mee te werken, zijn het probleembesef en ziekte-inzicht volgens de deskundigen nog steeds beperkt en neigt hij tot externalisatie. Dat verkleint de kans op succesvolle behandeling zonder duidelijke voorwaarden. De deskundigen bevelen daarom aan om aan de verdachte de maatregel tbs met voorwaarden op te leggen. Een tbs met voorwaarden biedt volgens de deskundigen een stevigere stok achter de deur dan een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden en vergroot de kans dat betrokkene zich aan de behandeling houdt.
De reclassering heeft vervolgens op 27 november 2025 een rapport opgemaakt en daarin advies gegeven over de voorwaarden die aan de maatregel tbs met voorwaarden kunnen worden verbonden. De reclassering heeft onder meer geadviseerd om als voorwaarde een klinische opname op te nemen, voordat de verdachte begint aan de voorwaarde die bestaat uit een ambulante behandeling. Het gebrek aan ziekte-inzicht en probleembesef heeft de reclassering als belangrijke reden hiervoor gegeven. Daarnaast heeft de reclassering - kort gezegd - geadviseerd dat de verdachte moet meewerken aan een time-out, dat hij niet naar het buitenland mag, dat hij geen drugs- en alcohol mag gebruiken en dat hij moet meewerken aan dagbesteding.
De psychiater en psycholoog hebben zich in hun latere rapporten van 17 december 2025 en 30 december 2025 bij dit advies aangesloten. Als extra motivatie voor de klinische opname hebben de deskundigen genoemd dat de kans groot wordt geschat dat de verdachte zich in een ambulante setting sociaal wenselijk zal opstellen, maar dat hij uit zicht onveranderd zijn leven en interacties met anderen zal voortzetten. Dit is extra zorgelijk gelet op de kwetsbare situatie van zijn zoon en de nieuwe relatie in zicht.
Andere persoonlijke omstandigheden
De advocaten hebben nog aangevoerd dat de verdachte zich zeer correct gedraagt in de PI en wordt gezien als een voorbeeld-gedetineerde. Ook hebben zij aangevoerd dat de verdachte in wezen een heel kwetsbaar instabiel persoon is. Hij is beschadigd in zijn jeugd en zijn stoornissen vinden daarin ook hun oorsprong.
Oplegging straf en maatregelen
Een gevangenisstraf is noodzakelijk, omdat sprake is van ernstige geweldsdelicten die de fysieke en geestelijke gezondheid van in ieder geval het slachtoffer [slachtoffer 1] ernstig heeft aangetast. Het opleggen van een ander soort straf is dan niet passend.
De rechtbank vindt strafverzwarend dat de verdachte de gewelddadige feiten gedurende een lange periode heeft gepleegd. De mishandelingen hebben zeker 8 jaar geduurd en [slachtoffer 2] is daar ook 8 jaar lang getuige van geweest. De buitensporigheid van het door de verdachte gepleegde geweld, vindt de rechtbank ook strafverzwarend. Een huiselijk geweld zaak is altijd ernstig, maar de extreem nare vorm van huiselijk geweld (intieme terreur) die in dit geval heeft plaatsgevonden, gaat het voorstellingsvermogen van velen te boven.
Een gevangenisstraf van 3 jaar zou onder deze omstandigheden passend zijn.
De rechtbank heeft echter ook gezien dat de deskundigen hebben geadviseerd om de strafbare feiten, voor zover bewezen, in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen, het wapenbezit daarvan uitgezonderd. De rechtbank neemt dit advies over. Dit is een strafverlagende omstandigheid.
In de overige door de advocaten aangevoerde omstandigheden ziet de rechtbank geen reden voor strafverlaging.
De rechtbank komt gelet op al het voorgaande tot de oplegging van een gevangenisstraf van 30 maanden. De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, wordt hiervan afgetrokken. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank er ook rekening mee dat zij aan de verdachte nog een maatregel oplegt.
Terbeschikkingstelling met voorwaarden
De rechtbank oordeelt dat het nodig is om aan de verdachte naast de gevangenisstraf een tbs met voorwaarden op te leggen. Aan de wettelijke voorwaarden daarvoor is voldaan. Dit licht de rechtbank hieronder toe.
De zware mishandeling van [slachtoffer 1] en de psychische mishandeling van [slachtoffer 2] zijn misdrijven waarop in de wet een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is gesteld. Voor die feiten kan tbs worden opgelegd. In de wet staat dat tbs met voorwaarden ook mogelijk is bij zulke feiten.
Er bestond bij de verdachte tijdens het plegen van de strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, zoals blijkt uit de rapporten van de psychiater en de psycholoog. Er is volgens de conclusie in die rapporten ook een gevaar voor herhaling van gewelddadig delictgedrag, omdat sprake is van meerdere risicofactoren en slechts een beperkt aantal beschermende factoren. De verdachte beschikt over beperkte steun en stabiliteit. Het risico op herhaling van gewelddadig delictgedrag wordt matig tot hoog geschat waarbij de verwachting is dat dit zich vooral in de intieme relaties voor zal doen en meer op de langere termijn. Het risico wordt versterkt door drugsgebruik, impulsiviteit en gebrekkig probleeminzicht. Daarom eist de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.
Ter bescherming van die veiligheid moet de verdachte zich houden aan de volgende samengevatte voorwaarden: hij mag geen strafbaar feit plegen, hij moet meewerken aan reclasseringstoezicht, hij moet meewerken aan een time-out, als de reclassering dit nodig vindt, hij mag niet naar het buitenland, hij moet meewerken aan een klinische opname, hij moet aansluitend meewerken aan ambulante behandeling, hij mag geen drugs en alcohol gebruiken en hij moet meewerken aan dagbesteding. Alhoewel de verdachte liever had gezien dat er geen klinische opname als voorwaarde was opgenomen en de advocaten ook hebben bepleit om deze voorwaarde te laten vallen, heeft de verdachte verklaard dat hij wel bereid is deze voorwaarden na te leven. De rechtbank acht deze voorwaarde noodzakelijk, gelet op de motivering die de deskundigen daarvoor hebben gegeven.
Vanwege het herhalingsgevaar is het ook noodzakelijk dat de voorwaarden meteen na de uitspraak gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat
.Daarom bepaalt de rechtbank dat de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
De rechtbank legt de tbs op omdat de verdachte met de zware mishandeling van [slachtoffer 1] en de psychische mishandeling van [slachtoffer 2] misdrijven heeft gepleegd die zijn gericht tegen of gevaar hebben veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Als de tbs met voorwaarden wordt omgezet in een tbs met dwangverpleging, kan de dwangverpleging daarom langer duren dan vier jaar.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
De rechtbank legt aan de verdachte een contactverbod en een gebiedsverbod op. Dit is nodig om het plegen van nieuwe strafbare feiten door de verdachte te voorkomen. Deze vrijheidsbeperkende maatregelen duren 5 jaar en houden het volgende in:
- een gebiedsverbod voor het grondgebied van de gehele gemeente [gemeente] ;
- een contactverbod met [slachtoffer 1] , geboren op [1974] in [geboorteplaats] , behoudens via een advocaat / mediator over de afwikkeling van beëindiging van hun relatie en over het vaststellen van een omgangsregeling met hun zoon;
- een contactverbod met [slachtoffer 2] , geboren op [2011] , behoudens met toestemming van de gezinsvoogd.
De rechtbank acht ook het contactverbod met [slachtoffer 2] noodzakelijk om het plegen van nieuwe strafbare feiten door de verdachte te voorkomen en om [slachtoffer 2] voldoende te beschermen. De ondertoezichtstelling van [slachtoffer 2] alleen is hiervoor onvoldoende. Met de uitzondering die de rechtbank op het contactverbod heeft gemaakt, bestaat er voor de verdachte toch een mogelijkheid om de ontwikkelingen van zijn zoon te volgen.
Iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, kan hij in hechtenis worden genomen voor een periode van twee weken. In totaal kan dit maximaal zes maanden duren. Ook als deze hechtenis wordt opgelegd, blijft het contact- en locatieverbod gelden.
Het is belangrijk dat het contact- en locatieverbod meteen na de uitspraak gaat gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank houdt er immers ernstig rekening mee dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal begaan of zich belastend gedraagt jegens [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] .