Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de advocaat van de verdachte: mr. V. Senczuk (hierna: de advocaat);
- de officier van justitie: mr. M.L. Kruit;
- de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;
- de gemachtigde van de benadeelde partij: [A] (Leger des Heils).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Ten aanzien van feit 1
“Ik wilde een punt maken, zodat hij, als hij het nog een keer doet, dit kan gebeuren.”Daarnaast weegt de rechtbank bij dit oordeel mee dat de verdachte meerdere malen heeft verklaard dat het ook niet zijn bedoeling was om aangever (dodelijk) te raken.
Ten aanzien van feit 2 (bedreiging [slachtoffer 1] )
Ten aanzien van feit 3 (stalking [slachtoffer 1] )
4.Kwalificatie en strafbaarheid
: poging tot doodslag;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en met verkrachting, meermalen gepleegd;
belaging;
: handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5.Straf en maatregel
- een gevangenisstraf van zes jaar, met aftrek van het voorarrest, ten aanzien van feit 1, 2 en 3.
- een geldboete van € 200,- ten aanzien van feit 4.
- een contactverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] als vrijheidsbeperkende maatregel voor de maximale duur van vijf jaar, te vervangen door één week hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet;
- de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z Sr (hierna: GVM).
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
.Hoewel het geestelijk letsel van de benadeelde partij niet met objectieve gegevens is onderbouwd, heeft zij wel in de vordering toegelicht dat zij gevoelens van angst en onveiligheid ervaart door de bewezen verklaarde feiten.
8.Toegepaste wetsartikelen
- 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36c, 36d, 36f, 38v, 38w, 45, 57, 62, 285, 285b en 287 van het Wetboek van Strafrecht;
- 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair, feit 2, feit 3 en feit 4 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
gevangenisstraf van 36 maanden;
gedeelte van 6 maanden,
niet zal worden ten uitvoer gelegd,tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
twee (2) jaarvast;
geldboetevan
€ 200,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 2 dagen;
- legt aan de verdachte op
- beveelt dat de verdachte zich onthoudt van direct of indirect contact met:
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel iedere keer wordt vervangen door 14 dagen hechtenis en met een maximum van zes maanden;
feit 1 en 4);
feit 2 en 3);
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2025 tot de dag van de algehele voldoening;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
de rechtbank begrijpt: 7 juni 2025)is er een stopgesprek met [verdachte] gehouden. Sindsdien heeft hij mij nog vele keren lastiggevallen. Voor het stopgesprek heeft [verdachte] meerdere bedreigingen naar mij geuit: [10]
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 19 maart 2026;
- een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de categorisering van de machete.