ECLI:NL:RBMNE:2026:1350

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11945860 \ AC EXPL 25-2396
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 RvArt. 47 RvArt. 125 RvArt. 132 RvArt. 147 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens deugdelijke betekening van oorspronkelijke dagvaarding

In deze verzetzaak is het verzet van eiser ongegrond verklaard omdat hij niet tijdig kennis heeft genomen van de oorspronkelijke dagvaarding. De oorspronkelijke dagvaarding is op correcte wijze betekend door achterlating in een gesloten envelop aan de woonplaats van eiser, die dit niet heeft weersproken.

Eiser stelde dat hij de inhoud van de dagvaarding niet kende en daardoor niet kon reageren op de vorderingen. De kantonrechter oordeelde dat eiser eenvoudig via verschillende wegen kennis had kunnen nemen van de dagvaarding, maar dit niet heeft gedaan, wat voor zijn risico komt.

Daarnaast werd een ingrijpende eiswijziging van eiser buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde, omdat deze te laat en zonder goede reden werd ingebracht.

De procedure wordt niet heropend, waardoor de stellingen van gedaagde als vaststaand gelden en het verstekvonnis van 13 augustus 2025 wordt bekrachtigd. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis wordt bekrachtigd.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11945860 \ AC EXPL 25-2396
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[opposant] H.O.D.N. [handelsnaam],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in het verzet,
oorspronkelijk gedaagde partij,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[geopposeerde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in het verzet,
oorspronkelijk eisende partij,
hierna te noemen: [geopposeerde] ,
gemachtigde: mr. W. Kroneman.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaarding van 13 juni 2025,
- het verstekvonnis van 13 augustus 2025,
- de verzetdagvaarding van 28 oktober 2025,
- de conclusie van antwoord in het verzet,
- de conclusie van repliek in het verzet.
1.2.
De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat er vonnis gewezen zal worden.

2.De kern van de zaak

2.1.
In het verstekvonnis van 13 augustus 2025 zijn veroordelingen tegenover [opposant] uitgesproken. [opposant] is tegen dit vonnis in verzet gekomen. [opposant] is niet bekend met de inhoud van de oorspronkelijke dagvaarding, waardoor hij zich niet kan verweren tegen de vorderingen van [geopposeerde] . [geopposeerde] vordert daarom in verzet dat [geopposeerde] bevolen wordt de oorspronkelijke dagvaarding in het geding te brengen, aanhouding van de zaak en een nadere termijn voor reactie op de inhoud. En subsidiair vordert [opposant] vernietiging van het verstekvonnis en afwijzing van de vorderingen. Volgens [geopposeerde] was [opposant] wel op de hoogte van de oorspronkelijke dagvaarding. De kantonrechter verklaart het verzet ongegrond.

3.De beoordeling

Er wordt geen gelegenheid voor een conclusie van dupliek geboden
3.1.
Op 26 januari 2016 heeft de gemachtigde van [geopposeerde] verzocht om gelegenheid voor het indienen van een conclusie van dupliek. De kantonrechter wijst dit verzoek af.
3.2.
In de verzetprocedure wordt de verzetdagvaarding (ook wel: het exploot van verzet) gezien als de conclusie van antwoord (artikel 147 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering, hierna: Rv). Daarmee wordt de zaak als het ware heropend. De procedure verloopt daarna verder zoals bepaald in artikel 125 Rv Pro en verder. In deze zaak is dat door middel van de conclusies van re- en dupliek (artikel 132 Rv Pro). De conclusie van antwoord in verzet van [geopposeerde] wordt gezien als de conclusie van repliek en de conclusie van repliek in verzet van [opposant] wordt gezien als de conclusie van dupliek. Er is daarom geen reden om de oorspronkelijk eiser, [geopposeerde] , de gelegenheid voor nog een schriftelijke ronde (een conclusie van dupliek in verzet) te geven. Dat zou namelijk betekenen dat [geopposeerde] een schriftelijke ronde meer krijgt. Een situatie waarin in het laatste processtuk nieuwe producties naar voren zijn gebracht, waardoor de andere partij door middel van een akte nog mag reageren op die producties, is in deze zaak niet aan de orde.
De eisvermeerdering van [opposant] is te laat
3.3.
[opposant] heeft in de verzetdagvaarding - samengevat – vernietiging van het verstekvonnis gevorderd. [opposant] heeft in zijn conclusie van repliek in verzet (het laatste schriftelijke stuk in de procedure) zijn eis vermeerderd en de grondslag aangevuld. Hij vordert dat [geopposeerde] ook wordt bevolen stukken in het geding te brengen, de zaak aan te houden en een nadere termijn te geven om na ontvangst van de stukken inhoudelijk te reageren. [geopposeerde] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
3.4.
De kantonrechter zal de vermeerdering van eis buiten beschouwing laten omdat deze in strijd is met de goede procesorde. De eiswijziging is ingrijpend van aard omdat de (grondslag van de) vordering een andere is dan bij dagvaarding aangevoerd. Daarnaast had [opposant] deze eis al in de verzetdagvaarding naar voren kunnen brengen en heeft hij dat niet gedaan. Onduidelijk is gebleven waarom dat niet is gebeurd.
3.5.
Bovendien blijkt uit het dossier dat de oorspronkelijke dagvaarding intussen bij [opposant] in bezit is, door toezending door [geopposeerde] op 26 januari 2026, waardoor [opposant] geen belang meer heeft bij de vordering tot het in het geding brengen van de oorspronkelijke dagvaarding.
De oorspronkelijke dagvaarding is deugdelijk betekend
3.6.
[opposant] stelt zich op het standpunt dat hij onbekend is met de inhoud van de oorspronkelijke dagvaarding, zodat hij daardoor niet inhoudelijk kan procederen over de zaak. Daarbij komt dat uit het verstekvonnis volgens hem ook niet blijkt op welke grond(en) de vordering van [geopposeerde] is toegewezen. [geopposeerde] betwist dat [opposant] niet op de hoogte was van de inhoud van de oorspronkelijke dagvaarding.
3.7.
De strekking van artikel 46 lid 1 Rv Pro is om zoveel mogelijk te waarborgen dat een exploot diegene bereikt voor wie het exploot bestemd is. Deugdelijke betekening kan door een afschrift te laten aan de geëxploiteerde in persoon, of aan de woonplaats van geëxploiteerde aan een huisgenoot of een ander van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt. Als betekening op de wijze van artikel 46 lid 1 Rv Pro niet mogelijk is, kan een afschrift in een gesloten envelop worden achtergelaten aan de woonplaats van geëxploiteerde (artikel 47 Rv Pro). De achterliggende gedachte is nog steeds dat daarmee een redelijke zekerheid wordt geboden dat het exploot degene bereikt voor wie het bestemd is. Na achterlating mag onder normale omstandigheden immers redelijkerwijs verwacht worden dat het afschrift zal worden aangetroffen door de geëxploiteerde zelf, een huisgenoot of een ander van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt.
3.8.
Uit het betekeningsexploot van de oorspronkelijke dagvaarding van 13 juni 2025 blijkt dat deze in een gesloten envelop is achtergelaten aan de woonplaats van geëxploiteerde, aan het adres [adres] te [plaats] . De betekening heeft plaatsgevonden op de wijze als voorzien in artikel 47 Rv Pro. Vast staat dat dit de woonplaats van [opposant] is. [opposant] heeft namelijk niet weersproken dat hij ten tijde van de betekening van de oorspronkelijke dagvaarding op dat adres woonde. Ook heeft [opposant] op geen enkele manier uitgelegd waarom de gesloten envelop hem niet bereikt heeft (bijvoorbeeld door tijdelijke afwezigheid), terwijl het verstekvonnis ook op dezelfde manier betekend is (deze is ook in gesloten envelop achtergelaten) en uit de verzetdagvaarding blijkt dat het verstekvonnis [opposant] wel heeft bereikt. Dat brengt met zich mee dat [geopposeerde] het vertrouwen mocht hebben dat de oorspronkelijke dagvaarding [opposant] zou bereiken.
3.9.
Op grond van het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de oorspronkelijke dagvaarding van 13 juni 2025 deugdelijk is betekend. Daarom is de oorspronkelijke dagvaarding niet nietig en kan het verstekvonnis op die grond niet vernietigd worden.
[opposant] had kennis kunnen nemen van de oorspronkelijke dagvaarding
3.10.
Vast staat dat [opposant] kennis had kunnen nemen van de (inhoud van het) verstekvonnis, welke op 8 oktober 2025 in een gesloten envelop is betekend. Gesteld noch gebleken is dat [opposant] op het allerlaatste moment kennis heeft genomen van het verstekvonnis en niets anders kon doen dan een verzetdagvaarding ‘op nader aan te voeren gronden’ indienen. Bovendien heeft [opposant] ook op geen enkele manier in de verzetdagvaarding de indruk gegeven dat hij bezig was de oorspronkelijke dagvaarding in bezit te krijgen en dat hij dan zijn gronden zou willen aanvullen. [opposant] heeft alleen gesteld dat hij onbekend is met de inhoud van de oorspronkelijke dagvaarding en heeft in de verzetdagvaarding geen (incidentele) vordering ingediend tot verkrijging van de oorspronkelijke dagvaarding. Deze vordering heeft [opposant] pas bij de conclusie van repliek in verzet gedaan en dat is te laat, zoals hiervoor is geoordeeld.
3.11.
Ook is niet gesteld of gebleken dat [opposant] bij [geopposeerde] , de gemachtigde van [geopposeerde] (Kroneman juridisch), de deurwaarder die het verstekvonnis heeft betekend (Willems Gerechtsdeurwaarders & Incasso) of de rechtbank een verzoek heeft gedaan om toezending van de oorspronkelijke dagvaarding en dat daaraan geen gevolg is gegeven.
3.12.
Het voorgaande betekent dat [opposant] eenvoudig en via verschillende wegen kennis had kunnen nemen van de oorspronkelijke dagvaarding. Dat hij dat niet heeft gedaan, komt voor zijn risico.
De procedure wordt niet heropend
3.13.
Het voorgaande betekent dat het aan [opposant] zelf te wijten is dat de zaak in verzet niet inhoudelijk is behandeld. Hierdoor zijn de stellingen van [geopposeerde] als onweersproken vast komen te staan en blijft de beslissing uit het verstekvonnis van kracht. Dit leidt ertoe dat het verzet ongegrond is en dat de kantonrechter het verstekvonnis van 13 augustus 2025 bekrachtigt.
[opposant] moet de proceskosten vergoeden
3.14.
[opposant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [geopposeerde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
87,00
(1 punt × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
130,50
Uitvoerbaar bij voorraad
3.15.
De proceskostenveroordeling wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verklaart het verzet van [opposant] ongegrond en bekrachtigt het vonnis waarvan verzet;
4.2.
veroordeelt [opposant] in kosten van de verzetprocedure van € 130,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opposant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
64510