Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1353

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
C/16/606882 / HL ZA 26-44
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.4 Aanvullingswet grondeigendom OmgevingswetArt. 54f OnteigeningswetArt. 78 Onteigeningswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot mondelinge behandeling in zaak vervroegde onteigening door Gemeente Hilversum

De Gemeente Hilversum vordert de vervroegde onteigening van een onroerende zaak die eigendom is van de gedaagde. De procedure is gestart met een dagvaarding en een conclusie van antwoord waarin de gedaagde verweer voert tegen de onteigening en de schadeloosstelling.

De rechtbank wijst erop dat de Onteigeningswet nog van toepassing is omdat het verzoek tot onteigening vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De rechtbank besluit een mondelinge behandeling te bevelen bij de meervoudige kamer om partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten nader toe te lichten, inlichtingen te verstrekken en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is.

De mondelinge behandeling richt zich uitsluitend op de vervroegde onteigening en niet op de schadeloosstelling. De rechtbank legt voorwaarden op voor de aanwezigheid van partijen en hun vertegenwoordigers en stelt dat het tijdstip van de mondelinge behandeling in beginsel niet zal worden gewijzigd. De zaak wordt aangehouden totdat de datum en tijd van de mondelinge behandeling zijn vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank beveelt een mondelinge behandeling voor de vervroegde onteigening en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/606882 / HL ZA 26-44
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
GEMEENTE HILVERSUM,
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. G.J.M. de Jager.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de akte van de Gemeente waarin ter depot worden aangeboden een afschrift van het Koninklijk besluit en een verklaring van de burgemeester;
- de dagvaarding van 6 februari 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 9.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Onteigeningswet is komen te vervallen. Op grond van artikel 4.4 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is de Onteigeningswet in deze zaak nog van toepassing, omdat vóór 1 januari 2024 een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 78 Onteigeningswet Pro is ingediend.
2.2.
De Gemeente vordert de vervroegde onteigening als bedoeld in artikel 54f Onteigeningswet van de aan [gedaagde] in eigendom toebehorende onroerende zaak kadastraal bekend gemeente [gemeente] , sectie [sectie] , nummer [nummer 1] . Verder vordert de Gemeente – wanneer het aanbod tot schadeloosstelling niet wordt aanvaard zoals in deze zaak – (het voorschot op) de schadeloosstelling te bepalen op € 323.000,00 en de in de verzoekschriftprocedure met nummer C/16/604492 / HL RK 25-62 benoemde deskundigen op te dragen de schadeloosstelling te begroten.
2.3.
In zijn conclusie van antwoord voert [gedaagde] verweer tegen de gevorderde vervroegde onteigening en de aangeboden schadeloosstelling.
2.4.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen voor de meervoudige kamer om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat de mondelinge behandeling enkel ziet op de vervroegde onteigening en dus (nog) niet op de begroting van de schadeloosstelling.
2.5.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
2.6.
Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van spreekaantekeningen.
2.7.
Voor de behandeling van de zaak wordt
een dagdeel (ochtend of middag) uitgetrokken. De mondelinge behandeling zal
gelijktijdigworden gepland met de zaak Gemeente Hilversum / [A] (zaaknummer [nummer 2] ).
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door de meervoudige kamer van deze rechtbank, in het gerechtsgebouw te Lelystad, Stationsplein 15, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd;
3.2.
bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat de Gemeente dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen;
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 8 april 2026voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
september 2026tot en met
november 2026, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald;
3.4.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen;
3.5.
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd;
3.6.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling
een dagdeel (ochtend of middag)zal worden uitgetrokken en dat de mondelinge behandeling
gelijktijdigzal worden gepland met de zaak Gemeente Hilversum / [A] (zaaknummer [nummer 2] );
3.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2026.
5274