Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1360

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
C/16/25/162 R
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsanering wegens niet nakomen verplichtingen en faillissement

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 maart 2026 de wettelijke schuldsanering van de schuldenaar beëindigd wegens het niet nakomen van de verplichtingen uit de regeling. De schuldenaar leverde onvoldoende financiële informatie aan, waaronder geen inzicht in de resultaten van zijn onderneming, en hield zich niet aan afspraken met de bewindvoerder. Daarnaast werden leaseauto’s niet ingeleverd en was er sprake van een forse boedelachterstand.

De bewindvoerder had meerdere verzoeken ingediend tot tussentijdse beëindiging van de regeling vanwege het gebrek aan medewerking van de schuldenaar. Ondanks waarschuwingen en gesprekken bleef de schuldenaar onvoldoende transparant en toonde hij geen saneringsgezinde houding. Zo werd een leaseauto zonder medeweten van de bewindvoerder overgedragen, en werden grote bedragen uitgegeven in plaats van aan de boedel afgedragen.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet naar behoren nakomt en de uitvoering van de schuldsaneringsregeling belemmert. Gezien de overwaarde van de koopwoning en de beschikbare baten wordt de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement verklaard zodra het vonnis in kracht van gewijsde treedt. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en werden maatregelen getroffen voor de afwikkeling van de boedel.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet nakomen verplichtingen en spreekt faillissement uit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/25/162 R
uitspraakdatum: 2 maart 2026
uitspraak op grond van artikel 350 lid 3 van Pro de Faillissementswet
(“tussentijdse beëindiging schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 25 augustus 2025 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar] ,
geboren op [geboortedatum] -1985 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres 1] , [woonplaats] ,
handelend onder de naam [handelsnaam] ,
gevestigd [adres 2] , [vestigingsplaats] ,
onder nummer [nummer] ,
hierna: [schuldenaar] / de schuldenaar.

1.De procedure

1.1.
de rechtbank heeft kennisgenomen van:
  • de openbare verslagen van de bewindvoerder;
  • het e-mailbericht van [schuldenaar] van 17 september 2025;
  • het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van 25 september 2025;
  • de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 6 oktober 2025;
  • het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van 4 november 2025;
  • de voordracht van de rechter-commissaris tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van 26 januari 2026;
  • het e-mailbericht van [schuldenaar] van 28 januari 2026;
  • de berichten van de bewindvoerder van 29 januari 2026 en 17 februari 2026.
1.2.
[schuldenaar] , de bewindvoerder en de beschermingsbewindvoerder zijn opgeroepen ten einde te worden gehoord ter zitting van 18 februari 2026. Voor de zitting zijn verschenen [schuldenaar] , de bewindvoerder de heer [bewindvoerder] van Okkerse & Schop Advocaten en de beschermingsbewindvoerder mevrouw [beschermingsbewindvoerder] van [beschermingsbewindvoerder] & Partners Bewindvoeringen.
1.3.
Tenslotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten en de standpunten

2.1.
[schuldenaar] is bij vonnis van 25 augustus 2025 toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. Op 17 september 2025 heeft [schuldenaar] verzocht om wijziging van bewindvoerder. Dit omdat volgens [schuldenaar] de samenwerking met de bewindvoerder niet van de grond komt en [schuldenaar] de communicatie met de bewindvoerder als onprettig ervaart. [schuldenaar] verzoekt om mevrouw [beschermingsbewindvoerder] te benoemen als bewindvoerder. Daarop is namens de rechter-commissaris aan [schuldenaar] geschreven dat de bewindvoerder door de rechtbank is aangesteld om voor de schuldeisers te controleren of de verplichtingen in de schuldsaneringsregeling door [schuldenaar] worden nagekomen. De bewindvoerder is geen hulpverlener. Mevrouw [beschermingsbewindvoerder] is niet benoembaar als schuldsaneringsbewindvoerder, maar kan wel worden benoemd tot beschermingsbewindvoerder. Daarvoor dient een verzoek tot onderbewindstelling te worden ingediend bij de desbetreffende griffie.
2.2.
In het aanvangsverslag meldt de bewindvoerder dat er geen informatie wordt aangeleverd. Er zijn drie financial leasecontracten: voor een Audi A3, een Audi Q3 en een Mercedes. In de Audi A3 rijdt een neef van [schuldenaar] . De Audi Q3 staat bij een garage, de auto is deels uitgebrand en de verzekering keert niets uit. Het leasecontract voor de Mercedes is net afgesloten. Ook is er een Apple Watch Ultra 2 met waarde. De bewindvoerder heeft bij [schuldenaar] aangegeven dat de auto’s moeten worden ingeleverd.
2.3.
Op 25 september 2025 heeft de bewindvoerder verzocht de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Hij ontvangt onvoldoende informatie van [schuldenaar] . Hoewel [schuldenaar] heeft beloofd gegevens te mailen naar de bewindvoerder is er tot nu toe nog niets ontvangen. Het verzoek is afgewezen, maar er is namens de rechter-commissaris wel een waarschuwingsbrief naar [schuldenaar] gestuurd. Daarin is [schuldenaar] nogmaals gewezen op de uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen waar hij aan moet voldoen. [schuldenaar] is gevraagd om afspraken te maken met de bewindvoerder en de door de bewindvoerder gevraagde informatie aan te leveren. Daarbij is hij gewaarschuwd dat bij niet voldoen aan de verplichtingen de schuldsanering beëindigd kan worden zonder schone lei.
2.4.
De bewindvoerder heeft op 4 november 2025 wederom verzocht de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. De gevraagde informatie is nog steeds niet ontvangen. Een geplande afspraak met [schuldenaar] is niet doorgegaan. Op een volgende afspraak is [schuldenaar] verschenen. De afspraak duurde echter kort, [schuldenaar] had geen informatie bij zich en wist niet of hij de schuldsaneringsregeling wel wilde afmaken. De bewindvoerder heeft tot op heden geen enkel inzicht in de financiën, via de postblokkade is informatie over nieuwe schulden ontvangen en een makelaar heeft contact gezocht omdat [schuldenaar] de woning in de verkoop wil zetten. De bewindvoerder is van mening dat [schuldenaar] geen saneringsgezinde houding heeft. Op 26 januari 2026 heeft de rechter-commissaris het verzoek van de bewindvoerder ondersteund en de schuldsaneringsregeling voorgedragen voor beëindiging.
2.5.
Op 28 januari 2026 heeft [schuldenaar] via een e-mailbericht een klacht ingediend over de bewindvoerder en wederom verzocht om wijziging van de bewindvoerder. [schuldenaar] ervaart vertraging en een gebrek aan transparantie. Dit trekt een zware wissel op zijn mentale gezondheid. De manier van communiceren zorgt voor veel stress. [schuldenaar] voelt zich onder druk gezet door de bewindvoerder en kan daarom geen stukken aanleveren.
2.6.
De bewindvoerder heeft gereageerd op de klacht en aangegeven dat hij vanaf het begin stukken heeft opgevraagd, maar dat deze niet worden ontvangen. De vertraging die [schuldenaar] ervaart komt vooral door hemzelf. De bewindvoerder heeft aangegeven dat het in de schuldsanering niet mogelijk is om in een leaseauto te rijden. Het lijkt erop dat [schuldenaar] het afwikkelen van de situatie met de auto’s anders voor ogen heeft dan de bewindvoerder en dat daarom de stukken niet worden aangeleverd.
2.7.
In het tweede openbare verslag schrijft de bewindvoerder dat er inmiddels een bod is gedaan op de koopwoning van [schuldenaar] . De woning heeft overwaarde. Daarnaast ontvangt de bewindvoerder brieven van Defam dat termijnen niet betaald worden. Verder is gebleken dat er maandelijks een salaris van € 866,62 is ontvangen en dat er de afgelopen periode
€ 34.146,- is ontvangen op de zakelijke rekening van [schuldenaar] . Voormelde informatie over het inkomen is via de beschermingsbewindvoerder ontvangen. Op het resultaat van de onderneming heeft de bewindvoerder verder geen zicht.
2.8.
Bij bericht van 17 februari 2026 meldt de bewindvoerder de laatste stand van zaken. De Audi Q3 is zonder medeweten van de bewindvoerder overgedragen aan iemand anders. Er is nog geen nadere informatie over de Audi A3, behalve dat een neef in de auto rijdt. De Mercedes die [schuldenaar] zelf rijdt heeft een lease van € 640,- per maand. De bewindvoerder heeft aangegeven dat de auto’s ingeleverd moeten worden en dat er gebruik gemaakt dient te worden van een goedkope auto. Het vrij te laten bedrag (vtlb) is door de bewindvoerder berekend. [schuldenaar] heeft lage vaste lasten en de auto en benzinekosten worden door de zaak voldaan en niet extra gecorrigeerd in het vtlb. Er is nogmaals aangegeven dat de Apple Watch verkocht moet worden of dat de waarde ingebracht moet worden in de boedel.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet kan de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen als de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt of door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling anderszins belemmert dan wel frustreert.
3.2.
Gelet op de stukken en de voordracht van de rechter-commissaris is de rechtbank van oordeel dat [schuldenaar] niet voldoet aan zijn verplichtingen. [schuldenaar] is op 25 augustus 2025 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, maar tot op heden is er nog veel onduidelijk. Ondanks meerdere verzoeken heeft de bewindvoerder op dit moment onvoldoende zicht op de financiën en ontbreekt er veel informatie. Zo is er geen resultatenrekening van de onderneming van [schuldenaar] . Daarnaast is de Audi Q3 zonder medeweten van de bewindvoerder overgeschreven op een andere naam en is het niet duidelijk wat de auto heeft opgebracht. Ter zitting heeft [schuldenaar] hierover verklaard dat hij niets voor de auto heeft ontvangen. Dit komt de rechtbank ongeloofwaardig voor. Het had op de weg van [schuldenaar] gelegen om hierover meer onderbouwende informatie aan de bewindvoerder te sturen en overleg te plegen met de bewindvoerder alvorens de auto te verkopen. Daarnaast weigert [schuldenaar] de Audi A3 in te leveren omdat zijn neef er in rijdt. Er is over deze auto verder geen informatie aangeleverd waardoor het niet duidelijk is of deze auto nog een waarde vertegenwoordigt die ingebracht moet worden in de boedel. Ook de Mercedes wil [schuldenaar] behouden, terwijl deze auto flinke maandelijkse kosten met zich mee brengt die niet passend zijn in een schuldsaneringsregeling. [schuldenaar] heeft bovendien verklaard dat hij de Mercedes heeft geleased na zijn toelating tot de schuldsaneringsregeling. Hij is dus na zijn toelating een nieuwe financiële verplichting aangegaan terwijl er al twee leaseovereenkomsten waren en [schuldenaar] een grote schuldenlast heeft. Tot slot wil [schuldenaar] voor de Apple Watch geen vergoeding betalen aan de boedel.
3.3.
Via de beschermingsbewindvoerder heeft de bewindvoerder bankafschriften ontvangen van de rekening(en) van [schuldenaar] . Ter zitting heeft de bewindvoerder aangegeven dat met de informatie die hij daarmee heeft verkregen, het erop lijkt dat er inmiddels een boedelachterstand van ongeveer € 33.500,- is. Dit mede vanwege het ontvangen bedrag op de zakelijke rekening ad. € 34.146,-. [schuldenaar] heeft daarover verklaard dat dit geld er niet meer is, hij heeft dit uitgegeven aan zijn vijf kinderen. Weliswaar heeft [schuldenaar] ter zitting verklaard dat hij door wil gaan met de schuldsaneringsregeling en deze tot een goed einde wil brengen, hij handelt daar op dit moment niet naar. Naar het oordeel van de rechtbank getuigt het niet van een saneringsgezinde houding om in zes maanden tijd een bedrag van € 33.500,- uit te geven in plaats van dit bedrag af te dragen aan de boedel ten gunste van de schuldeisers. Dit uitgavenpatroon past niet bij iemand die zijn schulden af wil lossen en benadeelt de schuldeisers.
3.4.
[schuldenaar] heeft de afgelopen periode meerdere kansen gehad om de schuldsanering vlot te trekken en beter te laten verlopen. Het aanvragen van een beschermingsbewind is een goede stap geweest, maar dat neemt niet weg dat ook [schuldenaar] zelf informatie zal moeten aanleveren bij de bewindvoerder. Ook de kennelijke levenstandaard die hij heeft zal [schuldenaar] moeten aanpassen, wil hij een schuldsaneringsregeling tot een succesvol einde kunnen brengen. Daar lijkt [schuldenaar] op dit moment niet voldoende toe bereid. [schuldenaar] lijkt zelf te willen beslissen over de regels van zijn schuldsaneringsregeling en zelf te willen bepalen wat er met zijn inkomen en bezittingen moet gebeuren.
3.5.
Derhalve is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet.
3.6.
Nu de schuldsaneringsregeling zal worden beëindigd, kan het verzoek tot wijziging bewindvoerder verder onbesproken blijven. De rechtbank is overigens van oordeel dat de bewindvoerder zijn taak juist heeft uitgevoerd en geen ongepaste druk heeft toegepast. Hij heeft [schuldenaar] gewezen op zijn verplichtingen in de schuldsaneringsregeling. Toen [schuldenaar] daar onvoldoende aan mee leek te willen werken heeft de bewindvoerder [schuldenaar] terecht op de mogelijke gevolgen daarvan gewezen.
3.7.
Aangezien er voldoende baten beschikbaar zijn, in ieder geval uit de te ontvangen overwaarde van de woning, om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, zal [schuldenaar] van rechtswege in staat van faillissement verkeren, zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
3.8.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4.Beslissing

4.1.
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- verstaat dat schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zal verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan;
- benoemt in het faillissement van schuldenaar tot rechter-commissaris mr. K.G. van de Streek, en tot curator mr. L Uijtewaal,
Postbus 10058,
1301 AB Almere;
- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op totaal € 5.970,61 inclusief btw;
- geeft met ingang van de dag dat dit vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan last aan de curator tot het openen van aan schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.T.M. Schoevaars en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026. [1]