ECLI:NL:RBMNE:2026:1362
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens redelijke weigering schuldeisers
Mevrouw verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het vaststellen van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Fw, gelijktijdig met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Zij heeft 33 schuldeisers met een totale vordering van €31.940,17. Aan de concurrente schuldeisers is een voorstel gedaan van 11,71% van de vordering.
Het akkoord werd door alle schuldeisers behalve twee, schuldeiser 1 en schuldeiser 2, aanvaard. Schuldeiser 1, met een kleine vordering van €120, was niet op de zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Schuldeiser 2, met een vordering van €4.499,35, heeft het aanbod geweigerd en toegelicht dat de vordering niet te goeder trouw is ontstaan omdat verzoekster al bij het aangaan van het leasecontract met schuldeiser 2 een WIA-uitkering had en wist dat zij niet aan de betalingsverplichtingen kon voldoen.
De rechtbank oordeelt dat het aanbod voldoet aan de eisen voor een dwangakkoord, maar dat schuldeiser 2 met een aanmerkelijk belang in redelijkheid het aanbod heeft kunnen weigeren. De omstandigheden, waaronder het niet nakomen van betalingsverplichtingen sinds 2019 en het ontstaan van nieuwe schulden ondanks beschermingsbewind, wegen mee in dit oordeel. Ook schuldeiser 1 kon in redelijkheid weigeren.
Daarom wordt het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord afgewezen. Verzoekster handhaaft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, waarover bij afzonderlijk vonnis wordt beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat schuldeisers in redelijkheid hun instemming mochten weigeren.