Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1366

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11766634 \ UC EXPL 25-5449
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:145 lid 2 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid erfgenaam in vorderingen wegens exclusieve executeursbevoegdheid

De zaak betreft een geschil over een schenking van €23.000,- die de vader van eiseres kort voor zijn overlijden aan gedaagde heeft gedaan. Eiseres vordert vernietiging van deze schenking wegens misbruik van omstandigheden en betaling van het bedrag aan de nalatenschap, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde voert verweer en stelt dat de schenking rechtsgeldig is en vordert tevens proceskosten.

De kantonrechter heeft de zaak samengevoegd met soortgelijke zaken tegen andere begunstigden. Tijdens de procedure is vastgesteld dat de executeur van de nalatenschap nog in functie is en op grond van artikel 4:145 lid 2 BW Pro exclusief bevoegd is om namens de nalatenschap op te treden. Omdat partijen geen toestemming van de executeur hebben verkregen om namens de nalatenschap te procederen, worden zij niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

De proceskosten worden verdeeld: eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, terwijl gedaagde in reconventie wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 4 maart 2026 uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens exclusieve bevoegdheid van de executeur.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11766634 \ UC EXPL 25-5449
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] , gemeente Stichtse Vecht,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. D.W. Ruys.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 1 oktober 2025,
- de rolvoeging van deze zaak met de zaak van [eiseres] tegen [A] (25-5447), de zaak van [eiseres] tegen [B] (25-5448) en de zaak van [eiseres] tegen [C] (25-5450),
- de akte van mr. Ruys, de gemachtigde van [gedaagde] en [B] , met productie 10.
1.2.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat uitspraak wordt gedaan.

2.De beoordeling

2.1.
De vader van [eiseres] heeft kort voor zijn overlijden € 23.000,- aan [gedaagde] geschonken. [eiseres] vordert (in conventie) - samengevat - dat de kantonrechter voor recht verklaart dat deze schenking is vernietigd wegens misbruik van omstandigheden en [gedaagde] veroordeelt het door hem ontvangen bedrag aan de nalatenschap van vader te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, en € 1.105,- aan buitengerechtelijke kosten en de proceskosten te betalen.
2.2.
De vader van [eiseres] heeft ook bedragen geschonken aan [A] , [B] en [C] . [eiseres] heeft in de gevoegde zaken tegen hen soortgelijke vorderingen ingesteld.
2.3.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar vorderingen dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. [gedaagde] heeft ook tegenvorderingen ingesteld. Hij vordert (in reconventie) - kort gezegd - dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de vernietiging van de schenking rechtsgevolg mist en dat de schenking rechtsgeldig is gedaan en [eiseres] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.
2.4.
De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om bij akte een verklaring van de executeur in de nalatenschap van vader over te leggen waaruit volgt dat zij - zoals [gedaagde] stelt - nog altijd in functie is als executeur. (De gemachtigde van) [gedaagde] heeft bij akte een verklaring overgelegd van mr. J.H. Lusseveld van 16 oktober 2025, waarin zij heeft verklaard dat zij nog in functie is als executeur in de nalatenschap van vader.
2.5.
Uit artikel 4:145 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek volgt dat de executeur gedurende haar beheer bij de vervulling van haar taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid is privatief oftewel exclusief. Dat betekent dat alleen de executeur de bevoegdheid toekomt om namens de nalatenschap vorderingen in te stellen en dat de erfgenamen dit slechts met toestemming van de executeur kunnen doen. Van die toestemming is hier niet gebleken. Daarom zal de kantonrechter [eiseres] niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen die zij heeft ingesteld. Ook [gedaagde] is niet-ontvankelijk in zijn vorderingen. Uit het voorgaande blijkt dat deze tegen de executeur hadden moeten worden gericht.
2.6.
[eiseres] zal in conventie de proceskosten (inclusief nakosten) moeten betalen. Omdat [gedaagde] en [B] samen één conclusie van antwoord hebben ingediend, moeten zij de proceskostenvergoeding daarvoor delen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
288,50
(1/2 × 1 punt × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
432,50
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals is vermeld in de beslissing.
2.8.
[gedaagde] zal in reconventie de proceskosten moeten betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1.
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 432,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
3.5.
verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans en in het openbaar uitgesproken op
4 maart 2026.