Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1384

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C/16/607801 / JL RK 26-137
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWBesluit gezagsregistersWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens aanhoudende zorgen en hulpverleningsbehoefte

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2012 en 2020, die bij hun ouders wonen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag. De zitting vond plaats op 10 maart 2026, waarbij de moeder telefonisch aanwezig was en de vader niet. De kinderen werden betrokken bij de procedure, waarbij één kind een brief aan de kinderrechter schreef.

De GI handhaaft het verzoek tot verlenging vanwege nieuwe zorgen, met name over twee van de kinderen, en meldingen van de scholen over aan- en afwezigheid. Er is behoefte aan voortzetting van regie en betrokkenheid bij hulpverlening en schoolcontacten. De GI onderzoekt de mogelijkheid van overdracht naar een vrijwillig kader, maar dit is binnen de gemeente nog niet mogelijk.

De kinderrechter erkent de inzet van de ouders en de positieve opvoedsituatie, maar constateert dat recente incidenten, waaronder seksueel geweld en bedreiging via sociale media, alsmede slaapproblemen en fysiek geweld, de situatie complex maken. De ondertoezichtstelling wordt verlengd om continuïteit in hulpverlening en begeleiding te waarborgen, met het oog op een toekomstige zachte overgang naar vrijwillige hulp.

De kinderrechter reageert op de brief van een van de kinderen, erkent de zorgen en legt uit waarom de ondertoezichtstelling wordt verlengd. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geregistreerd in het gezagsregister. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen voor een jaar vanwege aanhoudende zorgen en het ontbreken van een vrijwillig kader.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/607801 / JL RK 26-137
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2018 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedatum 4] 2020 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 maart 2026;
- het bericht van de GI met bijlagen van 3 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder (telefonisch verschenen);
- [A.] namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft een brief aan de kinderrechter geschreven. Deze brief heeft de moeder tijdens de zitting voorgelezen. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hun mening te geven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun ouders.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 12 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De GI
4.1.
De GI heeft op de zitting de verzoeken gehandhaafd. De GI heeft nog steeds zorgen over de kinderen. De ouders hebben heel hard gewerkt, maar er zijn de afgelopen tijd helaas nieuwe zorgen bijgekomen over met name [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ook de drie scholen van de [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben hun zorgen richting de GI geuit, onder meer over de aan- en afwezigheid van de kinderen. Het is gewenst dat de GI betrokken blijft om regie te kunnen voeren en om betrokken te blijven bij de gesprekken tussen de ouders en de hulpverlening/scholen. Het komende jaar wordt ingezet op verdere diagnostiek en hulpverlening, waaronder traumabehandeling van [minderjarige 1] en diagnostisch onderzoek voor [minderjarige 2] . Tot slot heeft de GI onderzocht of de gemeente [plaats] de regievoerende partij kan zijn, zodat de hulpverlening kan worden overgedragen aan het vrijwillig kader. Wanneer dit opgezet zou kunnen worden, zou de GI de rechtbank kunnen verzoeken de ondertoezichtstelling vroegtijdig te beëindigen. Echter, op dit moment is dat binnen de gemeente nog niet mogelijk.
De moeder
4.2.
Hoewel de moeder het liefste van de ondertoezichtstelling af zou willen, stemt zij in met de verlenging ervan. Zij vindt het af en toe zwaar dat er telkens nieuwe zorgen ontstaan. Volgens haar is de vader het niet eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling, omdat hij van mening is de opvoeding zelf te kunnen, maar werkt hij wel gewoon mee als het moet; de GI heeft bevestigd dat de samenwerking met beide ouders goed gaat.

5.De beoordeling

Verlenging van de ondertoezichtstelling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Daarom verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De ouders hebben de afgelopen periode ontzettend hard gewerkt voor hun kinderen. De kinderrechter realiseert zich goed dat dat niet altijd makkelijk zal zijn geweest en wil de ouders hier een compliment voor geven. Zij krijgen intensieve ondersteuning vanuit [naam] , waardoor er voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] een veilige en positieve opvoedsituatie is bij de ouders. Daarom heeft de GI op 23 december 2025 een verzoek gedaan aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) om het beëindigen van de ondertoezichtstelling te toetsen. Toch zijn daarna de zorgen rondom de kinderen weer toegenomen. [minderjarige 1] is in oktober 2025 slachtoffer geworden van seksueel geweld, waarvoor zij ook traumabehandeling krijgt. Na de kerstvakantie zijn haar angsten toegenomen. Ook wordt zij via sociale media bedreigd door de pleger. Dit maakt dat zij niet meer over straat durft, en dus ook niet meer naar school. Daarnaast zijn er zorgen over de slaapproblemen van [minderjarige 2] . Hij heeft volgens SEIN een verstoring in zijn biologische klok, waardoor niet goed kan slapen. Bovendien is [minderjarige 2] op weg naar school slachtoffer geworden van fysiek geweld. Hierdoor durft hij niet meer naar school te fietsen. Naast dit alles ziet de kinderrechter, net als de GI, dat het voor de ouders ingewikkeld kan zijn om het contact met alle hulpverlening en de scholen te onderhouden. Dit heeft gevolgen voor alle vier de kinderen, ook voor [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . Zij zitten in hetzelfde familiesysteem en krijgen alle stress en spanning mee. Het is wenselijk en noodzakelijk dat er een regievoerder betrokken zal blijven, zodat de ouders hierin begeleid worden en de hulpverlening voor de kinderen ingezet en voortgezet zal kunnen worden.
5.3.
Al bij de beschikking van 14 augustus 2025 is overwogen dat er onderzocht zou worden hoe de hulpverlening in het vrijwillig kader vormgegeven kan worden. De ouders willen het namelijk graag weer zelf gaan doen, en de GI ondersteunt dit op zichzelf ook. De GI heeft naar voren gebracht dat dit volgens de gemeente [plaats] via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zou kunnen. Vooralsnog is het de GI nog niet gelukt om dit te realiseren. Mede door de actuele ontwikkelingen en zorgen rondom de jeugdhulpverlening binnen de gemeente [plaats] – in het bijzonder bij [organisatie] – lijkt het niet de verwachting dat dat op korte termijn zal lukken. De GI heeft verteld dat dit voor complicaties zorgt. Dat maakt dat de ouders noodgedwongen nog zijn aangewezen op het verplicht kader van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter is van oordeel dat dit schuurt met de bedoeling van deze kinderbeschermingsmaatregel – die moet namelijk alleen worden ingezet als de hulpverlening niet in het vrijwillige kader kan. Dat is hier de vraag: ouders lijken het namelijk wel te willen en kunnen, maar wat zij nodig hebben kan de gemeente hen nu niet bieden. Omdat de kinderrechter het echter in het belang van de kinderen vindt dat hun hulpverlening wel doorgaat, en dat de ouders goed moeten worden geholpen bij een ‘zachte landing’ in het vrijwillig kader, wordt deze ondertoezichtstelling verlengd.
Kindbrief
5.4.
[minderjarige 1] heeft een brief aan de kinderrechter geschreven. De moeder heeft deze tijdens de zitting voorgelezen. De kinderrechter heeft als reactie hierop onderstaande brief aan [minderjarige 1] gestuurd.
Beste [minderjarige 1] ,
Een poosje geleden heb ik met jouw moeder gesproken over de betrokkenheid van [A.] , jullie gezinsvoogd. [A.] had namelijk gevraagd om de ondertoezichtstelling te verlengen. Dat betekent dat zij nog bij jullie gezin betrokken blijft. Tijdens dit gesprek heeft jouw moeder een brief van jou voorgelezen. Ik wilde daar graag op reageren en ook vertellen welke beslissing ik heb genomen en waarom. Daarom stuur ik jou deze brief.
Jij schreef dat jij megatrots bent op jouw ouders en dat zij het megagoed doen. Daarom vind jij het niet meer nodig dat [A.] nog langer betrokken is.
Ik vind het mooi om te horen dat jij zulke grote complimenten aan jouw ouders geeft. Ik ben het ook met je eens dat zij het heel goed doen. Ik begrijp daarom ook goed dat jij vindt dat de ondertoezichtstelling niet verlengd hoeft te worden. Toch heb ik beslist dat [A.] nog wel zal helpen in jullie gezin. Ik heb namelijk nog wel wat zorgen over jullie. Zo heb jij vorig jaar iets heftigs meegemaakt. Ik vind het heel verdrietig dat dit is gebeurd. Het is belangrijk dat jij hiervoor hulp krijgt, zodat jij weer zonder angst over straat en naar school kan.
Ook vind ik het belangrijk dat jouw ouders nog begeleiding blijven krijgen. Dit vinden zij zelf ook fijn. Het liefste zouden jullie alle hulp vrijwillig krijgen. Helaas kan dat nog niet via de gemeente. Daarom zal de ondertoezichtstelling nog een jaar blijven. Als het eerder kan stoppen, zal [A.] dat aanvragen, heeft ze gezegd.
Ik hoop dat jij nu begrijpt waarom ik deze beslissing heb genomen. Ik wens jou heel veel succes de komende periode en hoop dat het beter met jou zal gaan!
Groeten,
De kinderrechter
Gezagsregister
5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 12 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door
mr. J.M. Atema, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 24 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.