De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2012 en 2020, die bij hun ouders wonen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag. De zitting vond plaats op 10 maart 2026, waarbij de moeder telefonisch aanwezig was en de vader niet. De kinderen werden betrokken bij de procedure, waarbij één kind een brief aan de kinderrechter schreef.
De GI handhaaft het verzoek tot verlenging vanwege nieuwe zorgen, met name over twee van de kinderen, en meldingen van de scholen over aan- en afwezigheid. Er is behoefte aan voortzetting van regie en betrokkenheid bij hulpverlening en schoolcontacten. De GI onderzoekt de mogelijkheid van overdracht naar een vrijwillig kader, maar dit is binnen de gemeente nog niet mogelijk.
De kinderrechter erkent de inzet van de ouders en de positieve opvoedsituatie, maar constateert dat recente incidenten, waaronder seksueel geweld en bedreiging via sociale media, alsmede slaapproblemen en fysiek geweld, de situatie complex maken. De ondertoezichtstelling wordt verlengd om continuïteit in hulpverlening en begeleiding te waarborgen, met het oog op een toekomstige zachte overgang naar vrijwillige hulp.
De kinderrechter reageert op de brief van een van de kinderen, erkent de zorgen en legt uit waarom de ondertoezichtstelling wordt verlengd. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geregistreerd in het gezagsregister. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.