Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1386

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C/16/606214 / JL RK 26-65
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens onveilige thuissituatie en suïcidepoging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een 12-jarige minderjarige, die onder toezicht is gesteld sinds september 2025. De minderjarige woont bij haar moeder, die het ouderlijk gezag heeft. Tijdens de zitting op 10 maart 2026 werd de minderjarige gehoord en is een kindbrief aan haar gericht.

De GI heeft het verzoek gedaan vanwege verergerde zorgen over de veiligheid binnen het gezin, ondanks intensieve hulpverlening en veiligheidsafspraken. De minderjarige vertoont intimiderend en bedreigend gedrag, gebruikt fysiek geweld tegen haar jongere zusje, vernielt spullen en zoekt grensoverschrijdend contact. Een dag voor de zitting heeft zij een suïcidepoging gedaan, wat de kinderrechter zeer zorgelijk acht.

De kinderrechter oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging wordt verleend voor vier maanden, tot 10 juli 2026, met de mogelijkheid tot herbeoordeling. De GI moet de rechter uiterlijk 11 juni 2026 informeren over de actuele stand van zaken. De moeder stemt in met de uithuisplaatsing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een vervolgzitting gepland op 25 juni 2026.

De kinderrechter benadrukt dat de uithuisplaatsing geen straf is en dat de minderjarige recht heeft op contact met haar moeder. Tevens wordt een traject gestart voor hulpverlening aan het gehele gezin, inclusief partnerrelatiebegeleiding en systeemtherapie. De beschikking is openbaar en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor vier maanden wegens onveilige thuissituatie en suïcidepoging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/606214 / JL RK 26-65
Datum uitspraak: 10 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] (Peru),
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.H. Bouwman.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de stiefvader],
wonende in [plaats] ,
hierna te noemen: de stiefvader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 januari 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
  • [A.] namens de GI,
  • V. Duivesteijn, tolk voor moeder;
en met bijzondere toegang van de kinderrechter:
- [B.] , begeleider vanuit Rodante.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover, in aanwezigheid van [B.] , een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 23 september 2025 [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld tot 23 september 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

Machtiging tot uithuisplaatsing
4.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] Dat betekent dat aan de vereisten van de wet is voldaan. Daarom verleent de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdzorgaanbieder voor de duur van vier maanden, te weten tot 10 juli 2026. Zij houdt het overige deel van het verzoek aan en zal daarop pas later beslissen. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Sinds het uitspreken van de ondertoezichtstelling over [minderjarige] en haar zussen zijn de zorgen over het gezin verergerd. Hoewel er intensieve hulpverlening vanuit Rodante wordt ingezet en er veiligheidsafspraken met alle gezinsleden zijn gemaakt, is de GI niet in staat om de veiligheid van de kinderen te verzekeren. Onderdeel van deze onveiligheid is het gedrag van [minderjarige] . Er vinden regelmatig escalaties plaats, waarbij [minderjarige] intimiderend en bedreigend gedrag vertoont, fysiek geweld gebruikt tegen met name haar jongere zusje [naam] , spullen vernielt en grensoverschrijdend contacten opzoekt. Zeer recent – een dag voor de zitting - hebben de spanningen binnen het gezin geleid tot een suïcidepoging van [minderjarige] . De kinderrechter maakt zich hier heel veel zorgen om, zowel over de veiligheid van [minderjarige] als over de gevolgen voor de andere gezinsleden. Het gedrag van [minderjarige] , met als dieptepunt de suïcidepoging, komt op de kinderrechter over als een wanhopige schreeuw om aandacht. Dat de stiefvader volgens de aanwezig hulpverlening niet adequaat heeft gereageerd, heeft gelachen en ook op de zitting leek te betwijfelen of er daadwerkelijk een suïcidepoging was gedaan, vindt de kinderrechter heel zorgelijk. [minderjarige] moet heel snel de hulp krijgen die zij nodig heeft, en thuis lukt dat nu onvoldoende. Daarom is het noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] dat zij een periode ergens anders zal wonen. De moeder is het hiermee eens.
4.3.
Het is belangrijk om te benadrukken dat de zorgen niet alleen rondom [minderjarige] bestaan, maar ook rondom de andere gezinsleden. Dit heeft de GI tijdens de zitting met klem benadrukt, en de kinderrechter is van oordeel dat de GI dit goed heeft onderbouwd. De zorgen rondom (het gedrag van) [minderjarige] zijn op dit moment het meest acuut, waardoor er door de GI alleen een machtiging tot uithuisplaatsing voor haar is verzocht. Dat betekent niet dat de zorgen rondom het gezin, en de andere kinderen, door de uithuisplaatsing van [minderjarige] zijn verdwenen. Door de uithuisplaatsing is het de verwachting dat er de komende periode meer rust zal zijn in het gezin en er daardoor meer mogelijkheden zijn om hulpverlening in te zetten. Inmiddels is gestart met een Thuis op Maat-traject (TOM) vanuit [instelling] . Binnen dit traject zal er moeten worden gewerkt aan de individuele hulpverlening voor zowel de kinderen als de moeder en de stiefvader. Ook zal er moeten worden ingezet op partnerrelatiebegeleiding en systeemtherapie.
4.4.
Op de zitting is gebleken dat de GI nog geen geschikte plek voor [minderjarige] heeft kunnen vinden, omdat [minderjarige] nog jong is en er sowieso minder groepen zijn voor meisjes. Ook de recente suïcidepoging maakt het ingewikkelder om een plek in een accommodatie van een jeugdzorgaanbieder te vinden. De kinderrechter vindt het daarom belangrijk om een vinger aan de pols te houden en verleent de machtiging voor de duur van vier maanden. De rest van het verzoek houdt zij aan, zodat over vier maanden opnieuw getoetst kan worden wat in het belang van [minderjarige] is. Hiervoor is het noodzakelijk dat de GI voor de zitting de kinderrechter informeert over de actuele stand van zaken.
Kindbrief
4.5.
Tijdens het kindgesprek heeft de kinderrechter met [minderjarige] afgesproken om haar in een brief uit te leggen welke beslissing zij heeft genomen en waarom. Hieronder is de brief opgenomen die aan [minderjarige] is verstuurd.
Beste [minderjarige] ,
Het is inmiddels een poosje geleden dat wij elkaar spraken op de rechtbank. Ik had jou uitgenodigd voor een gesprek, omdat [A.] , jullie gezinsvoogd, had gevraagd voor toestemming om jou tijdelijk uit huis te plaatsen. Dat betekent dat je een tijdje ergens anders gaat wonen. Na het gesprek heb ik met jou afgesproken dat ik jou zou laten weten welke beslissing ik heb genomen en waarom. Daarom stuur ik jou deze brief.
Jij vertelde mij dat je het niet zo erg vindt als je even niet meer thuis zou wonen. Wel ben je bang om je moeder te missen. Ook heeft [B.] , die met jou mee was tijdens het gesprek, verteld dat jij niet meer wilde leven en dat jij daarom de dag voor ons gesprek veel pillen hebt geslikt. Ik ben hier heel erg van geschrokken. Jij bent nog maar 12 jaar. Dat is natuurlijk aan de ene kant best groot, maar aan de andere kant ben je nog steeds een kind. Ik vind het heel verdrietig dat jij het zo moeilijk hebt dat je geen andere oplossing meer wist. Iedereen, ook ik, wil dat het beter met jou gaat. Hiervoor is het belangrijk dat er hulp komt, niet alleen voor jou, maar ook voor jouw zussen, jouw moeder en jouw stiefvader. Ook is het belangrijk dat jij tot rust komt op een plekje waar jij ook de ruimte hebt om die hulp te krijgen. Daarom heb ik beslist dat jij in ieder geval de komende vier maanden niet meer thuis woont. [A.] gaat heel erg haar best doen om een goede plek voor jou te vinden waar jij hopelijk tot rust komt. Natuurlijk mag jij jouw moeder daar ook zien. [A.] maakt de afspraken over hoe vaak en wanneer.
Wat ik heel belangrijk vind om je te zeggen: deze uithuisplaatsing is géén straf voor jou. Dat jij in deze situatie bent beland, is niet jouw schuld. Dat is namelijk nooit de schuld van iemand van nog maar 12. Onthoud dat alsjeblieft heel goed.
Over ongeveer vier maanden zal ik iedereen (jouw moeder, [A.] , je stiefvader) nog een keer uitnodigen om tijdens een zitting met mij te komen praten. Ik zal dan van [A.] horen of jij een fijne plek hebt om te wonen en hoe het met jou en jouw gezin gaat. Ook zal ik dan beslissen of jij nog langer op die plek zal blijven wonen. Jij krijgt dan ook een uitnodiging om aan mij te komen vertellen hoe het gaat. Het is niet verplicht om te komen, als je niet wilt, dan hoeft het niet. Je mag me ook een mail sturen als je dat fijner vindt, of helemaal niks. En natuurlijk mag je als je dat wilt [B.] of iemand anders die je vertrouwt meenemen als je het spannend vindt.
Ik hoop dat het voor jou duidelijk is wat ik heb beslist en waarom ik die beslissing heb genomen.
Ik wens jou heel veel sterkte de komende periode. Weet dat er mensen zijn met wie jij kan praten, want iedereen wil heel graag dat het beter met jou gaat.
Groeten,
De kinderrechter
Uitvoerbaar bij voorraad
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 10 maart 2026 tot 10 juli 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de moeder, de stiefvader en de GI op te verschijnen tijdens de zitting van mr. J.M. Atema van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere , in het gerechtsgebouw aan De Diagonaal 37 te Almere , op 25 juni 2026 om 13:30 uur, om nader op het verzoek te worden gehoord;
5.4.
verzoekt de GI om de kinderrechter
uiterlijk 11 juni 2026te informeren over de actuele stand van zaken.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door
mr. J.M. Atema, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 24 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.