Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwhuis;
- de advocaat van de verdachte: mr. G.I. Roos (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 25 maart 2026;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal aanrijding overtreding van 16 september 2024, genummerd PL0900-2024125187-1, pagina 4 en 5;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal rijden onder invloed van 17 juni 2024, genummerd PL0900-2024107800-1, pagina 33 tot en met 35;
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, zijnde een rapport van Eurofins Forensics Belgium van 7 mei 2024, doorgenummerde pagina 111 tot en met 113.
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 7 april 2024, genummerd PL0900-2024107750-3, pagina 24 en 25;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 1] van 9 september 2024, genummerd PL0900-2024107750-6, pagina 12 tot en met 14 en pagina 85 tot en met 87;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] van 9 september 2024, genummerd 900-2024107750-7, pagina 17 tot en met 19 en pagina 101 tot en met 103.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 2 jaar.
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;
ontzegtverdachte
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur
van 2 (twee) jaren;
een gedeelte van 1 (één) jaar nietzal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast.