ECLI:NL:RBMNE:2026:1394
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag wegens risico voor samenleving na ernstige strafrechtelijke veroordeling
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om als chauffeur te kunnen werken, maar de staatssecretaris heeft deze geweigerd vanwege een ernstige strafrechtelijke veroordeling in Duitsland voor een plofkraak en vrijheidsberoving. De rechtbank beoordeelt dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium toepast, waarbij het risico van herhaling van het strafbare feit een belemmering vormt voor de functie.
Eiser betoogt dat de weigering neerkomt op dubbele bestraffing, schending van de onschuldpresumptie en het legaliteitsbeginsel, maar de rechtbank oordeelt dat de weigering een preventief bestuursrechtelijk instrument is en geen strafrechtelijke sanctie. Het belang van de samenleving bij bescherming tegen risico's weegt zwaarder dan het belang van eiser bij afgifte van de VOG.
Daarnaast is de wijze van afdoening van het strafbare feit zwaar geweest en is de voorwaardelijke invrijheidstelling ingetrokken vanwege het niet naleven van voorwaarden. De rechtbank acht het risico op herhaling onvoldoende afgenomen en wijst het beroep af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens het risico voor de samenleving.