Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de officier van justitie: mr. M. Mahmoudi;
- de advocaat van de betrokkene: mr. M.J. Lamers, advocaat in Utrecht (hierna: de advocaat).
Rechtbank Midden-Nederland
Op 7 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, uitspraak gedaan in de ontnemingszaak met parketnummer 16/019628-20. De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd behandeld op de zitting van 12 december 2025. De officier van justitie, mr. M. Mahmoudi, had een vordering ingediend tot ontneming van een bedrag van € 400.244,20, dat volgens het ontnemingsrapport als wederrechtelijk verkregen voordeel was geraamd. De advocaat van de betrokkene, mr. M.J. Lamers, pleitte voor vrijspraak van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank heeft de zaak beoordeeld en op basis van de vrijspraak van de betrokkene in de onderliggende strafzaak, kon niet worden vastgesteld dat er wederrechtelijk voordeel was verkregen. Daarom heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie afgewezen. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer, onder leiding van voorzitter mr. A. Blanke, en is in het openbaar gedaan op 7 januari 2026.