Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:141

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/16/597022 / FO RK 25-917
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 lid 2 BWArt. 1:5 lid 3 BWArt. 810 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie door duomoeder zonder nader onderzoek Raad voor de Kinderbescherming

Verzoekster en haar echtgenote, samen duomoeders, hebben een adoptieverzoek ingediend voor hun in 2025 geboren kind, dat is verwekt met medewerking van een bekende donor. De rechtbank toetst het verzoek aan de wettelijke voorwaarden en stelt vast dat het belang van het kind is gediend doordat het kind door beide moeders wordt verzorgd en opgevoed.

Hoewel de Raad voor de Kinderbescherming in beginsel onderzoek doet bij adopties, hebben verzoekster en haar partner aangegeven niet mee te willen werken aan een dergelijk onderzoek. De Raad heeft daarop een dossieronderzoek verricht, maar zich onthouden van een advies vanwege het ontbreken van contact met de donor.

De rechtbank oordeelt dat een nader onderzoek niet noodzakelijk is, mede omdat er duidelijke afspraken zijn gemaakt met de donor over de rol en statusvoorlichting aan het kind. De adoptie wordt uitgesproken met terugwerkende kracht tot de geboorte, en de gekozen geslachtsnaam wordt vastgesteld.

De rechtbank beveelt de Raad aan om in soortgelijke zaken eerst het dossier te beoordelen alvorens een onderzoek te starten, om onnodige belasting te voorkomen. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek van de duomoeder toe zonder nader onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/597022 / FO RK 25-917
adoptie
Beschikking van 5 februari 2026
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[belanghebbende],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [belanghebbende] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, ingediend op 21 juli 2025;
  • de brief van 25 juli 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • de brief van 29 juli 2025 van verzoekster;
  • de berichten van 2 oktober, 13 november en 25 november 2025 van verzoekster;
  • het rapport van 30 december 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • de berichten van 6 januari 2026 van verzoekster, met bijlage.
1.2.
Verzoekster en [belanghebbende] willen geen verwijzing naar de bevoegde rechtbank.
1.3.
Het verzoek is behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 8 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • verzoekster en [belanghebbende] , via een online verbinding,
  • mr. Smienk, via een online verbinding,
  • de heer [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), locatie Utrecht.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
Verzoekster is op [datum huwelijk] 2025 in [woonplaats] getrouwd met [belanghebbende] .
2.2.
Tijdens dit huwelijk is geboren:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .
2.3.
[belanghebbende] is bevallen van [minderjarige] . De zwangerschap is tot stand gekomen met medewerking van
[persoon]als donor.
2.4.
Verzoekster en [belanghebbende] hebben het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dit betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mogen nemen.
2.5.
Verzoekster wil [minderjarige] adopteren. [belanghebbende] staat achter dit verzoek.

3.De beoordeling

Adoptie
3.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.3.
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige] , want zij wordt door verzoekster en [belanghebbende] samen verzorgd en opgevoed. Vaststaat dat de donor geen ouderrol zal vervullen voor [minderjarige] .
Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
  • de verklaring van 19 juni 2025 van de donor, waaruit blijkt dat hij instemt met de adoptie;
  • de verklaring van 8 juni 2025 van [belanghebbende] , waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
Raadsonderzoek
3.4.
De rechtbank heeft conform het procesreglement Adoptie een afschrift van het verzoekschrift aan de Raad gestuurd, zodat de Raad hiervan op de hoogte is. De Raad kan dan bepalen of hij uit eigener beweging zijn mening over het verzoekschrift kenbaar maakt aan de rechtbank. [1] De rechtbank is bekend met de landelijke werkwijze van de Raad om in beginsel in alle adoptiezaken onderzoek te doen. Alleen in het geval dat sprake is van een onbekende donor volgens de definitie in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en bij het verzoek een donorverklaring is bijgevoegd van het College donorgegevens kunstmatige bevruchting (voorheen Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting) waaruit anoniem donorschap blijkt, stelt de Raad geen onderzoek in.
3.5.
De Raad heeft de rechtbank naar aanleiding van het verzoekschrift bericht een onderzoek naar de adoptie te zullen starten. Verzoekster en [belanghebbende] hebben ondertussen bij de rechtbank kenbaar gemaakt dat zij niet wensen mee te werken aan een onderzoek door de Raad en dat zij bereid zijn om hun adoptieverzoek, en de wens om niet deel te nemen aan het onderzoek door de Raad, toe te lichten tijdens een zitting. De Raad heeft vervolgens een dossieronderzoek gedaan en daarover gerapporteerd, maar zich onthouden van advies over de verzochte adoptie. De reden daarvoor is dat de Raad niet met de donor heeft kunnen spreken.
3.6.
De rechtbank moet beoordelen of zij het in dit specifieke geval met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk vindt dat er een nader onderzoek door de Raad volgt met een schriftelijk advies. [2] Uiteindelijk is het aan de rechter om te bepalen of er alsnog behoefte bestaat aan een onderzoek van de Raad. De rechtbank zal in die beslissing moeten toetsen of een raadsonderzoek met het oog op de beoordeling van de belangen van het kind noodzakelijk is.
3.7.
Verzoekster en [belanghebbende] hebben de rechtbank geïnformeerd dat zij niet willen meewerken aan het onderzoek door de Raad. Ter onderbouwing stellen verzoekster en [belanghebbende] dat zij het beleid van de Raad onbegrijpelijk vinden omdat het ongelijke behandeling oplevert. Volgens verzoekster en [belanghebbende] is er geen enkele aanleiding te veronderstellen dat er meer reden tot zorg is ten aanzien van een kind dat wordt geboren in een duomoedergezin dat kiest voor adoptie, dan voor een kind dat wordt geboren in een gezin met ouders van verschillend geslacht. De rechtbank controleert bij het in behandeling nemen van het verzoek reeds de gegevens van de donor en zijn toestemming. Het huidige beleid van de Raad levert volgens verzoekster en [belanghebbende] dan ook een (over)belasting op die ten koste gaat van de eigenlijke taak van de Raad. Daarnaast is het voor [minderjarige] van groot belang dat het juridisch ouderschap zo spoedig mogelijk juridisch wordt geregeld. Verzoekster en [belanghebbende] vinden dat er geen enkele aanleiding is om een onderzoek van de Raad af te wachten. Dit geldt volgens hen temeer nu in een donorovereenkomst de wijze waarop verzoekster en [belanghebbende] met de donor afspraken hebben gemaakte ten aanzien van de statusvoorlichting aan het kind is opgenomen, alsmede dat het donorschap geen geheim zal zijn voor het kind en haar omgeving. De overeenkomst is met de nodige zorgvuldigheid tot stand gekomen.
3.8.
Tijdens de zitting heeft de vertegenwoordiger van de Raad uitgelegd welke werkwijze de Raad hanteert bij adoptie door een duomoeder. In deze zaak ziet de Raad geen aanleiding voor een nader onderzoek en schriftelijk advies van de Raad. De Raad vindt dat het verzoek kan worden toegewezen op basis van het dossieronderzoek en de toelichting van verzoekster en [belanghebbende] tijdens de zitting. Er is openheid over de ontstaansgeschiedenis van [minderjarige] en de donor komt (met zijn zonen) regelmatig op bezoek bij [minderjarige] .
3.9.
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding om een nader onderzoek door de Raad te gelasten. In de onderhavige procedure hebben verzoekster en de moeder gebruik gemaakt van een bekende donor. Uit de donorovereenkomst blijkt dat zij duidelijke en uitgebreide afspraken met de donor hebben gemaakt ten aanzien van de statusvoorlichting aan [minderjarige] en welke rol de donor zal spelen in het leven van [minderjarige] . De rechtbank vindt het ook belangrijk dat [minderjarige] weet hoe zij is ontstaan. Daar is in dit geval door verzoekster en de moeder en de donor voldoende aandacht aan besteed. Op basis van de omstandigheden die uit de stukken en de zitting naar voren komen over de context waarin [minderjarige] zal opgroeien, maakt de rechtbank verder ook niet op dat de adoptie kennelijk niet in het belang van [minderjarige] zou zijn. [3] Uit het dossier zijn geen andere aspecten gebleken die maken dat een nader onderzoek en schriftelijk advies door de Raad noodzakelijk zou zijn.
3.10.
De rechtbank overweegt tot slot dat het thans kennelijk een landelijke werkwijze van de Raad is om in dit soort zaken een onderzoek in te stellen. De rechtbank geeft de Raad in overweging om in iedere zaak eerst snel aan de hand van het dossier te beoordelen of er daadwerkelijk een onderzoek nodig is en of sprake is van een zorgvuldige behartiging van de belangen van de minderjarige ten aanzien van de ontstaansgeschiedenis. Als daarvan sprake is, kan de Raad wellicht afzien van een onderzoek.
Ingangsdatum
3.11.
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige] , omdat de adoptie voor de geboorte van [minderjarige] is verzocht. [4]
Geslachtsnaam
3.12.
Verzoekster en [belanghebbende] hebben voor [minderjarige] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]gekozen. De rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen. [5]

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijke geslacht:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ,
door:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 2] 1995 in [geboorteplaats 2] ;
4.2.
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige] ;
4.3.
stelt vast dat verzoekster en [belanghebbende] hebben verklaard dat [minderjarige] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]zal dragen na de adoptie, zodat zij blijft heten:
[minderjarige].
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 810 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
2.Artikel 810 lid 3 Rv Pro
3.Artikel 1:227 lid 4 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)
4.Artikel 1:230 lid 2 BW Pro
5.Artikel 1:5 lid 3 BW Pro