ECLI:NL:RBMNE:2026:142

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/16/605173 / FV RK 26-55
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychische stoornis

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel bij een instelling in Utrecht, afgegeven door de burgemeester op 8 januari 2026. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis, PTSS en persoonlijkheidsproblematiek, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De crisissituatie is zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank wijst specifieke vormen van verplichte zorg toe, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname, maar wijst andere zorgvormen af die niet noodzakelijk zijn. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, wat voortvloeit uit haar stoornis.

De rechtbank benadrukt de herhaalde toepassing van crisismaatregelen sinds juli 2022 en adviseert een zorgmachtiging voor een meer structureel kader bij langdurige zorgbehoefte. De machtiging geldt tot en met 3 februari 2026 en het rechtsmiddel van cassatie staat open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met specifieke vormen van verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/605173 / FV RK 26-55
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij [instelling] , locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. M.J.C. Willemsen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 januari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] , psychiater.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [instelling] , locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van Utrecht heeft de crisismaatregel op 8 januari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is aan alle wettelijke voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft een psychotische stoornis, PTSS en persoonlijkheidsproblematiek. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 8 januari 2026.
4.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
4.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.6.
De rechtbank zal de vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘insluiten’, ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ afwijzen. De advocaat heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat deze vormen eerder niet zijn opgelegd en deze niet noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden. De psychiater heeft desgevraagd te kennen gegeven dat deze vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk zijn.
4.7.
De rechtbank wijst de voortzetting van de crisismaatregel toe voor de duur van drie weken, nu er nog steeds sprake is van ernstig nadeel als gevolg van een psychische stoornis en er is gebleken dat zorg op vrijwillige basis op dit moment onvoldoende mogelijk is. De rechtbank merkt daarbij nog het volgende op. Uit het historisch overzicht blijkt dat aan betrokkene sinds juli 2022 zeven keer een crisismaatregel is opgelegd, waarvan de laatste vier in het afgelopen half jaar. De huidige crisismaatregel is binnen een dag na het aflopen van de vorige voortzetting crisismaatregel opgelegd. Het behoeft geen betoog dat de herhaalde toepassing van crisismaatregelen voor betrokkene zeer belastend is en dat, indien verplichte zorg langer noodzakelijk blijkt, een meer structureel kader in de vorm van een zorgmachtiging aangewezen is. Alleen wanneer sprake is van voldoende wilsbekwaamheid, kan betrokkene in staat worden geacht tot een duurzame vrijwilligheid tot behandeling. In het geval van betrokkene gooien de stemmen die zij hoort, roet in het eten. De psychiater heeft opgemerkt dat inmiddels besloten is een zorgmachtiging aan te vragen, maar dat dit ook enige tijd vergt.
4.8.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Dat verzet vloeit voort uit haar stoornis, zo begrijpt de rechtbank.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.5 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 februari 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026 door mr. R.R. Everaars-Katerberg, rechter, in aanwezigheid van E. van Burken, griffier en op schrift gesteld op 20 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.