Eiseres heeft op 7 december 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een eerdere rechterlijke termijnstelling op 14 februari 2025 waarbij verweerder werd opgedragen uiterlijk 10 april 2025 een besluit te nemen.
De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds niet heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank wijst erop dat zij niet kan bevelen tot uitbetaling van reeds verbeurde dwangsommen, aangezien dit een feitelijke handeling betreft. Eiseres wordt geadviseerd zich tot de civiele rechter te wenden voor betaling.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 54,-. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 27 maart 2026.