Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1950, vanwege haar psychogeriatrische aandoening, Alzheimerdementie.
Tijdens de zitting op 12 maart 2026 werden betrokkene, haar advocaat, casemanager, dochter, echtgenoot en kleindochter gehoord. De rechtbank baseerde zich op een medische verklaring van 10 februari 2026 en concludeerde dat betrokkene lijdt aan Alzheimerdementie die leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat het mantelzorgsysteem overbelast is, betrokkene externe hulp weigert en dagbesteding niet effectief is gebleken. Weglopen en verdwalen kwamen recent voor, wat het ernstig nadeel in de thuissituatie onomkeerbaar maakt. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar.
Daarom verleende de rechtbank de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot en met 12 september 2026, ondanks het verzet van betrokkene. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 17 maart 2026.