Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1443

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/16/607285 / FV RK 26-481
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens Alzheimerdementie en ernstig nadeel

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1950, vanwege haar psychogeriatrische aandoening, Alzheimerdementie.

Tijdens de zitting op 12 maart 2026 werden betrokkene, haar advocaat, casemanager, dochter, echtgenoot en kleindochter gehoord. De rechtbank baseerde zich op een medische verklaring van 10 februari 2026 en concludeerde dat betrokkene lijdt aan Alzheimerdementie die leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank oordeelde dat het mantelzorgsysteem overbelast is, betrokkene externe hulp weigert en dagbesteding niet effectief is gebleken. Weglopen en verdwalen kwamen recent voor, wat het ernstig nadeel in de thuissituatie onomkeerbaar maakt. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar.

Daarom verleende de rechtbank de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot en met 12 september 2026, ondanks het verzet van betrokkene. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 17 maart 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door Alzheimerdementie.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/607285 / FV RK 26-481
Datum uitspraak: 12 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats],
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. M.I. Tonk.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 20 februari 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [A], casemanager;
  • [B], dochter;
  • [C], echtgenoot;
  • [D], kleindochter.

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft Alzheimerdementie. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 10 februari 2026.
3.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
3.4.
Hoewel de advocaat namens betrokkene pleit voor afwijzing van het verzoek, oordeelt de rechtbank anders. Ter zitting is door de casemanager uitgelegd dat het mantelzorgsysteem overbelast is geraakt. Daarnaast accepteert betrokkene externe hulp van onder andere de wijkverpleging niet. En is tevergeefs geprobeerd om dagbesteding in te zetten om de familie te ontlasten. Betrokkene kan zichzelf niet meer adequaat verzorgen en er is sprake van weglopen, waarbij betrokkene geregeld de weg kwijt raakt. De dochter van betrokkene heeft aangegeven dat afgelopen week nog betrokkene is gaan dwalen en door onbekende mensen thuis is gebracht. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het ernstig nadeel in de thuissituatie niet meer kan worden afgewend en acht een rechterlijke machtiging noodzakelijk.
3.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
3.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats];
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.