Eiseres heeft op 16 oktober 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 10 februari 2026 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 19 januari 2026. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, uiterlijk 10 december 2026. Bij overschrijding van deze termijn geldt een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 54. De rechtbank verwijst voor de motivering van de termijnen en dwangsom naar eerdere uitspraken. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 30 maart 2026.