Eiseres heeft op 29 januari 2025 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 6 februari 2026 in gebreke en diende op 27 februari 2026 een beroepschrift in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, uiterlijk 25 maart 2027. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 467,- en het betaalde griffierecht van € 54,-.
Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 30 maart 2026. Eiseres kan tegen deze uitspraak binnen zes weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.