De Stichting De Alliantie vordert in kort geding de ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde], vanwege aanhoudende ernstige en structurele overlast jegens medebewoners. De huurder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Tijdens de procedure hebben partijen een regeling getroffen waarbij de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt op 1 mei 2026, en de huurder de woning op die datum leeg en ontruimd zal opleveren.
De kantonrechter oordeelt dat De Alliantie een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, gelet op de ernst van de overlast en het risico dat de huurder zijn verplichtingen niet nakomt. De regeling bevat tevens een voorwaardelijke proceskostenveroordeling voor het geval de huurder niet aan zijn verplichtingen voldoet.
De rechter veroordeelt de huurder om uiterlijk op 1 mei 2026 de woning te ontruimen en ter beschikking te stellen, met de mogelijkheid tot executie door de deurwaarder na die datum. Tevens wordt de huurder voorwaardelijk veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €1.013,02 plus kosten van betekening en wettelijke rente, indien hij de regeling niet nakomt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.