Verzoekster had beroep ingesteld tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakterras door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar van het college, waarin de vergunning alsnog werd verleend, trok verzoekster het beroep in en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld zonder partijen te horen, omdat zij voldoende informatie had. Hoewel het college aan het beroep tegemoet is gekomen, oordeelde de rechtbank dat er geen proceshandelingen zijn verricht die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. De gemachtigde van verzoekster is pas na de indiening van het beroep en de zitting in beeld gekomen en heeft sindsdien geen vergoedbare proceshandelingen verricht.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond. Wel wees de rechtbank erop dat het college verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van €187,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich tot het college moet wenden.