Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 april 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
[vergunninghouder] .(vergunninghouder), gevestigd in [vestigingsplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende omgevingsvergunning voor het aanbrengen van gevelreclame op een locatie in Utrecht. Zij betoogt dat de vergunning leidt tot een onomkeerbare aantasting van het straat- en gevelbeeld en dat het college onvoldoende aandacht heeft besteed aan de belangen van derden en de welstandstoets niet adequaat heeft uitgevoerd.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien sprake is van onverwijlde spoed om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Gelet op de omstandigheden is niet gebleken dat het belang van verzoekster zodanig spoedeisend is dat de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht. Het aanbrengen van gevelreclame gebeurt voor eigen risico en kan zonder blijvende gevolgen worden verwijderd.
Ook de overige aangevoerde bezwaren kunnen in de bezwaarprocedure worden behandeld. Er is geen sprake van evident onrechtmatigheid die een spoedmaatregel rechtvaardigt. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 10 april 2026 en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor gevelreclame wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed en evident onrechtmatigheid.