ECLI:NL:RBMNE:2026:1466
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kap bomen Haarrijnse Plas wegens ontbreken spoedeisend belang
De zaak betreft een verzoek van Stichting Natuurlijk Kapitaal Midden Nederland tegen het college van gedeputeerde staten van Utrecht inzake handhaving tegen kapwerkzaamheden aan de Haarrijnse Plas.
Op 23 september 2025 verleende de gemeente Utrecht vergunningen voor het kappen van 243 bomen. Verzoekster diende op 2 oktober 2025 een handhavingsverzoek in, stellende dat de kap in strijd was met soortenbeschermingsregels en verzocht om onmiddellijke stopzetting via een last onder dwangsom of bestuursdwang.
De bomen zijn medio oktober 2025 gekapt. Het college wees het handhavingsverzoek op 22 december 2025 af, stellende dat geen overtreding was geconstateerd en dat de vergunning rechtmatig was verleend. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het handhavingsverzoek zich uitsluitend richtte op de kap van de bomen, die inmiddels was voltooid, waardoor geen spoedeisend belang meer bestond voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen. Het college zal nog een besluit nemen op een nieuw handhavingsverzoek. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bomen al zijn gekapt en er geen spoedeisend belang meer is.