Eiser, een autobedrijf, had bij gedaagde twee hefbruggen besteld en een aanbetaling van €2.000 gedaan. De levering en montage waren gepland, maar eiser annuleerde de eerste afspraak vanwege onvoltooide werkplaats. Een tweede leveringsafspraak ging ook niet door, waarna gedaagde de overeenkomst eenzijdig ontbond en de aanbetaling hield.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de overeenkomst niet mocht ontbinden zonder een aanmaning te sturen, omdat geen sprake was van een fatale termijn. Eiser had zich inmiddels neergelegd bij het niet uitvoeren van de overeenkomst, waardoor deze toch eindigde, maar onterecht.
Daarom moet gedaagde de aanbetaling terugbetalen, inclusief wettelijke rente vanaf 8 juli 2025 en een vergoeding van €300 voor buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €889,35. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.